maandag 26 juli 2010
O, ik ben al vele keren miljardair. Als ik zou geloven in al die e-mails met hun gelukstijdingen.
Bill Bates bedenkt me wel elke maand eens met een brok fortuin. Hillary Clinton zelfs. Om nog te zwijgen van al die oosterse en afrikaanse dames die net een fortuin erfden maar er niet zonder mijn hulp aan kunnen en waaraan ik een vette lijfrente over zou kunnen houden.
Ik moet meestal niet anders doen dan mijn naam, adres en telefoon opgeven. Aan een obscure maître notaris of advocaat die er zijn broodwinning van maakt om geluksvogels als ik te gerieven met datgene waarnaar ze gewoon een poot uit hoeven te steken.
Maar ik steek geen poot uit. Ik lig op mijn luie krent in het zonnetjee. Ik geniet van nu en straks zoals van gisteren. Ik moet wel van gisteren zijn dat ik die gouden hoornen des overvloeds niet met beide handen grijp.
Fortuinen liggen voor het grijpen.
Ik wist niet dat de wereld zo in elkaar zat. Altijd al was ik overtuigd van het tegendeel. Ik weet dat geld niet gelukkig maakt. Het kalmeert alleen maar de zenuwen.
Maar zenuwen heb ik niet. Althans, ik vertoon er niet de tekenen van. Tenzij wit haar daar een teken van is. Maar dat denk ik niet. Mijn vader had ook dat haar, op vergelijkbare leeftijd. En trouwens bestond in zijn tijd nog geen internet en email met fortuinlijke gelukstijdingen.
Met een air van miljarden geniet ik van biljoenen zandkorrels op een strand, van zwemmen in het inmiddels opgewarmde zilte zeewater. Tegen die muren om een zwembad kan ik niet. Het is te vol. Crowded.
Met strandjes aan de Cornish riviera heb je dat niet. Er zijn er plenty. Je kan gewoon tot op het strand rijden. Heel vast zand. Bij eb is het dan nog vijf minuten lopen naar het surfparadijs. Je kan er genieten van de zonsondergang. Aan de noordwestkust daar gaat de zon voor iedereen onder zoals aan onze Belgische kust. Maar het kader is veel mooier. De zonsondergang wordt daar geflankeerd door klippen. En van een rotsig eilandje maak je een vizier voor je weddenschap of ze links of recht daarvan in zee zakt. Terwijl je geniet van een pint of een wijntje op het terras van wat soms het enige tapgat is in dat surfparadijs. Jongelui trekken vaak bij het invallen van de schemering nog eens op de golven af. Eer ze gaan samenklitten op de gradins van een natuurlijk amfiteater, ergens in de klipwand die de ondergaande zon omkadert.
Was het maar altijd zomer. Ik zou die gelukstijdingen over miljarden nog beter kunnen missen.
Harry
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
woensdag 14 juli 2010
2 juli en alweer in het UK maar nu met stiefkleindochter van weldra 13. Het Dutroux tijdperk lijkt afgesloten, want niemand is nog geïnteresseerd in het document dat ons samen reizen machtigt. In Duinkerken steek ik het bij de pascontrole toe en zeg dat het mijn 'godchild' is. De politieman prijst me als ‘good man’, in het engels godbetert. Europa sloeg toe, want in Dover spreken ze me aan in het Frans.
Op naar Cornwall. M26 en M25 zitten eivol, weet madame GPS. Ze stuurt me tot bijna in Londen. We kunnen de cucumber al zien. Helaas is er ook daarlangs weinig doorkomen aan.
De velden rond Stonehenge dragen nog de sporen van de solstitium toeloop.
Amper 60 km/h is ons uurgemiddelde tot onze bestemming, het aloude dertiende-eeuwse smokkelaars- en vissersplaatsje Polperro aan de Cornish riviera. We betrekken een flatje boven de gelagzaal van de al even oude Crumplehorn inn.
Met als leitmotiv wat een tiener zoal verzucht, maken we er voor 5 dagen het allerbeste van.
Eerst zijn dat strandjes. Ik heb een kaart waar ze allemaal op staan, en we nemen de beste. Tot ook het binnenland lokt, langs slingerende wegjes tussen bermhagen.
Een stenencirkel, een kweekplaats voor schattige otters, een apentuin.
En waar je dat het minst verwacht, maar het stond ook op die kaart en ik reed er opzettelijk langs in the middle of nowhere : Paul Corin’s Magnificent Music Machines. MaMuMa.
Bijna er voorbij gereden, want behalve ‘Entrance’ viel geen aanduiding te bespeuren. De man was zijn gras aan het afrijden; maar die machine liet hij onmiddellijk staan. Zijn Magnificent Music Machines, daarvoor leeft hij al meer dan 30 jaar in dit godvergeten gat waar hij een watermolen kocht. In een loods staan rare grammofoons, pianos mécaniques in allerlei soorten en maten, draaiorgeltjes… Met hele collecties geperforeerde blikken platen, papyrusachtige rollen en ijzeren vouwbanden met gaatjes. De meeste van die dingen werken pneumatisch en drijven een blaasbalg aan; door de gaatjes stromende lucht brengen toetsen en kloppers in beweging om snaren te betokkelen. Die Corin is een bevlogen en passioneel verteller en weet jong en oud te boeien; hij kent elk bijzonder orgel in Vlaanderen en Nederland, heeft er sommige gekocht of gerestaureerd. En hij bezit en bespeelt een Würlitzer theaterorgel. Nee geen juke-box, maar een orgel met instrumentenregisters en manualen en pedalen. Om het te bespelen trekt hij andere schoenen aan. Van Andrew Lloyd Webber wil hij niet weten, maar hij speelt het ene blad na het andere van Rodgers en Hammerstein, van Gilbert en Sullivan, van Irving Berlin…. De lucht perst zich door enige slangen naar een theater mock-up waar gewone en rare orgelpijpen gerangschikt staan achter flapdempers die pedaalgestuurd open en dicht gaan volgens het bespeelde instrument. Ik waan me in een stomme-filmzaal 1925, met die Corin als magic musician. God wat kan die man vertellen en uit dat orgel toveren…. Nog twee koppels zijn binnengekomen en luisteren ademloos toe.
Zij luisteren nog naar de pianos mécaniques terwijl wij al op weg zijn naar King Arthur’s kasteelruïne in Tintagel aan de noordwestkust.
Momenten van ongeëvenaarde muzikale ervaring in onooglijke binnenlandplaatsjes wedijveren hier met het monumentale natuurschoon van Cornwall’s kust. Spanje en Italië verbleken even. Hier keer ik nog terug. Als het moet alleen, maar liefst nog met wie ik op mijn beurt kan begeesteren voor Paul Corin’s MaMuMa, Magnificent Music Machines.
http://www.paulcorinmusic.co.uk/
Harry
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
dinsdag 29 juni 2010
De merels wonnen. Terug van een weekje UK met zoonlief stak hun nest vertopt in de hydrangea. Af- en aanvliegen zette me op hun spoor. Ik zette er een ladder in om te kijken. Het wijfje vloog ijlings weg van twee vers uit het ei gebroede jongen die hun bekjes opensperden maar het piepen nog moesten leren. Een derde eitje lag er nog gespikkeld bij, klaar voor metamorfose naar nog een gapend mereljong met niet te stillen honger naar het leven.
Niets aangeraakt, zette ik de ladder weer weg en hoopte het wijfje spoedig terug op het nest te weten. Van vogelgewoonten weet ik zo weinig. Stel dat mijn lijfgeur haar definitief ongeschikt voor het verdere moederschap had gemaakt! Ik zou niet weten hoe daarvoor te boeten. Ik kan er tenslotte niet zelf op gaan zitten broeden. Een al pluimig jong er doorheen helpen met lijnzaad en yoghurt, dat zie ik nog zitten en deed ik al eerder. Dat was dan wel een lijster, maar ik denk niet dat merels en lijsters zo anders gebekt zijn dat het niet zou lukken. Het was destijds wel gelukt. De lijster had veel aanleg om tam te blijven. We hadden toen ook een hond, zo’n jonge golden retriever die nog beste maatjes was met de kat waarmee hij samen in de hondezetel een hazenslaapje deed.
