(Wat vooraf ging: Ik moest naar de autokeuring. Er was een probleem. Ik bedacht een oplossing. Ik had een strategie!)
De autokeuring is een mannenwereld, bedacht ik. Machines, lawaai, groezelige handen, enzovoort, enzovoort. Wat valt daar helemaal uit de toon? Een vrouw, natuurlijk! Ja, dat zijn ze niet gewoon.
Makkelijk zat want ik had vandaag toevallig een rok aan. En oorbellen in. Die draag ik altijd. Om de één of andere onduidelijke en vast duistere reden vind ik dat leuk. Oorbellen dragen, bedoel ik. Een rok ligt wat gevoeliger. (Oh, dat klinkt een beetje raar.) Een rok is wat moeilijker? (Klinkt ietsje beter.) Eigenlijk is de rok het probleem niet. Het zijn die nylons die eronder moeten. Die nylons waarmee ik altijd aan stoelen blijf hangen. En die echt niet goedkoop zijn. Maar goed, als de inzet hoog genoeg is… Nylons dus… en laarzen. Vanwege de kou. Goed idee. En dan nog een flatterend sjaaltje… lekker warm ook. Enne… mijn onrustig gevoel opleuken tot ‘afhankelijk en hulpeloos’? Dat moest genoeg zijn. Ook al heiligt het doel de middelen volgens sommigen, voor mij zijn er grenzen. En de grens was hier bereikt.
De afspraak was om 18u. Ik was om 17u al een beetje zenuwachtig en probeerde mezelf wat af te leiden. Jezelf kunnen afleiden is een interessante vaardigheid. Niet dat het zo moeilijk is, hoor. Gewoon je hoofd vullen met andere gedachten. Het vraagt wel enige discipline en het gevaar schuilt in een klein hoekje. Voor je er erg in hebt, ben je met je handen aan het strijken en zit je met je hoofd terug bij je problemen. De kunst bestaat erin met je gedachten bij je handen te blijven. ‘Mindfulness’ noemt men dat, dacht ik. ’t Is eigenlijk heel eenvoudig, maar zo’n cursus is vrij duur. Ik stel het daarom maar met wat ik hier en daar oppik.
17u20 sloegen mijn darmen toch even op hol. Ik maakte me klaar en vertrok. Eerst nog naar het toilet, uiteraard.
Ik reed op benzine en het verklikkertje brandde niet. So far, so good. Had ik nu toch niet beter nog even mijn haar gewassen? Te laat. Ach, als ik mezelf wijsmaak, dat m’n haar goed zit, gelooft de rest van de wereld dat ook.
Bij de autokeuring was het rustig. Te rustig. Normaal staat men hier in 5 files tot op straat. En nu? Eén auto… voor een gesloten poort. Na een paar minuten ging de poort open, de auto reed binnen, de poort sloot. Net een groot monster dat zijn prooi opslokt.
Er stond een auto aan de kant. Ik was te vroeg. Zou ik het erf van het monster al mogen oprijden. Ik stapte uit en overlegde met de andere chauffeur, ook een vrouw en ook te vroeg. Ze ging het erop wagen, zei ze. Als een kleine David reed ze de reus Goliat tegemoet. Ik talmde… Er kwam een andere wagen aanrijden. Een man. Hij reed lijn 5 in. Ik reed achter hem aan, want ik moest daar ook zijn. Even oefenen. Ik etaleerde mijn onzekere gevoel… Yep… de man was één en al medeleven. Ze kunnen het dus echt wel, hè, mannen. Lief zijn en van goeie wil, bedoel ik.
De man en zijn auto werden opgeslokt door het monster. Nu was ik helemaal alleen.
De poort van lijn 4 stond open. Een man wenkte mij. Ik gesticuleerde terug, dat ik op lijn 5 moest.
Jaja, ik mocht komen. Dit was het moment van de waarheid. Ik schakelde over op gas en reed het monster en de man tegemoet.
Het bleek een schat te zijn. Grijs, niet echt knap, maar … aangenaam. Ik toonde mijn onzekerheid – die oprecht was – en hij stelde mij meteen gerust. Zou mijn rok daartoe bijgedragen hebben? Dit voelde heerlijk. Dit ging ik vaker doen. Tonen dat ik ook maar een mens ben, bedoel ik.
Hij nam de auto over. Ik hoefde niks te doen. Angstvallig keek ik naar het lichtje. Nog steeds so far, so good. Ik glimlachte wat zenuwachtig. Hij knikte begripvol.
Op een goeie twintig minuten was mijn auto gekeurd.
‘Rijd U even naar buiten, mevrouw en goed gas geven en rond 2000 toeren houden. Dank U.
Alles in orde. U krijgt uw papieren aan de kassa.’
Het juichte in mijn hart. Ik had het monster getrotseerd en ik leefde nog! Ik voelde me onoverwinnelijk. Langs de kassa passeren was een fluitje van een cent. Wat kon geld mij nu nog schelen. Ik had het gehaald, ik had het werkelijk gehaald.
En geloof het of niet, toen ik het erf van het monster afreed… lichtte de verklikker op. Maar het maakte niet meer uit. Ik zit voor 2 jaar safe. Halleluja!
