Nooit meer vergeet ik deze eerste week van augustus 2010. Haar indianenverhaal als seinende rookpluim over jaren strijd tegen krachten die naar afgronden dreven. Telkens had een knoestige wortel nog op het randje houvast geboden.
Door geven is het leven sterker dan de matheid om het te begeven. Adrenaline, stress in banen houden. Al eens iemand die het niet kan volgen. Zelf al iets laten schieten, opgeslorpt door chronische drijfveren die de winterslaap uit hun ogen wreven. Moe zijn en zich afvragen : Is dit dan depressie? Een reactie op pressie ?
Met permissie, ik kruip in Indra’s slakkenhuis en zwijg me dood. Ik hak alle trossen los en laat me afdrijven. In het vruchtwater van een wedergeboorte. Ik laat me onaangekondigd aborteren. In elk geval dobberen op kabbelende baren. Naar de fles grijpen, me erin persen en laten gevonden worden. Ik vind niets meer zelf. Niet vanzelf. Het kost allemaal vreselijk veel moeite. Zelfs wakker blijven. Waar ik zit of sta of ga stuik ik in slaap. Dat zal nodig zijn zeker. Teveel weten. Willen vergeten. Niets meer meten.
Luisteren naar de wind, speurend of die iets meevoert, of die een blad of twijg beroert. Neen, de stilte is oorverdovend. Tinnitus aureum. Allang heb ik er last van. Oorzaak onbekend. Doktoren zijn domoren. Wat mijn oren horen gaat aan hen verloren. De remedie ben ik zelf. Ik moet intens beleven, naar sterren streven die kunnen schitteren aan het firmament van een vent met een boodschap die niet wordt verloren bij een vrouw die ik kan bekoren door mijn stem te horen. De rest is zagemeel, een pijp kaneel, zoethouder tot het over is. En ik wil het niet weten over gaan. Maar wat doe ik eraan als het eb wordt en plat water? Weer een flater en een kater. Ik denk aan later. Als alle beelden samenvallen in een kaleidoskoop van geluk.
Harry
Door geven is het leven sterker dan de matheid om het te begeven. Adrenaline, stress in banen houden. Al eens iemand die het niet kan volgen. Zelf al iets laten schieten, opgeslorpt door chronische drijfveren die de winterslaap uit hun ogen wreven. Moe zijn en zich afvragen : Is dit dan depressie? Een reactie op pressie ?
Met permissie, ik kruip in Indra’s slakkenhuis en zwijg me dood. Ik hak alle trossen los en laat me afdrijven. In het vruchtwater van een wedergeboorte. Ik laat me onaangekondigd aborteren. In elk geval dobberen op kabbelende baren. Naar de fles grijpen, me erin persen en laten gevonden worden. Ik vind niets meer zelf. Niet vanzelf. Het kost allemaal vreselijk veel moeite. Zelfs wakker blijven. Waar ik zit of sta of ga stuik ik in slaap. Dat zal nodig zijn zeker. Teveel weten. Willen vergeten. Niets meer meten.
Luisteren naar de wind, speurend of die iets meevoert, of die een blad of twijg beroert. Neen, de stilte is oorverdovend. Tinnitus aureum. Allang heb ik er last van. Oorzaak onbekend. Doktoren zijn domoren. Wat mijn oren horen gaat aan hen verloren. De remedie ben ik zelf. Ik moet intens beleven, naar sterren streven die kunnen schitteren aan het firmament van een vent met een boodschap die niet wordt verloren bij een vrouw die ik kan bekoren door mijn stem te horen. De rest is zagemeel, een pijp kaneel, zoethouder tot het over is. En ik wil het niet weten over gaan. Maar wat doe ik eraan als het eb wordt en plat water? Weer een flater en een kater. Ik denk aan later. Als alle beelden samenvallen in een kaleidoskoop van geluk.
Harry