Het leek soms wel een mini-circus, want gedrieën hadden ze een nummer. We gaven de retriever een bamboestokje in de bek, dat hij braaf ophield, en plantten de poes tussen zijn voorpoten. De lijster zetten we op de bamboestok. Dat kon zo een tijdje blijven duren tot de kiekjes gemaakt waren. De storing die tenslotte optrad kon allerlei vormen aannemen. Bijvoorbeeld had de poes genoeg van de vertoning en stapte eigenwijs op. Of de retriever hapte naar een voorbijzoemende strontvlieg en liet uiteraard het stokje vallen. De lijster was gewoonlijk de die-hard en keek op naar de trouwelozen. Tot ze er op een dag niet meer was, de wijde wereld in getrokken, hond en poes verweesd achterlatend. Ook daar kwam een eind aan toen de instincten van de retiever de kopopstaken en ze voortaan kat en hond waren.
Allang voorbij, die tijd van de huisdieren. Van mijn huisgenoten resten nu nog enkel de merels. Ik begin er gehecht aan te raken. Maar ik weet dat ze over een paar weken uitvliegen en elders zullen gaan wonen. Of misschien volgende lente weerkeren naar de hydrangea in de patio.
Lees verder!
geplaatst door Harry - 1 reactie
donderdag 24 juni 2010
Als neo single maak ik me na anderhalf jaar wijs dat ik de eenzaamheid bemin. Maar dat is enkel zo als ik ze vrijelijk opzoek om er met volle teugen van te genieten.
Zoals teruggetrokken op hoogten waar leegte zich vult met toppen en kammen. Och, het zijn geen bergen. Het oogt alleen maar zo. Geen granieten monumenten voor alpine klimmen. Eerder een in 800 m klim nog vriendelijk mengsel van rotsige kragen en gras dat schapen nog de moeite vinden. Een pad is soms een geëffend grintweggetje of een amper zichtbaar spoor van menselijke doortocht, maar soms ook een chaotische stenenslinger om doorheen te ploeteren. De na wat inspanning beleefde leegte en eenzaamheid zijn zielsverheffend als je, rustend op een steen die de natuur naar je kont vormde, de wat koele lucht in je longen laat stromen terwijl je van het uitzicht geniet. Amper denkbaar dat 2 eeuwen geleden er over die passen nog pakpaarden en ezels met voorraden gevoerd werden. Tijd betekent hier niets voor de trekker van vandaag. Tenminste, zolang het weer niet omslaat of de mist valt; want dan kan je maar beter op het dalwaarts pad zitten dat vanzelf terugvoert naar de bewoonde wereld of wat daar voor doorgaat. Vaak is dat maar een groepje huizen, een gehucht, en met wat geluk een dorp met herberg waar je op een biertje en wat eten kan aanvallen.
Ja, op die manier bemin ik de eenzaamheid.
Thuis bemin ik die ook, waar muziek zich leent tot gezelschap en een laptop me de rest van de wereld opent. Toch wil ik daar nu en dan een lijfelijk exemplaar van zien.
Van stoerdoeners en tooghangers van mijn eigen sekse krijg ik het schijt. Vrienden heb ik even weinig als ik vriendinnen heb. Echte vrienden dan; en hen zie ik minder dan de vriendinnen, waarmee ik het liefste praat.
Het vrouwelijk geslacht heeft uiteraard meer in petto.
Maar daarin wordt mijn leven een pendelgang, en ik weet niet hoelang het duurt eer de slinger zich vast pint.
Nu en dan daten voerde al eens tot iemand waarmee gemeenzame belevingen zich boeiend aftekenden. Exploratie die al eens seks meebrengt in een hoge mate van gemeenzaamheid die zich nochtans sleetbestendig moet tonen om deugdelijk te zijn en me niet op onverklaarbare wijze weer doet verlangen naar alleen zijn en cocoonen in zo'n slakkenhuis naar het concept van Indra.
De kleine dingen in het (all)eenzaam zijn bekoren en verheffen me.
Maar in het gemeenzaam zijn worden die me tot ergernis en prikken gaten in de feestballon. Ineens loopt die leeg en pieker ik me rot over oorzaak en reden waarom plots mijn intuïtie het van mijzelf overnam en ik willoos overbleef, niet in staat om nog een vin te verroeren, de telefoon te gebruiken of een mail te plegen naar de mij uit de gemeenzaamheid ontvallen persoon.
Tot ik oorzaak en reden in mezelf vind en me herken als en beken tot pendelaar tussen gemeenzaam en (all)eenzaam leven.
Ik hou van beide. Voorlopig liefst.
Harry
Lees verder!
geplaatst door Harry - 3 reacties
dinsdag 22 juni 2010 Verguld met ‘familie’-gevoel kwam ik uit het UK terug aan continentale wal.
Het full breakfast, incluis bonen in tomatensaus die ik anders nooit neem maar nu uit solidariteit mee verorberde, was ik de laatste morgen spuugzat. Ik stond er van te kijken dat zelfs zoonlief een continentaal ontbijt bestelde.
En jawel…ook deze keer een paar pantoffeltjes laten staan in Norwich. En eerder vergat ik bijna het in de Yorkshire Dales nieuw gekochte paar bergschoenen bij de Maltese guesthouse eigenaar en zijn ex-spion vrouw die ons een pint ‘bitter’ aanboden en meedronken nadat ze de kwibus herkenden die er het jaar voordien een lade kleren vergat om ze nadien te kunnen ophalen (zie ‘Solotrip startup’).
Ja, de lokroep van de leegte sloeg toe en bracht ons in de ban, vijf dagen lang te voet door een van de mooiste streken van Engeland, Wainwright achterna. Vader en zoon op pad, de rugzak op, de rest van de bagage vooruit gestuurd met ‘Brigantes’, een van de voortreffelijke organisaties die Coast-to-Coast stappers onderkomen en verlichting van hun last bieden.
24 km de eerste dag bracht ons zonder noemenswaardige klimmen bij een van zijn paard gedonderde paardenfluisteraar die voortaan stijfbenig vanuit een stoel zijn orders gaf.
Halfnaakt in short de badkamer uit benend voorbij 5 uitrustende Welshe dames, was de genoten douche mij dierbaarder dan hun ongeregistreerd commentaar op mijn catwalk. We waren klaar voor nog eens 2 km heen en 2 terug voor een avondmaal in de inn. Geen spoor van de dame die we vermoedden de overtrousers te zijn kwijtgeraakt die we onderweg opraapten. Op dag 2 beende die ons met haar gezel in de motregen gehaast voorbij terwijl wij ons lunchpakketje verorberden. Moest zij weten.
In de hut vóór het echte klimwerk konden we zelf koffie zetten en gaven we de Welshe dames goedgemutst het nakijken tot we beseften dat wij verkeerd en zij goed liepen. Een steile klim en een kammenpad later kwam alles terecht. Afdalend kregen we gezelschap van een Brit die wegens blaren op zou geven. Zelf trapte ik in ‘bog’ en ging een keer onderuit met het volle gewicht op mijn knie.
Aangeland in de country inn waren de Welshe dames weer van de partij en ontpopte zoonlief zich als charmeur en dronk een biertje mee. Bleken zij dan ook nog in dezelfde B&B te zitten. Ook de sansculotte zat daar en kon de morgen van dag 3 haar broek weer in haar rugzak steken en zich een nieuwe aankoop besparen in Grasmere. Zij leek op Helen Mirren, hij op een weliswaar welbespraakte mister Nobody. Wat zij van ons dachten zal duidelijk geweest zijn. Maar ons was het nog steeds de vraag of ze minnaars waren dan wel echt zus en broer waarvoor hij zich uitgaf in de pub in St Bees voor we aan de tocht begonnen.
De bewolking en wind op dag 3 tartend in shorts, kregen we eerst eindelijk weer GSM-netwerk en daarna gezelschap van dezelfde Brit die ondanks zijn blaren alweer een top af was gekomen en nu echt op weg naar Grasmere om op te geven. Toch eerst samen klinken op de gezamenlijke stukken van onze tocht.
Op dag 4 verliep met een stijve knie de beklimming moeizaam, maar de rest van het pad viel erg mee.
Dag 5 zag ik vanuit de bezemwagen tot ons eindpunt, waar ik zoonlief een 6 km tegemoet liep om hem zijn laatste kilometers weer tot gezelschap te zijn. Samen uit samen thuis. Al is dat dan een hotelletje waar ook ‘broer en zus’ zitten die ons op het vinden van haar broek trakteert met een pint bitter. En zo komen we eindelijk achter het geheim van hun relatie, niet wat wij dachten en ook niet wat hij bij het beginpunt zei, maar iets tussenin : schoonbroer en schoonzus, elk met echtgenoten die niet graag stappen maar zij twee dus wel. Geloof dat maar. De sansculotte toonde zich moe en trok zich terug, hem ostentatief een boek gevend alsof ze niet dezelfde kamer deelden. Kon het ons schelen ?
