Ik kreeg daarnet het bericht dat ik niet geslaagd ben. Het was een stevige opleiding en een pittig examen. En vlot was het niet gelopen. Tijdens de lessen bekroop mij elke keer weer het gevoel: ‘Wat doe ik hier?’. Ik zat tussen de ‘crème de la crème’ op gebied van natuurbeheer. Van natuur ken ik wel iets, maar beheer is niet echt mijn ding.
Ik drink een wijntje op de uitslag, blij dat het voorbij is en even blij dat ik door kan gaan met de plannen die ik heb. En uit pure frustratie begin ik aan een ketel tomatensoep. Met de creatieve blik van een kenner gooi ik een blik tomatenpuree bij heel veel groenterestjes. Meestal een heerlijke en vooral onverwachte combinatie. Het bespaart mij in elk geval het opruimen van de met schimmels bedreigde etensresten in mijn koelkast. Ik heb ze vaak in alle kleuren, schimmels bedoel ik: harige, groene, blauwe en als het heel erg wordt ook rode. Deze keer ben ik op tijd: het wordt dus soep.
Misschien moet ik er toch eens werk van maken om die schimmels een mooie naam te geven: de gevlekte bloemkoolschimmel, de natte komkommerschimmel of nog beter de harige gestoofde-bonen-schimmel? Geloof me, ik kan een boekje uitgeven met de variaties die mogelijk zijn op dit thema.
Een potje gestoofde champignons glijdt uit mijn handen en valt in de soep. De combinatie van een glas wijn op een nuchtere maag, de warme middagzon en het roesgevoel veroorzaken een ramp in mijn pas geverfde keuken. Over een soepboel gesproken. Overal waar ik kan kijken is er die dikke rode brij: op de kasten, het aanrecht, de kookplaten, in de voegen van de tegels, op de vloer. Naast mijn kookplaten heb ik een verloren hoekje waar ik mijn zalfjes en crèmekes bewaar. Ze beloven mij een eeuwige jeugd. Het heeft mij altijd handig geleken om die dicht bij de hand te houden. Alleen vandaag leek het mij even een minder goed idee: soep in de potjes, op de dekseltjes, in de doosjes, op de witte toiletzak. Ik weet niet of dit ooit nog goed komt. Met die eeuwige jeugd al zeker niet.
Mijn leuke witte T-shirt, die ik al jaren heb maar geen afscheid kan van nemen, is één tomatenvlek. Gelukkig heb ik nog van die ouderwetse Marseille zeep. Vurig schrobben met dit wonderproduct is hier misschien de oplossing? Even vurig als al het andere dat ik onderneem? Op die manier lukt mij veel.
Als ik dit overzie kan ik alleen maar schaterlachen om dit kleurenpalet. Blij dat ik mezelf en deze rotzooi even kan relativeren.
Ik drink een wijntje op de uitslag, blij dat het voorbij is en even blij dat ik door kan gaan met de plannen die ik heb. En uit pure frustratie begin ik aan een ketel tomatensoep. Met de creatieve blik van een kenner gooi ik een blik tomatenpuree bij heel veel groenterestjes. Meestal een heerlijke en vooral onverwachte combinatie. Het bespaart mij in elk geval het opruimen van de met schimmels bedreigde etensresten in mijn koelkast. Ik heb ze vaak in alle kleuren, schimmels bedoel ik: harige, groene, blauwe en als het heel erg wordt ook rode. Deze keer ben ik op tijd: het wordt dus soep.
Misschien moet ik er toch eens werk van maken om die schimmels een mooie naam te geven: de gevlekte bloemkoolschimmel, de natte komkommerschimmel of nog beter de harige gestoofde-bonen-schimmel? Geloof me, ik kan een boekje uitgeven met de variaties die mogelijk zijn op dit thema.
Een potje gestoofde champignons glijdt uit mijn handen en valt in de soep. De combinatie van een glas wijn op een nuchtere maag, de warme middagzon en het roesgevoel veroorzaken een ramp in mijn pas geverfde keuken. Over een soepboel gesproken. Overal waar ik kan kijken is er die dikke rode brij: op de kasten, het aanrecht, de kookplaten, in de voegen van de tegels, op de vloer. Naast mijn kookplaten heb ik een verloren hoekje waar ik mijn zalfjes en crèmekes bewaar. Ze beloven mij een eeuwige jeugd. Het heeft mij altijd handig geleken om die dicht bij de hand te houden. Alleen vandaag leek het mij even een minder goed idee: soep in de potjes, op de dekseltjes, in de doosjes, op de witte toiletzak. Ik weet niet of dit ooit nog goed komt. Met die eeuwige jeugd al zeker niet.
Mijn leuke witte T-shirt, die ik al jaren heb maar geen afscheid kan van nemen, is één tomatenvlek. Gelukkig heb ik nog van die ouderwetse Marseille zeep. Vurig schrobben met dit wonderproduct is hier misschien de oplossing? Even vurig als al het andere dat ik onderneem? Op die manier lukt mij veel.
Als ik dit overzie kan ik alleen maar schaterlachen om dit kleurenpalet. Blij dat ik mezelf en deze rotzooi even kan relativeren.
