Ik vind hoge hakken een must en wel om de volgende redenen: 1. Ik ben klein en ik heb niet graag dat anderen op mij neer moeten kijken (letterlijk dan); 2. Ik tut mij niet zo graag op en hakken geven de meest basic outfit toch altijd dat tikkeltje meer (in een werkomgeving waar een jeans hetzelfde effect heeft als verschijn je in hawaïhemd en short, komen hakken dus goed van pas). 3. En hoewel ik het niet graag toegeef: Naar het schijnt, zijn hakken ook sexier dan platte comfortschoenen en ik wil toch wel enige moeite aan de dag leggen voor het oog van het andere geslacht…
En dan valt de sneeuw. Een vlaag van totale zinsverbijstering, in combinatie met een denkvermogen dat ’s morgens vroeg nog niet op volle toeren draait, brengt mij ertoe uit pure gewoonte mijn gehakte laarzen aan te trekken.
Ik ben de deur nog niet helemaal uit of ik besef mijn flater. De trein wacht niet, dus ik schuifel naar het station als een Chineesje op van die houten flipflaps – elegant kan je het bezwaarlijk noemen.
Tot overmaat van ramp is het één van die dagen waarop de vergaderingen buitenshuis op wandelafstand van kantoor doorgaan. Het is een strijd tegen de zwaartekracht en dansen op een slappe koord lijkt een koud kunstje in vergelijking met de evenwichtsoefeningen op de ijsgladde kasseien. Hoewel ijskoud buiten, zweet en zwoeg ik mij te pletter om rechtop te blijven.
Weinig sexy aan dus. Wel integendeel: ik verander in een hulpeloze deerne die bijna de hand van haar mannelijke collega moet grijpen om overeind te blijven. Ik zie hem denken ‘maar kind toch, doe dan toch ook geen hakken aan – waar zit jouw verstand?’ en plots lijkt klein zijn eigenlijk wel een aantrekkelijke optie en bedenk ik dat een ketting of ander leuk accessoire een basic outfit eigenlijk ook wel dat tikkeltje meer kan bezorgen.
Morgen trek ik mijn hakloze wollen laarsjes uit Mongolië aan. Op vlak van stijl en elegantie zijn ze het equivalent zijn van witte sokken in sandalen, maar ik zal met opgeheven hoofd stevig door de sneeuw stappen. En als het niet sexy oogt, dan zal mijn charmante glimlach het maar moeten doen, want geef toe: een praktische, verstandige madam die zelfstandig zonder vallen door de sneeuw kan stappen, is toch ook aantrekkelijk? Of niet soms?
En dan valt de sneeuw. Een vlaag van totale zinsverbijstering, in combinatie met een denkvermogen dat ’s morgens vroeg nog niet op volle toeren draait, brengt mij ertoe uit pure gewoonte mijn gehakte laarzen aan te trekken.
Ik ben de deur nog niet helemaal uit of ik besef mijn flater. De trein wacht niet, dus ik schuifel naar het station als een Chineesje op van die houten flipflaps – elegant kan je het bezwaarlijk noemen.
Tot overmaat van ramp is het één van die dagen waarop de vergaderingen buitenshuis op wandelafstand van kantoor doorgaan. Het is een strijd tegen de zwaartekracht en dansen op een slappe koord lijkt een koud kunstje in vergelijking met de evenwichtsoefeningen op de ijsgladde kasseien. Hoewel ijskoud buiten, zweet en zwoeg ik mij te pletter om rechtop te blijven.
Weinig sexy aan dus. Wel integendeel: ik verander in een hulpeloze deerne die bijna de hand van haar mannelijke collega moet grijpen om overeind te blijven. Ik zie hem denken ‘maar kind toch, doe dan toch ook geen hakken aan – waar zit jouw verstand?’ en plots lijkt klein zijn eigenlijk wel een aantrekkelijke optie en bedenk ik dat een ketting of ander leuk accessoire een basic outfit eigenlijk ook wel dat tikkeltje meer kan bezorgen.
Morgen trek ik mijn hakloze wollen laarsjes uit Mongolië aan. Op vlak van stijl en elegantie zijn ze het equivalent zijn van witte sokken in sandalen, maar ik zal met opgeheven hoofd stevig door de sneeuw stappen. En als het niet sexy oogt, dan zal mijn charmante glimlach het maar moeten doen, want geef toe: een praktische, verstandige madam die zelfstandig zonder vallen door de sneeuw kan stappen, is toch ook aantrekkelijk? Of niet soms?