Wij deelden ook de kamer. Dat was in 27 jaar niet meer voorgevallen (zie ‘Liefde is geduldig’).
Wij hadden een reuze tijd. Onze herinneringen kenden een nieuwe start. Ik heb weer familie.
Harry
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
zaterdag 22 mei 2010
SLANG an unmarried person who engages in casual sexual relations
Origin: swin(ger) + (sin)gle
We zijn idealiter swingle eer we een min of meer vaste binding aangaan met een andere single. Of die dan ook swingle is laten we in het midden. De binding die we willen aangaan duwt dat wel naar de achtergrond. Als die maar single is.
Er zijn er die daar fervent over waken. Zelfs op de chat zwaaien ze met de huisregels van de site voor singles. Met Wiesenthals bezetenheid tegenover nazimisdadigers als lichtend pad willen ze elke nog gehuwde of samenwonende die ze op het spoor komen meedogenloos van de site doen verwijderen. Meteen gedragen ze zich als gestapo’s die ‘Juden raus’ schreeuwen en judasachtige schouderkloppen uitdelen met het merkteken om te worden uitgestoten door de site authority.
Ik vraag me af waarom. Wie niet met eigenlijk nog gebonden mensen wil omgaan, hoeft zich alleen maar consequent te gedragen. Laat ieder in vrede leven, vooral met zichzelf.
Minstens één lieve dame ken ik hier die graag iemand ontmoet om eens niet alleen naar een tentoonstelling te hoeven terwijl haar man al jaren aan een ziekbed gekluisterd is en zij bij hem blijft. En die daar bij het eerste contact meteen voor uit komt. Je hoeft toch niet in je profiel te zetten : “mijn man leeft nog en ik hou van hem maar ik wil wel eens voor een paar uren uit de kooi de wereld in en een goeie babbel voeren na iets in gezelschap te kunnen zien hebben” ?
Merkwaardig dat het meestal vrouwen zijn met die onverdraagzaamheid naar mannen. Omgekeerd lijkt me dat niet zo het geval. Dat kan dan weer seksistisch bestempeld worden, want dat mannen toleranter zijn kan ook weer niet waar zijn.
Enfin, swingle dus.
Hoe minder ik die definitie wil beleven hoe meer ik er voor word versleten door chat-dragonders en hun slipdragers. Je kan al niet meer lollig wezen over de madam die je in ’t stad van A’pen in je auto bij hebt, of je krijgt de appreciatie dat daar inderdaad hoertjes zijn die bij je passen. Deze week nog meegemaakt. Tot een andere chatmadam pienter opmerkt hoe raar het is dat GPS-taal steeds door een madam wordt gesproken.
Ik heb het voor madammen. Tenslotte ben ik tijdelijk weer swingle. Ik swing me door het verkeer. En heb ook in mijn auto graag charmant gezelschap op weg naar gezamenlijke beleving. Waar die zich ook moge afspelen,’t stad van A’pen of de minder bekrompen wijde wereld.
Is er iets mis met swingle zijn op zoek naar beters ?
Harry
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
dinsdag 18 mei 2010
Al ruim een jaar is gedate(erd) sinds ik na mijn debuut hier eens ben ingegaan op vrij-avances van een eerste drieërlei contact. Nog wat andere beiderzijdse avances werden kweekbodem bij wat ik zoek maar hoogst zelden (h)erkende. In beiderzijds ultiem bevredigende seks beleefde passie bleek het uiteindelijk ook niet te zijn, en langdurig hortend en stotend was het afkicken.
Ik sla wat over en kom tot de kern vandaag.
Aan actiefzijde een man met als single nog gegroeide begeestering door en voor het mooie in natuur en cultuur en muziek en in de vrouw als muze, onderwerp en gezegde en meewerkend voorwerp.
Sorry dames als mijn antieke grammatica jullie onrecht aandoet, maar ik vond die termen niet uit en ik betracht twee-eenheid in passionele drijfveren tussen geesten en lichamen. Welke wisselende maar weliswaar gelijktijdige noodzaak jullie zich daar ook mogen bij voorstellen. Zet ze op een voetstuk en ik aanbid ze. Gooi ze tegen de vlakte en ik schrei mijn ogen uit. Ruk er één van weg en ik ben ge(a)m(p)uteerd.
Verder leerde ik weer dat vertrouwen op intuïtie loont en zelfs nodig is tegen zgn. beter weten in.
Aan passiefzijde : er is een jaar voorbij maar verder weet ik van niets. Met de tijd moet ik niet meer morsen, maar me ergens in storten hoeft ook niet.
Net ruim baan gegeven aan het pssjjt van een als een lek lopende binnenband verdwijnend wij-gevoel. Noodgedwongen tijdelijk gemis van seksbeleving woelde het naar boven : de tegenhanger kent maar begeestering door gunstkoopjes en drijft op radio Nostalgie zonder ook maar één CD-tje.
De barre woestijn voor mijn brein.
Het epitheton ‘instabiel’ rijg ik wel bij de parel ‘psychopaat’ die madame ex 22 jaar geleden reeg aan het snoer waaraan ze buiten mijn medeweten haar kerkelijk huwelijk verhing.
In de passie voor het leven en in mijn intuïtie stel ik mijn onwankelbare hoop en vertrouwen voor de toekomst. Beminnen kan ik en wil ik. Met vuur en bewezen standvastigheid.
Maar mag ik even de begeestering zien en weten bij het onderwerp, gezegde en meewerkend voorwerp van mijn keuze ?
De mijne steek ik ook niet onder stoelen of banken.
Harry
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
maandag 17 mei 2010
Begeesterd
denk je
voel je
Slijm je uit
balsem mijn huid
Minnekoos
haveloos
Maak me week
bef me laveloos
Schurk je lijf
in het minnen
Breng me
buiten zinnen
Ik neem je pik
onder mijn hersenpan
Word klein
buk je hoofd
in mijn levenspoort
Dep je hart
tot moes
vinger het
in mijn poes
Begeer mijn koestering
Koester mijn begeerte
heen en weer
Een veer
in oeverloze begeestering
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
woensdag 12 mei 2010
...nestas bigunan hinase hic anda thu.
Zo stond het er, ooit eens, in 't oerNederlands. Een wegdromende monnik die een nieuwe ganzeveer in inkt doopte om ze ‘in’ te schrijven en naar zijn hand te zetten. Niet bepaald de hoofse liefdeskreet van een ridder op wit peerd, noch de over haar korset geslaakte zucht van een naar minne smachtende jonkvrouw.
Misschien het kattebelletje van de monnik voor een aanstonds in de leer komende novicebroeder.
nestas bigunan…
Een brutaal koppeltje merels kent er alles van. De hydrangea lijdt onder af en aan vliegend gefourageer met gras, blaadjes en losse eindjes van divers pluimage. Tot binddraadjes voor vuilniszakken toe. Waar halen ze het !
De Vlaamse wegendienst moet nodig merels uitzetten in de autostradebermen. Zo raakt alle kleine rommel opgekuist na de oogst van plastic en blikjes.
Vogelkastjes staan er al genoeg. Ze flitsen ongenadig. Daar gaat weer een etentje met een date…telkens ik er weer een boven de toegemeten afwijking voorbij gescheurd blijk. Doet me aan Vivo denken die het wel had, al moest ze het zelf betalen. Moet ik het aan mijn hart laten komen? Nee toch. Ik moet toch weer wat kilos kwijt. Het wil niet zo lukken met de fitness. Niet te verwonderen, want ik lees de laatste tijd in mijn boek. Op de zitfiets, de ligfiets, de loopband zelfs want ik train op helling en niet op snelheid. Over een maand heb ik de klim in de benen. Zoonlief en breed lachende kleerkast zal me gewis zijn kuiten laten zien, honderduit vertellend om mij de adem te besparen. Ik zal mijn spraak bewaren voor de after-walk, als we gedoucht hebben en aan tafel schuiven in een of andere pub met gindse opvatting over ‘good food’. Misschien gaat ons welwillend (voor)oordeel wel voor de bijl daar in Lakeland. The proof of the pudding is in the eating. Waar zou de ouwe Fred Wainwright zijn tanden in hebben gezet,in Julia Bradbury‘s 631.000 keer bekeken benen? http://www.youtube.com/watch?v=RCk8FlkuAlM
In ’79 kreeg een kontje boven een ander stel benen nu en dan mijn zetje richting Scafell pike; 900 meter klim op een noodrantsoen van twee pompelmoezen, dat onthoud je. Ik weet me nog van honger de steilste afdaling doen en de desolate pub beneden op trillende benen bereiken, om die tot zes uur gesloten te bevinden.
nestas bigunan…
Geschreven naar het schijnt door een in Engeland verblijvende monnik van hier.