De autokeuring is een mannenwereld, bedacht ik. Machines, lawaai, groezelige handen, enzovoort, enzovoort. Wat valt daar helemaal uit de toon? Een vrouw, natuurlijk! Ja, dat zijn ze niet gewoon.
Makkelijk zat want ik had vandaag toevallig een rok aan. En oorbellen in. Die draag ik altijd. Om de één of andere onduidelijke en vast duistere reden vind ik dat leuk. Oorbellen dragen, bedoel ik. Een rok ligt wat gevoeliger. (Oh, dat klinkt een beetje raar.) Een rok is wat moeilijker? (Klinkt ietsje beter.) Eigenlijk is de rok het probleem niet. Het zijn die nylons die eronder moeten. Die nylons waarmee ik altijd aan stoelen blijf hangen. En die echt niet goedkoop zijn. Maar goed, als de inzet hoog genoeg is… Nylons dus… en laarzen. Vanwege de kou. Goed idee. En dan nog een flatterend sjaaltje… lekker warm ook. Enne… mijn onrustig gevoel opleuken tot ‘afhankelijk en hulpeloos’? Dat moest genoeg zijn. Ook al heiligt het doel de middelen volgens sommigen, voor mij zijn er grenzen. En de grens was hier bereikt.
De afspraak was om 18u. Ik was om 17u al een beetje zenuwachtig en probeerde mezelf wat af te leiden. Jezelf kunnen afleiden is een interessante vaardigheid. Niet dat het zo moeilijk is, hoor. Gewoon je hoofd vullen met andere gedachten. Het vraagt wel enige discipline en het gevaar schuilt in een klein hoekje. Voor je er erg in hebt, ben je met je handen aan het strijken en zit je met je hoofd terug bij je problemen. De kunst bestaat erin met je gedachten bij je handen te blijven. ‘Mindfulness’ noemt men dat, dacht ik. ’t Is eigenlijk heel eenvoudig, maar zo’n cursus is vrij duur. Ik stel het daarom maar met wat ik hier en daar oppik.
17u20 sloegen mijn darmen toch even op hol. Ik maakte me klaar en vertrok. Eerst nog naar het toilet, uiteraard.
Ik reed op benzine en het verklikkertje brandde niet. So far, so good. Had ik nu toch niet beter nog even mijn haar gewassen? Te laat. Ach, als ik mezelf wijsmaak, dat m’n haar goed zit, gelooft de rest van de wereld dat ook.
Bij de autokeuring was het rustig. Te rustig. Normaal staat men hier in 5 files tot op straat. En nu? Eén auto… voor een gesloten poort. Na een paar minuten ging de poort open, de auto reed binnen, de poort sloot. Net een groot monster dat zijn prooi opslokt.
Er stond een auto aan de kant. Ik was te vroeg. Zou ik het erf van het monster al mogen oprijden. Ik stapte uit en overlegde met de andere chauffeur, ook een vrouw en ook te vroeg. Ze ging het erop wagen, zei ze. Als een kleine David reed ze de reus Goliat tegemoet. Ik talmde… Er kwam een andere wagen aanrijden. Een man. Hij reed lijn 5 in. Ik reed achter hem aan, want ik moest daar ook zijn. Even oefenen. Ik etaleerde mijn onzekere gevoel… Yep… de man was één en al medeleven. Ze kunnen het dus echt wel, hè, mannen. Lief zijn en van goeie wil, bedoel ik.
De man en zijn auto werden opgeslokt door het monster. Nu was ik helemaal alleen.
De poort van lijn 4 stond open. Een man wenkte mij. Ik gesticuleerde terug, dat ik op lijn 5 moest.
Jaja, ik mocht komen. Dit was het moment van de waarheid. Ik schakelde over op gas en reed het monster en de man tegemoet.
Het bleek een schat te zijn. Grijs, niet echt knap, maar … aangenaam. Ik toonde mijn onzekerheid – die oprecht was – en hij stelde mij meteen gerust. Zou mijn rok daartoe bijgedragen hebben? Dit voelde heerlijk. Dit ging ik vaker doen. Tonen dat ik ook maar een mens ben, bedoel ik.
Hij nam de auto over. Ik hoefde niks te doen. Angstvallig keek ik naar het lichtje. Nog steeds so far, so good. Ik glimlachte wat zenuwachtig. Hij knikte begripvol.
Op een goeie twintig minuten was mijn auto gekeurd.
‘Rijd U even naar buiten, mevrouw en goed gas geven en rond 2000 toeren houden. Dank U.
Alles in orde. U krijgt uw papieren aan de kassa.’
Het juichte in mijn hart. Ik had het monster getrotseerd en ik leefde nog! Ik voelde me onoverwinnelijk. Langs de kassa passeren was een fluitje van een cent. Wat kon geld mij nu nog schelen. Ik had het gehaald, ik had het werkelijk gehaald.
En geloof het of niet, toen ik het erf van het monster afreed… lichtte de verklikker op. Maar het maakte niet meer uit. Ik zit voor 2 jaar safe. Halleluja!