Eigenlijk wil ik gewoon …
een leven in wat fellere kleuren
de toekomst weer eens
met iemand samen
telkens een stukje verleggen
dat je bij het wandelen
niet te veel kleren meeneemt
het wat koud hebt
en je lekker tegen me aan vlijt
mijn jas om je schouders leggen
om hem daarna nooit meer te wassen
tien vingers
als in gebed verstrengeld
samen in een jaszak
weggedoken voor de kou
die we niet eens voelen
op een strand
krabben we een hart in het zand
dieper dit keer en beter bestand
tegen de eb en vloed van het leven
in je sofa, opkijkend
van boven je favoriete boek
glunder ik
omdat jij
bij het stappen
nauwelijks de grond nog raakt
eindelijk weer iemand naast me
voelen inslapen
de warmte van een adem
een laatste stuiptrekking
van de overwonnen eenzaamheid
je ’s morgens wekken met een kus
en een liefdesverklaring
die ik die nacht
vers voor je heb bedacht.
Uit de bundel “Poëzie voor pubers en eenzame vrouwen”
© tmotief