De merels lieten zich weer horen. Maar ik zie de rakkers niet, en als ze aan hun nestje bouwen dan hebben ze het deze keer goed verstopt. Als ik het lange weekend weg durf gaan zal ik wel weer eitjes vinden. En als ik die niet vind zal ik getjilp gaan horen. Dan is het te laat en zal ik nog meer gefourageer aanschouwen. Tot die mormels uit hun nest vallen, door de patio fladderen en tegen ruiten stormen, maar op zekere keer de zwaartekracht ontstijgen en over het dak de wijde wereld in verdwijnen.
Ik wou dat ik een vogel was.
Wanneer ga ik eens aan mijn nest beginnen?
Het gevogel ontlokt mijn bek vol oud gras een ‘hinase hic anda thu’.
Ik neem een SM, op de bronsttijd.
Harry
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
donderdag 22 april 2010
Wat ik deed kon ik goed zei ze
maar genoeg deed ik niet
Wat ik kon deed ik goed zei ze
maar ik kon niet alles
Wat zij hoorde klonk goed zei ze
maar ik zei te weinig
Wat ik zei voelde goed zei ze
maar ik schuwde haar gevoel
Ze kwam naast mij staan zei ze
en ik dacht doe dat maar
Je raakt me niet aan zei ze
maar zij raakte mij niet
Ze wou op vakantie zei ze
mijn doordeweekse bijzijn volstond niet
Er kon een vriendin mee zei ze
ze stelde me op de proef
Ze kwam niet aan haar trekken zei ze
maar haar trekken werden mij vreemd
Ze vond het niet vreemd zei ze
dat ze me vreemd wist gaan
Ze wou nog een kind zei ze
want dan zou het beter gaan
Voor mij was het genoeg zei ik
en anders ga je maar
Er kwam geen kind meer
we leefden naast elkaar
Gal brakend hunkerde ik naar liefde
en wou niet vreemd meer gaan
Bij mezelf op mijlen ver van haar
wist ik me in staat tot liefde
Congruent daarmee was het
dat ik haar niet meer geriefde
Het inzicht trof haar als de bliksem
en spleet voorgoed haar wereld
Ik werd als hetero haar vijand,
haar kindslaven zouden haar lesboziel laven
Arme lieve kinderen, na een kwarteeuw verwijdering,
eerst in hypocrisie die ik jullie niet kon besparen,
groeide en versmolt weer jullie herinnering
met de waarachtigheid die ik kon bewaren
Nu zelf in liefde sterk, hou van jullie moeder
De tranen om jullie droogden, ik had weer iemand lief
Alleen, zij is niet meer; ik ken weer het verdriet
Zie naar wat in liefde kon, vergeet dat niet
Harry
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
dinsdag 20 april 2010
Dates waarmee je tot 3 kon tellen gaan twee kanten op : die geweest zijn, en die nog zijn.
Deze die nog zijn gaan ook 2 kanten op : deze waarmee je wat had en nu niet meer maar nog zijn en dus geen date meer heten, en die ene die allang geen date meer was en zich steeds weer herhaalt. Ingewikkeld? Tja, zijn we dat niet allemaal in zekere zin? Moest het allemaal zo eenvoudig zijn dan waren we hier niet.
Nu ken ik onder dames toch veel verschil.
Er zijn er die zich, net als die man in een chatkamer elders, boudweg liefhebster verklaren van een triootje. Of ze ’t ook doen weet ik niet. Ik wil er niet bij zijn. Ik heb aan 1-1 genoeg om in alle discretie lief te hebben of zelfs gewoon maar seks als dat van twee kanten OK is.
Er zijn er ook zoals die dame die zegt me lief te hebben maar ineens om Joost weet welke reden uit het bed ging klappen. Dat gaat voort en eer je ’t weet vergaat een stuk huishouden van jou doordat het in een chatkamer achter je rug virtueel op straat ligt.
Er zijn dames die zich daar in verkneukelen, er scheppen bovenop doen. De vuilbakken buiten zetten, noemen ze dat. Alsof hun uitdrukking me ontgaat. De vuilbekken.
En er zijn er andere die je gewoon als mens zien met oog voor het andere. Als je laat blijken dat van die dames te appreciëren, denken de vuilbekken dat je er het bed mee deelt.
Het moet zijn dat iedereen het daar doet met iedereen, en ik dat om een of andere reden niet weet. Raar. Maar ik verbaas me nergens meer over.
Van mijn eigen sekse lig ik niet wakker, met iemand van de andere slaap ik, als dat zo ligt. Dus niks aan het handje, vuilbekken, en zet voortaan jullie vuilbakken buiten met echt afval.
Ik zet de bloemetjes buiten; met die dame die echt van mij zal houden; ik zie zelf wel wie dat wordt. De vuilbekken komen het niet te weten.
Harry
Lees verder!
geplaatst door Harry - 2 reacties
maandag 19 april 2010 Kom dat tegen, na al dat daten. Een oude vlam die je komt opzoeken. Ze is in het land, haar vliegtuig geraakt niet van de grond. Moet ik nu voor die Ijslandse vulkaan op de knieën vallen, nu bijna 28 jaar later die oude vlam ineens voor m’n deur staat? Ze had gebeld. Normaal zit ze in Frankrijk. Daar was ik gisteren ook, aan de opaalkust. Maar zij komt uit god weet welk gat. Iets met Béarn. Een béarnaise dus. Dat lust ik. Ik associeer béarnaise met een lekkere vleesbrok.
Zelf was ze een lekkere brok, toen. Het vrijen was ooit heel goed; van de nacht tot de noen, en na ‘t eten tot 's avonds weer van katoen. Ooit ging dat in het UK op de dansvloer door, tot we ons bewust werden dat iedereen keek. Misschien gewoon door de dans met onverholen passie, de lijven aan elkaar geklonken. En toch. Er is weinig waaraan geen eind komt. Op een keer was het gedaan. Door een externe oorzaak lagen de emoties in een knoop. De knoop ontwarde zich niet. En dat verwarde de een of de ander. Maar elke plooi wordt tenslotte glad gestreken. Met een heet ijzer. Wie het ijzer heet kan maken heeft gewonnen, tenslotte.
Een oude vlam voor de deur dus. Met sportkar. Inclusief zoon en border collie. Een beest dat huist op 7 hectaren. Goed geboerd heeft ze. Zoon gaat even wandelen met de collie. Ze had zoon en collie nog willen wegbrengen bij familie, zegt ze. Blijkbaar deed ze liever eerst een peiling. Bij een drankje loopt het gesprek wel alsof er die 28 jaar nooit tussen waren. Onder andere over het vrijen van toen. Het was nooit afgerond, zegt ze. Nou, zij in elk geval is nu afgerond. Wel kan ik me voorstellen dat ze in bed nog een brok béarnaise delicatesse is voor de 8 jaar jongere minnaar die niet meer aan zijn vrouw mag komen. Moeilijk gaat ook, dat is bij haar niet anders dan toen. Ik zeg haar dat ik doodsimpel ben, heel lang monogaam was ook. Ze weet het, had me niet meer opgezocht toen. Nu dus wel. Ze houdt een slag achter de hand. Haar huis moet eens bekeken worden, opgedeeld, en ze kan raad gebruiken. Ik zal wel eens zien, naar haar huis. Ze moet maar eens bellen. En dan zien of zoon en border collie er zijn. Misschien ga ik dan na mijn advies wel eens met de border collie wandelen terwijl zij in haar jacuzzi baadt. Zo wordt het ook wel afgerond. Als dat na zo lange tijd nog zou hoeven voor haar, niet voor mij.
Harry
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
woensdag 14 april 2010 Gezelligheid is troef in de chatkamer. Maar ze vereist enige etiquette. Het is wennen als je nieuw bent. Je valt midden in de zich ontspinnende uitlatingen van wie zich niet onbetuigd liet. Soms banaal, zodat het een tijdje duurt eer je kan zien waarover het gaat. Iets pardoes in het midden gooien kan dan stom zijn. Dus wacht je wat af tot je vat waarover het gaat. En dan kan je plots verbaasd staan.
Een of andere dragonder maant je aan ‘weg te gaan als je alleen maar zit toe te kijken’. Duidelijk iemand die zelf lak heeft aan etiquette maar aan anderen regels wil stellen. Dat de banaliteit van de uitlatingen maakt dat je maar twintig regels verder merkt waar het eigenlijk over gaat, ontgaat zulk individu. Maar alla, intussen is het duidelijk wie graag de lakens uitdeelt. Dat hoef je natuurlijk niet te pikken. De chatkamer is toch niet de bestekamer van één iemand die daar komt ? Maar pas op als je dat zegt. Want dan gaat die op je profiel naar je smoelwerk kijken. Je moet dan al een adonis zijn om geen snerend commentaar te krijgen : ‘lelijkaard’, of zoiets; of ‘dégoûtante vent’. Je weet dan niet waaraan je het verdient, bent beleefd geweest, vriendelijk zelfs. Altijd iedereen begroet zonder onderscheid naar geslacht, gewoon alfabetisch het lijstje aflopend. Kan het beter ?
De zelfverklaarde regelsteller permitteert zich urenlang TV kijken om dan eens binnen te komen waaien met de vraag ‘wie is hier allemaal al geweest ?’. Een paar gatlikkers noemen prompt enige namen : deze en deze habitué(e)s, en nog wat andere namen. De zelfverklaarde goeroe noemt die ‘toeristen’. Als je niet weet wat dat is en je het durft te vragen, raak je door dat sujet ‘geblokkeerd’ en word dat kond gedaan over het groene laken. Als je dan niet snapt waarom, ben je nog meer verdoemd.
Fraaie etiquette !
Maar alla, je laat je noch imponeren noch inpakken of wegwezen en gaat gewoon verder meedoen.
Tot welbevinden door de zwijgende meerderheid die je soms in een privé venstertje sympathie betuigt. Een geluk dat dragonders dat niet altijd merken. Al zitten ze op vinkenslag. Er mogen geen twee rode bordjes staan of er wordt grif verondersteld dat die twee mekaar privé aan het opgeilen zijn, zo niet allang wat met mekaar hebben. In bed dan natuurlijk, of wat dacht je anders?
Wat kan het er toch ziekelijk aan toe gaan in de chatkamer.
Etiquette ? Mijn reet.
Harry
Lees verder!
geplaatst door Harry - 3 reacties
woensdag 14 april 2010 Toegegeven : ik kom hier nooit meer in de chatkamer. Dus weet ik ook niet of er nog wel volk in komt. Ik wou dat het wel zo was. Dan zou ik met dames een praatje kunnen maken zonder me hun leeftijd af te vragen. En met heren die er zich graag in mengen. Die Gedanken sind frei. Dus wat maakt leeftijd dan uit ?
Ik mag dan wel stilaan een ouwe knar heten maar weet nog spits uit de hoek te komen. Maar waar vind ik die spitsbroeders en –zusters ? Al die hoger opgeleiden hier schijnen de chatkamer te mijden als de pest.
Ooit was het anders.
In de eerste periode van mijn lidmaatschap. Het was enige keren leuk geweest. Als ik geluk had waren er wel een paar. Een keer kon ik een paar dames ontzetten die duidelijk belaagd werden door enige rücksichtlose heren, tenminste als je die dan al zo had kunnen noemen. Niet te miskennen seksuele toespelingen aan het adres van die dames waren blijkbaar aan de orde toen ik binnentrad. Het was niet van voorbijgaande aard en dus greep ik in, noemde die mannen seksistisch. Dat ze maar zelf eens naar hun praat moesten kijken. De dames vielen me bij, of wat had je verwacht ? Ik was ineens een goeie, en de gesprekken rolden uit tot een stuk in de nacht. Nog enige keren rollebolde ik met dezelfde dames over het groene laken. Het was leuk en zij leken er ook van te houden.
Maar dan zou mijn lidmaatschap aflopen. Toen had ik er al een paar dates opzitten zonder blijvend of zelfs maar voorbijgaand gevolg. De vrouwelijke helft is hier vrij jong voor mijn leeftijd, en de spoeling dun. Maar voor de chatroom is dat dus geen bezwaar.
Tegen de laatste avond van mijn vol lidmaatschap had ik een plan. Ik zou alle na 19 uur inloggende dames met groen bolletje een klaargemaakte oproep zenden om na 21 uur eens naar de chatkamer te komen zodat het daar geheid gezellig zou worden.
Het had redelijk succes. Ik genoot van die laatste avond, en de dames ook hoop ik.
Hoe het nadien ging kan ik dus niet meer navertellen.
Alleen weet ik nog dat een paar jonge blaadjes een berichtje zonden dat ze door een ouwe bok noch gelikt noch opgepeuzeld wilden worden.
Die hadden het duidelijk niet op een scheutje humor begrepen, althans in de chatkamer, en zelfs helemaal nergens.
Harry
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
zaterdag 20 maart 2010 Ken of herken je het keerpuntgevoel? Veel mensen hebben het tussen hun 35ste en 40ste. Het is niet verbazend. Als je niet zo begenadigd was dat alles meteen en op de juiste leeftijd goed zat, heb je geroeid met de riemen die je had, zwom je, ging kopje onder en kwam weer boven, sterker en zekerder van jezelf. Je bent af van die opvijzeling waaraan je zelfbeeld aldoor behoefte scheen te hebben.
Je weet een aantal dingen kleiner dan je had gedroomd. En het geeft niet. Je kent jezelf beter. Je kan beter liefhebben. Je hart werd groter. Je vingernagels krasten verguldsel en vernis weg. Je kan de blanke pit zien, de ziel van de ander puren. En je laat toe dat jouw blanke pit wordt beroerd.
Wat een keerpunt! Je ziet nu waar je staat. Soms moet je eerst wakker worden naast een partner die niet meer te herkennen en te beminnen valt, uitgehold als je bent door pijn. Hoe kon je in die onmin, ook met jezelf, zo lang met leven door gaan tot je gal begon te braken? Die ellende, waaraan je nu pas kan ontkomen. Nu vond je balsem voor je ziel in jezelf, uitgepuurd, een kiem van geluk. Moeilijk toch, en soms is de inertiekracht maar te ontstijgen met die katalysator in de huid en ziel van een vreemde man of vrouw. Ook al zal die in je verdere leven geen andere rol meer spelen dan de eenmalige lakmoesproef te zijn geweest waarmee je nieuwe zelf ontwikkelde chemie haar deugdelijkheid bewees. Tot zekerheid voor jezelf. Niet meteen voor anderen. Dat komt dan later wel.
30 jaar later bijna. Na een kwarteeuw geluk, als liefdesgift meegegeven in het graf. Van een goed jaar later is de tweede helft gelardeerd geraakt met daten, van eenmalig tot herhaald en dan al of niet met penopauze onderbrekingen. Stress en adrenaline als drijfplank maakten baan voor rust die je inboezemt en die libido weer doet gedijen. Genot welt op in proeven van ieders zoete kantjes terwijl je de bittere zorgvuldig vermijdt. Er is dat gevoel van ‘alle dinghe syn mi te inghe; ick ben so wied’.
En zolang iets wederzijds is en de houdbaarheidsdatum er niet toe doet…..
Maar je wil niet morsen met de tijd, niet spelen met andermans gevoelens en niet jezelf bedriegen.
Je herkent het keerpuntgevoel. Al weet je opnieuw waar je staat en wat je vermag, het is anders nu.
Er is minder tijd. Je gaat sneller door de bocht. Je kiest een baan die je bekend over komt. Het gevoel van thuis komen. Opnieuw.
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
zaterdag 13 maart 2010 Hier maakte ik een jaar geleden mijn dating site debuut. Om na 26 jaar van ganser harte beleefd concubinaat mijn horizon wat open te vouwen. Een andere bedoeling vraagt meer dan tijd. Vooral intenties die zich, naar men zegt als ’t klikt, moeten aandienen. Pas na herhaalde en uitgebreide chat of telefoon bereid tot een ontmoeting, hield ik dames met steriele lichaamstaal of antimagnetisch gedrag al bij de eerste keer voor bekeken.
De dame waarmee ik tot drie kon tellen haalde een wit voetje, want driemaal is date recht voor de hamvraag of het voort moet gaan. Het contact kan leuk zijn en de amuse-gueûle en het voorgerecht naar nog smakend. Maar wat dan volgt is beslissend. Het maakt niet uit na hoeveel keer een bed of het vloerkleed bij de haard het decor zijn voor consumptie van ook het hoofdgerecht en het dessert. Wel is het de miserie dat ik pas bij het hoofdgerecht zekerheid heb over de fysieke aantrekking die me kan doen ‘op 2 benen lopen’. Van dat dilemma kende ik eerder het bestaan niet. Niet toen ik ongelukkigerwijs getrouwd was of uit die band sprong, en niet in de onversneden gelukkige relatie nadien.
Is het nu de leeftijd die het vermogen geeft om in het vrijen te doen genieten en zelf schaamteloos te genieten, maar daarnaast de libido aan den lijve te moeten ondervinden? De zo ver lijfsverkennende dame is me een afknapper als ze voor- noch naspel weet te smaken. Reflectie over erectie is één ding, maar wie wil nu canapéseks zonder canapé?
Ik kan best zelf de afknapper wezen. De dame mag het zeggen.
Maar voor mij is driemaal date recht om te weten of ik überhaupt mee op wil naar seks, met of zonder canapé.
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
vrijdag 5 maart 2010 Van Edinburgh naar Skye is volgens de boekjes vierenhalf uur rijden. Twijfel of ik dat voor 3 dagjes Skye over heb ligt al om 8 uur achter mij als ik met één oog op de beroemde spoorbrug de Firth of Forth over rij. Eerst hopend me in 4 uren door de dalen te winden, gun ik de boekjes hun gelijk zoals mezelf dat koffietje aan de oevers van Loch Lochy. De nog varende Kylerhea ferry laat ik links liggen, want de brug is wel omweg maar sneller en gratis. Op Skye rij ik eerst tot Brittle bay waar aan het eind van de wereld ooit vliegtuigjes landden op het strand en de Black Cuillins met hun kop in de wolken bovenuit torenen. Op de gans anders ogende terugweg sla ik af naar de Talisker distilleerderij voor een zondagse whisky trail. Mijn vondst is een 16-jarige Mortlach ‘fauna en flora’.
Het schiereiland Ullinish wordt mijn eerste onderkomen, niet in het enige hotelletje dat zelfs voor het eten vol zit, maar in een B&B op Ullinish point met zijn enig mooie maar eenzame uitzicht.
Het wereldtop 30 Three Chimneys restaurant laat ik maar aan bekakte Engelsen, en probeer in Dunvegan het Old School Restaurant waar vistong met paddestoelen wel raar maar best smakelijk is. Terug, wil ik de B&B gastvrouw niet meer om haar wi-fi code vragen en draai CD’s tot ik over de weg voor morgen boven de Philip’s Navigator wegenatlas in slaap val. Ullinish lijkt een cosmopolitisch oord als ik met 2 Parijse jongemannen en 3 Canadese dames ontbijt, Frans pratend achter de rug van de B&B gastvrouw.
Uig zie ik vanuit de hoogte : ferry kade naar Harris en Uist, winkel met tankstation, hotelletje plus handvol uitgestrooide witte huisjes; that’s all. Over eenzame hoogten met uitgebloeide heide beneemt het uitzicht op de Quaraing me de adem zolang de opzettende mist het toelaat, en onderweg verbazen clan-kerkhoven in the middle of nowhere.
Nu het maanlandschap van Old Man of Storr zich in lage wolken hult, sla ik een keienweg in die 8 km verder langs watervalletjes opbotst tegen de groene gekartelde muur van een reusachtige ‘cirque’, die in de regen niet op pellicule vast te leggen valt. Schapen bekijken verwonderd de vreemdeling die geen turfplaggen uitdelft maar ze vanuit een autoraampje fotografeert als getuigen van enige beschaving. Vroeg inkwartieren in Portree en inloggen op Google Earth levert me van de cirque opnieuw het exacte beeld dat op mijn netvlies lag.
Zoonlief sms’t dat Portree een gat is met fish and chips. Een paar uur later meld ik zijn ongelijk en laat ik de chef complimenteren vanwege ‘the Belgian’; en dat wil wat zeggen, vertel ik de ober. De chef vergast me op een dram Talisker whisky.
’s Anderendaags zwerf ik de hele voormiddag tussen water en land eer de ferry me naar Mallaig brengt en ik twee uur later de Glencoe pas over ga. Na weer twee uur geraak ik in Ayr waar wegens vroege terugvlucht mijn kamer vooraf geboekt is. Daar vergeet ik de Mortlach in mijn bagage te stoppen.
Zes weken later haal ik die met een 1 € ticket weer op en zet in de geheime bergplaats van het op vakantie vertrokken koppel eigenaars een doos Belgische pralines in de plaats.
De thuisgekomen gastvrouw was in de wolken en zond me de uitnodiging om voor een dram whisky langs te komen als ik weer Prestwick airport aandoe. Dat zal ik doen, later weer eens.
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
donderdag 25 februari 2010 Weer door de ford, verder upnorth. Het stulpje van de Duke of Northumberland, Alnwick castle, benader je door een park met een reusachtige boomhut als schaalfactor. Een tweejarig kind ontdekt blij hoe het de groene gradins af raakt, een jong koppeltje verkent zoenend hoe ver ze vandaag gaan, en hand in hand stapt een stel zestigers op het kasteel af. Drie levensfazen die me met hun indrukken ontroeren. Op alle tinnen en transen van Alnwick kijken stenen beelden goedkeurend toe.
Dan lokt de Northumberland coast. Parkeren achter duingras op 8 meter van een strand dat er alleen voor jou ligt. De bestorven kabbelende branding spoelt je om de enkels onder wolkenflarden in zilte lucht over het eindeloos lege strand. Dankbaar om zoveel eenzaamheid fotografeer je de sandalen waar je uit stapte, als monument voor de solo reiziger : ‘I was here’.
Lord Armstrong bewoont Bamburgh, gigantische burcht bovenop het duin, de kanonnen wijzend naar zee waaruit de Armada en Napoleon werden verwacht. Lindisfarne en Holy Island over 8 km causeway. Op tijd weg om het hoog tij voor te zijn en in Berwick on Tweed neer te strijken. In het tot ‘boutique hotel’ verklaard guesthouse zitten trendy Berwickers te aperitieven voor het avondmaal. De eigenares Elisabeth is een giechelend wicht dat me naar een kamer onder het dak loodst. De meest feel at home design room ever doet me eerst uitgebreid baden bij mijn cd’s waarvoor Elisabeth een op afstand bediende Bose installatie over had. Gelukkig zijn de Berwickers al weg wanneer ik en enige andere gasten genieten van een heerlijk maal. Een pub voor een biertje kan me gestolen worden, en op mijn laptop log ik draadloos in voor een chat. Boutique hotel, dat had Elisabeth niet gelogen.
Over desolate Lammermuir Hills naar Edinburgh. Ik ken het en hoef er in de Usher Hall maar één ding te horen van het muziekfestival : mijn favoriete pianist Ivo Pogorelich, solo. De Engelsman naast mij werkte nog bij IBM in Terhulpen, was naar Brendels afscheidsconcert geweest, maar deze pianist kent hij niet. Na twee Chopinsstukken en Liszts Mephisto Wals bekent hij me in de pauze dat hij iets als dit nog nooit hoorde. Bij Sibelius’ Treurige Wals, terwijl ik ontroerd in mijn zakdoek bijt, smacht hij : ‘Unspeakably posh !’. Ravels Gaspard de la Nuit als slot maakt hem helemaal van de kaart. Hij begrijpt nu waarom ik kwam. Ik zeg hem dat ik alleen maar mijn vergeten kleren kwam ophalen, maar van alles een deugd maak. Ik wens hem evenveel, en behouden thuis.
Morgen rij ik met die zuipschuit naar Skye.
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
dinsdag 23 februari 2010 Alleen reizen was ik niet meer gewend. Tenzij voor zaken, en dat was nauwelijks meer dan een dag het vliegtuig op en naar een beurs, of iets langer naar een congres.
Maar nu: for pleasure! et vakantiereisje met mijn allerliefste petekind in de forever beloved Yorkshire Dales was me weer zodanig bevallen dat ik een hele lade met kleren vergat weer in te pakken. De Maltese eigenaar van Ashfield House wou ze opsturen, maar ik bedankte. Mijn onderpand voor een snelle terugkeer wou ik zelf verzilveren.
In Manchester ruil ik de goedkope blauwgele viegtuigzetel voor de Kia zuipschuit met slechtste geluidsweergave ooit voor CD-tjes die ik als enige gezelschap heb. Niks vrouw aan mijn zij, een half jaar nadat ik de geliefde verloor.
Upnorth tot bij mijn kleren en de Maltees, die me onderwees hoe Malta een republiek werd waar ze links rijden. Dat de Carlos primero uit hun Spaanse tijd na de Arabieren onze keizer Karel de vijfde is, leerde hij dan van mij in plaats van zijn ex uit La Louvière. Zijn nu Amerikaanse vrouw uit Indiana was spionne voor het National Security Agency en kent Frans, Duits, Russisch en noem maar op. Zij ziet en hoort je één minuut en haar röntgen heeft je door terwijl ze je een bulderlach schenkt.
De spionne met bloemen bedankend voor verzekerde bewaring van mijn kleren en me bespaard gebleven Ryanair overgewicht, slinger ik over de passen te midden van purperen hei. Zoveel moois om nu alleen te moeten zien doet me stoppen voor een kiekje en om de tranen te wissen. Een bril heeft geen ruitenwissers.
Newcastle sla ik maar over voor een andere keer. Aan zee zit alles vol en ik wijk uit naar een B&B farmhouse. Wanneer ik er zijn kan, vraagt de eigenaar die nog naar een avondje bij vrienden moet.
Een half uur na het verzekerde tijdstip, in the middle of nowhere twijfelend of het bordje rechtdoor of rechtsaf wijst, stopt een rode jeep om me uitsluitsel te geven: de eigenaar en zijn vrouw, op weg naar hun buren. Naar beneden, een ford door en omhoog naar het enige dat daar staat, zegt hij. En van de andere gasten zal een ‘elderly couple, awaiting me in the conservatory’, mijn sleutel geven en de kamer aanwijzen.
Het heeft niet geregend, ik raak door de ford. Het krant en boek lezend koppel speelt de vriendelijke gelegenheidsgastheer en -vrouw. Geïnstalleerd, rij ik naar Rothbury en eet in een volle pub, vind in het donker de terugweg niet meer en moet het vragen en met niets dan de naam van het farmhouse en ‘ik moet een ford door’. Het laatste is ‘not unusual’ en alleen de naam helpt ‘in this part of the world’.
Het gastenkoppel liet voor mij het licht aan in de conservatory. Niets is op slot, alleen mijn kamer; de eigenaars zijn nog niet terug. ’s Nachts hoor ik alleen de uilen, vier mijlen van het dichtstbijzijnde huis.
Solo is ook zalig. In this part of the world, of course.
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
zaterdag 20 februari 2010 Een gevoelsmens heeft zo zijn evenknie nodig in het onderzoekende. Anders gaat het met de passie geheid fout. En als de passie ook nog eens in de seks is geslopen….dan is het wel heel moeilijk om klaar uit je ogen te zien. Maar alles leert. Het heeft alleen zijn tijd nodig.
Nu heb ik toch wel tijd zat gehad. In cycli van 8 maanden, een wat korte dracht voor de geboorte van iets nieuws, had ik eerst geen seks meer en dan weer wel. Over het waarom is geen betoog nodig. Dat is het leven.
Maar nu, in de negende maand, kijkt Inspector Introspector al een tijd mee over mijn schouder.
Wat ben jij daar aan het doen, man? Amuseer jij je met die dame rot? Waar moet dat heen?
Zo hoor ik hem bezig. Ik buig het hoofd, eventjes besuisd. Ik heb dan al wel tinnitus, maar dat stemmetje heb ik toch gehoord. Negeren kan ik het niet meer.
Je had er dan allang een relatie mee moeten hebben, weet Inspector Introspector nog. Euh…wat zeg je? Hoezo? Het is dat ik het wel weet, maar het blijf verdringen. Hoewel ik het hoe langer hoe minder netjes vind, de momenten uit elkaar aan het schuiven ben, een pendule die heen en weer slingert.
Ja maar zij weet van in het begin hoe het zit, opper ik nog. Inspector Introspector kijkt streng, niet onder de indruk. Game over, zegt hij. Ik sla tilt. Dit had ik niet verwacht.
Wat zal ik nu beginnen? Mep ik Inspector Introspector buiten westen? Neen, zeker een gevoelsmens doet zoiets niet. Ik moet dus leren leven met mijn alter ego. Hem leren zien als mijn grote broer, mijn bewaarengel. Een nieuw leven beginnen. Eerst weer zonder seks. Zien wat moet gezien worden. Doen wat het gevoel uitwijst.
De slinger beschrijft een nieuwe boog.
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
woensdag 3 februari 2010 Het duurde wel een dozijn jaren eer ik er de brui aan gaf. Eigen schuld dikke bult. Ik had op die burgerlijke trouw maar “neen” moeten zeggen, zoals het stemmetje van mijn intuïtie me influisterde. Blikken van twee ouderparen blikten dat in. Dus was ik getrouwd, en nadien ook in de kerk. Met werk en kinderen en huisje bouwen en vakanties was het niet echt snor gekomen, en van het vreemd gaan baalde ik ook al. Ik was existentieel ongelukkig en de breuk maakte het duidelijk: zij is lesbisch. Twee jaar later was zij verhuisd met vriendin en kinderen en raakten we wettelijk gescheiden. Van die kinderen: no more show! Nu 27 jaar later zie ik hen weer, en dochterlief weet mij kerkelijk gescheiden. Wablief? Het onwetend zijn en de haar door moeder vertelde reden maakten nieuwsgierig. Al kan het feit me niet schelen, bij navraag bij de parochie klopt het al van begin 1988.
Dan nog waarom ik niks wist en hoe het kwam. De kanunnik van het bisdom verklaart zich om het ‘werk’ van zijn voorganger verveeld en noemt het abnormaal dat ik niet werd betrokken na het verzoek dat ‘madame ex’ instelde. Als ik hem geruststel dat het me 22 jaar later niet meer kan verdommen en ik er niets wil mee aanvangen, mag ik het dossier inkijken. Ik geloof mijn ogen niet. Ik dacht dat ik alles al beleefde of onderging, maar dit slaat alles. Eenzijdige verklaringen, van ouders en vriendin van madame ex, zelfs van een psychiater die ik niet ken en nooit zag. Wegens ‘extreem agressief’ verklaard besloot het kerkelijk tribunaal om me niet te horen, vrezend voor hun leven.
Wegens ‘zware psychopaat’ verklaard, die zich “bijgevolg nooit of nimmer rekenschap kon geven van inhoud en draagwijdte van het geven van een jawoord” kon het dat kerkelijk huwelijk als “ongeldig verklaard” afdoen. Bedankt, hypocrieten van kerk en wereld. Kan ik nu eindelijk voor de kerk hertrouwen, zie. Voor mij en mijn intussen gestorven geliefde was dat niet nodig. Voor de lesbische ‘madame ex’ was het ook nutteloos: een kerkelijk holebi huwelijk is zelfs niet voor overmorgen.
Dat ‘operatie beschadiging’ haar mij geheimgehouden kroon op het werk moest krijgen en aan toen nog jonge kinderen is verteld, is voor hen en voor mij spijtig geweest. Maar nu ik hen toch weer zie, halen we de verloren jaren wel in.
Moest ik hier ooit iemand tegenkomen: ik kan weer kerkelijk trouwen. Maar let op: ik ben een ‘zware psychopaat’. Een die 26 jaar lang een gelukkige relatie had met een vrouw. Een levend wonder dus.
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
maandag 25 januari 2010 Toegegeven, ik hou daar van.
Een dag of twee zonder kan nog wel. Als ik op reis ben of zoveel te doen heb dat ik er niet aan denk, of bijvoorbeeld omdat seks gewoon goed is.
Ik kan het dus missen. Een prestatie is dat niet bepaald. Ik kick ook niet op presteren. Veeleer ben ik een genieterstype. Dat scheutje sm is dus nooit ver weg.
Er is eindeloos veel variëteit in. Bleek en geurig, strak en getaand, geölied en smeuïg, gebrand en zwart zelfs.
Het ijs, als dat er al is, smelt onder de beroering door lippen en neus, net zo lang uitgesponnen tot de eerste bedwelming. Die komt er onweerstaanbaar, met kleine teugjes die het genot opvoeren. Dit zou eindeloos door kunnen gaan, als ik elke leegte weer wist te vullen. Maar van mijn bron van genot spaar ik graag nog voor de volgende keer.
Haaah…..zalig, Single Malt.
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
zondag 24 januari 2010 Muziek, daar hou ik van. Het was mijn gezel in de hel na kinderroof door de lesbienne waarvan ik 2 jaar eerder voor mijn part gelukkig gescheiden was. Ik bleef de hemel waard, werd me gezegd, maar de roof bleef, de hel. Ik leerde mijn geliefde kennen, de hemel. Hel aan één kant, hemel aan de andere, was ik een wandelend vagevuur. Vier maal 7 jaren, van mager tot vet.
Zwijg me dus over liefde, ik ken ze in soorten en maten. Liefde met je partner die je mag beleven, en liefde die je niet meer kan beleven met je kinderen.
Geluk en liefde, nu de dood er me van scheidde, zijn niet weg. Liefde is geduldig, Tijd doet zijn werk. Na 6 jaar e-mailen met zoon ga ik kennismaken met schoondochter en kleinkinderen. En vond ik dochter op Facebook, praten we en gaan we samen naar muziek luisteren. Zelfs verneem ik nu een kerkelijke scheiding waarvan ik niets wist, al ben ik betrokken partij. Wat zeg ik? Huwelijk om reden die ik niet ken ‘ongeldig’ verklaard. Mij ook goed. Toch kinderen aan overgehouden die ik vanuit hel en hemel of vagevuur kon blijven liefhebben. Die ik nu weer zie. Tot de dood ons scheidt.
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
zondag 20 december 2009 Van die date nog vol, krijg ik die zowat lege tank niet in de gaten. Hoe lang knippert dat lichtje al ? Nevele net gepasseerd, zal ik het wel tot Drongen redden zeker? Niet dus, dat toerental duikt omlaag. Koppeling intrappen, rustig voort bollen, er strekt zich gewillig een extra strook uit voor strandende pechlijders. Met praatpaal. Hallo? Paal blijft stom. Gelukkig weet 1207 in de buurt twee telefoonnummers om iemand te laten aanrukken met wat dieselolie. Alleen hebben die om 23.30 uur geen zin meer. Doe maar een wandelingetje tot Drongen, het is een warme nacht, en daar hebben ze busjes van 5 liter voor zorgenloze rijders. Zo klinkt het, opbeurend. Ok, het is een zwoele nacht en nog 31 graden. Aftellen op de bordjes elke 200 meter. De brug over het Schipdonkkanaal is een bange belevenis : vrachtwagens razen op 1 meter voorbij. Na 2,2 kilometer vertelt een bord ‘Drongen 5000 m.’
Neen, toch liever niet die wandeling. Op een weg onderdoor licht een tankstation op. Dat moet ik hebben. Alleen nog de autowegberm af naar een parallelle landweg die daar uitkomt. Flauwe maneschijn en boomtakken helpen me de berm af. Een gracht scheidt me van de landweg. Springen maar. Gelukt. Het tankstation is onbemand, en niets in zicht waar brandstof in kan. Ik ga onder de snelweg door de weg langs. Weer geluk: het is maar 400 meter tot de verlichte oase die Landegem heet. Maar op dit uur is niemand te zien, er staat geen glas of plastic buiten voor ophaling, en het is gek om er mensen voor uit bed te bellen. Als een clochard zoek ik in publieke vuilnisbakken naar petflessen, grote liefst : 2,5 liter en 1,5 liter zijn mijn buit. Terug naar het tankstation. Vullen is geen sinecure : de flessenhals is een stuk kleiner dan het pistool. 7 liter royaal getankte dieselolie nodig om de flessen vol te krijgen met samen 4 liter.
Vettig goedje. Op stap nu. Maar hoe raak ik nu weer die berm op? Het bakstenen bruggenhoofd is niet opgevoegd en biedt grip….maar niet met in elke hand een plastic fles vol dieselolie. Me aan de struiken naar boven hijsen werkt ook niet; de grond is zo droog en hard dat ik elke keer naar beneden glijd. Dan maar de parallelle landweg naar het Schipdonkkanaal; die brug ligt vast lager dan de wegbrug. Dat is ook zo, maar hier is nog minder licht. Met de maan in de rug het landhoofd beklimmend met in elke hand een volle petfles, kan ik me slecht staande houden. Ook weer struiken vastgrijpend, verlies ik een fles. Ze rolt naar beneden en ik zie ze niet. Eerst die ene naar boven brengen, me terug laten zakken, de andere zoeken en terug omhoog. Oef. Ik vaag me het zweet van het voorhoofd en stoot mijn bril van mijn neus. Gehurkt en al tastend zoek ik die op het zwarte asfalt, mijn hachje riskerend naast de langs zoevende vrachtwagens. Het is 1.15 uur als ik de 2 km terugweg naar mijn auto aanvat. Nu die diesel erin gooien. Vlugger gezegd dan gedaan. Eer ik merk dat de korte flessenhals het klepje niet openduwt zonder mijn vinger erbij, ging de helft van één fles er al naast. Ik schat dat toch 2,5 liter in de tank raakten.
Starten maar. Totale onwil. Geduld, even wachten en nog eens geprobeerd. De motor slaat aan. Zachtjes, een luwte in het verkeer afwachten en vooruit maar. Honderd meter gaat het goed tot het toerental weer zakt en de motor stil valt. Nog maar eens uitbollen en aan de kant op de pechstrook. Het blijft een zwoele nacht, 29 graden is het en 1.45 uur in de morgen. 1207 maar meteen het nummer van de VAB-pechdienst gevraagd. 2.15 uur is het wanneer ik handtekeningen zet onder het forfait voor nachtelijke pechbestrijding voor niet-lid + een jaar lidmaatschap. De hulpvaardige wegenwachter takelt me naar een voltankbeurt in Drongen. Het is 2.30 uur, en over een half uurtje kan ik onder de douche en naar bed.
Het was een leuke date, en een zwoele en avontuurlijke nacht. Voortaan let ik beter op het knipperlichtje.
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties
woensdag 16 december 2009 Als single wordt men geboren, Siamese tweelingen terzijde latend.
Dat zo’n geboren single al gauw een andere single van meestal het andere geslacht bevrijdt en zo zichzelf bevrijdt uit de single status, moet dan wel zelfbevrijding zijn. Maar waar is dat goed voor?
Let eens op die paren en hun gezichten waarin jaren tevreden maatschap of verveling je aanstaren.
’t Is maar hoe je ‘t ziet, of hoe de zelfbevrijding het hun verging. Ja die zelfbevrijding wil al eens fout lopen en dan is het terug naar af: opnieuw single. Of een geliefde wisselt het tijdelijke voor het eeuwige, en de overblijvende paarhelft is de facto een opnieuw-single.
Opnieuw-singles willen evengoed die status weer veranderen en slaan vaak driftig aan het daten. Ik voel wat voor daten. Maar driftig ga ik niet te werk. Dat zou te vermoeiend zijn. Met mijn 57 jaarringen kan ik zelf al een boom opzetten met eender met welke dame die ik mag kiezen.
Maar ik tref altijd - hoe doe ik het? – dames die zoveel narigheid beleefden dat ik me als een therapeut uitsloof en er steeds een nieuwe afspraak nodig is voor het vervolg. Vervolg dat dan natuurlijk niet langer dan een week mag worden uitgesteld, of er komen ongelukken van. Zoals onlangs nog dreigde. Die dame was gescheiden van een vent die een zwaar drankprobleem had. Tenminste, dat zei ze. Ik durfde in vraag stellen of dat nu oorzaak was of gevolg, en van wat dan. Enfin, van het een kwam het ander, en na een uurtje was de dame zo van haar stuk gebracht dat ze eens goed moest overdenken of niet de oorzaak bij haarzelf had gelegen. Natuurlijk kon ik niet anders dan aanbieden om haar de week daarop terug te zien. Wat gebeurde. Snikkend bekende ze dat ze nu zelf naar de fles had gegrepen en er niet meer af kon blijven. Ik gaf het op. Er is wel overal een AA groep.
Kijk, zo blijf ik bezig met dat daten. Ik vraag me af of er nog eens iets gaat uit komen. Ik probeer hoor. Als single denk ik dan aan die bordjes waarop staat ‘single road with passing places’, en snak naar een passing place….of een plotse bots met een swinging single.
Lees verder!
geplaatst door Harry - nog geen reacties