dinsdag 27 juli 2010 Had ik al verteld dat ik een paar dagen ga fietsen? Lekker plat in het Brugse? Nee, hè… Nou, dan zijn jullie nu op de hoogte. Ik ga met ‘gezinnen op de fiets’ twee keer B&B met twee heren. En daar tussenin wordt er gefietst en wellicht nog wat getafeld en gekletst en hopelijk gelachen. Het gaat dus niet om kilometers vreten of om iets onduidelijks te bewijzen. Gewoon fietsen om te fietsen en om het sociale contact.
Maar om toch geen al te slecht figuur te slaan heb ik een beetje ‘getraind’. Lekker plat langs de Dender, dat wisten jullie al. Richting Ninove. Het kan ook richting Aalst.
Jullie weten ook, dat ik oefen in het vragen om hulp. Dat is niet makkelijk maar het bevalt wel. Wat dat met fietsen te maken heeft?
Ik woon in Denderleeuw. En hier zijn 2 dingen belangrijk: het vilbeluik en het station. Het eerste zorgt niet meer voor geurhinder en het tweede is een knooppunt voor pendelaars. We hebben negen sporen!
Als ik naar de Dender wil, moet ik ofwel over een Kemel ofwel door de voetgangerstunnel van het station. Het wordt toch plat fietsen in Brugge, dus kies ik voor de tunnel. Er is echter een probleem: er zijn werken aan het station en je kan de tunnel alleen bereiken via een trap. Met zo’n gootje voor fietsen. Naar beneden met de fiets was niet gemakkelijk. En toen ik dus terugkwam van Aalst had ik me voorgenomen – in het kader van mijn oefenprogramma – om hulp te vragen. Aan om het even wie maar bij voorkeur een man van ongeveer mijn eigen leeftijd. Dat verhoogt de moeilijkheidsgraad van de oefening.
Ik dus de tunnel in en … waarachtig… daar liep een man… Ik was samen met hem bij de trap. En ik vroeg beleefd om hulp. Die kreeg ik en meneer was nog gecharmeerd dat hij een ‘damsel in distress’ had kunnen helpen.
Terwijl we samen mijn fiets omhoog duwden, verscheen bovenaan de trap een meisje met de fiets aan de hand. Ze zag ons bezig en wachtte even. Toen kwamen er drie jongens van haar leeftijd aan…
Ik bedankte mijn ridder-in-nood en stapte op m’n fiets. Vliegt op dat momen het meisje toch wel tegen die drie jongens uit: ‘Wat voor een opvoeding hebben jullie gehad? Zouden jullie niet eens vragen of jullie mij kunnen helpen?’ De drie keken eens schaapachtig, haalden hun schouders op en lieten haar sukkelen. ‘Wel, wel,’ dacht ik zo, ‘blijkbaar stellen jonge meisjes enige ridderlijkheid op prijs. Maar onze jongens zijn dat niet meer gewoon. Schuld van de meisjes zelf, vrees ik. Toch ben ik ervan overtuigd, dat een vriendelijke vraag van haar de ridder in de jongens gewekt zou hebben. Schelden is geen goeie strategie.' Ik grinnikte en trapte lustig richting thuis. Nog even die lichte helling…
Lees verder!
geplaatst door Lievl - 1 reactie
maandag 19 juli 2010 Ik ben dus gisteren naar Mechelen geweest. Op de Schoenmarkt zou er gedanst worden, Israëlisch. Ik heb dat heel vroeger ook gedaan, volksdansen bedoel ik. Vandaar…
Met de trein stond ik voor een habbekrats in Mechelen. En twee vriendinnen op hogere leeftijd dan ik hielpen me met de bus. Ze trekken ’s zondags altijd de stad in maar van dat dansen wisten ze niets. We namen afscheid bij de bushalte.
Ik wandelde nog even Bruul uit. Ik hoorde muziek: een fanfare!? Had ik me vergist van datum of zo? Dat gebeurt. Maar nee, de fanfare stond op de Grote Markt en ik moest de Schoenmarkt hebben. ‘Waar ons Margriet staat. Daar moet je zijn.’
Mijn naamgenote heeft een mooi overzicht over de pleinen van Mechelen. En die pleinen zijn ook keurig aangelegd met kleine, ja, hoe heten die dingen… klinkertjes? Wel een beetje ongelijk. De terrassen waren gezellig gevuld. Ik flaneerde voorbij.
Ik had m’n leuke nieuwe rode schoenen aan. Klein hakje. Voor de zekerheid had ik ze al een paar keer ingelopen. Ik heb nogal een tere huid en nieuwe schoenen veroorzaken gemakkelijk blaren. Maar ze zaten goed, m’n schoenen. Dat kwam wel in orde.
Op de Schoenmarkt klonk inderdaad Israëlische muziek. Leuk! Toen viel het mij op, dat iedereen sportschoenen droeg. Mmm…
Even geïnformeerd over hoe het met dat dansen zat. Werd er iets aangeleerd? Nou, niet echt. Dat was een tegenvaller, want ik was daar wel voor gekomen. Maar de kinderen gingen enkele dansjes leren. Of ik dan daarmee mocht meedoen… Geen probleem.
Het was allemaal heel ongedwongen en ik had een fijne sociale babbel. De kinderdansjes waren trouwens niet zo simpel. Eentje ging alsmaar sneller en sneller. Ik was echt buitenadem. Dolle pret.
Er waren enkele mensen uit het Aalsterse en ze vertelden me dat ze in september met een beginnerscursus starten. Dat lijkt me wel wat. Goed voor mijn lijf, mijn verstand en mijn gevoel.
Ik veroverde een vouwstoel en algauw zat er een kleine op m’n knie. Samen keken we naar de volwassenen. Die draaiden en sprongen, sommigen zwierig en anderen vooral hun pasjes tellend. Ik heb wel eens beelden uit Israël gezien met een plein vol dansende mensen. Gemeenschapstichtend noem ik dat. Samen verbonden zijn in de dans. Jong en oud, mannen en vrouwen, kinderen… Rijen en cirkels door elkaar krioelend en toch eensgezind. Dat vind ik mooi.
Het plein hier was lang niet vol… en ik kon niet meedoen… Toch genoot ik: van de schaduw, het menselijk contact, de muziek, een ijsje (één bol), de sfeer...
Om vijf uur nam ik de trein terug. Ergens tussen Mechelen en Brussel Centraal merkte ik het: ik was m’n rechterhakje kwijt. Die afschuwelijke klinkertjes! Voorzichtig pikkelde ik door de trein en het station, want ik wou m’n schoentje niet verder beschadigen. Ik had er eigenlijk wat verdriet over. Grappig hoe snel ik me aan een goedzittend schoentje hecht.
Mocht er dus iemand in Mechelen op de Schoenmarkt (nomen est omen) een hakje gevonden hebben, het is het MIJNE!
P.S. Vandaag naar de schoenmaker in Ninove gefietst en genoten van het tochtje langs de Dender: de lucht langs mijn lijf, het lome water, het pasgemaaide gras, het zoemen van m’n fiets… Had ik eigenlijk aan mijn verloren hakje te danken…
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
maandag 12 juli 2010 Waar was ik ook alweer gebleven? Oh, ja, mijn haag en de hulp die ik daarbij kreeg…
Er werd een beetje over en weer gemaild i.v.m. die haag en uiteindelijk werd er afgesproken: dinsdag 5 juli om 9u.
Maandagnamiddag begon ik al aan het lage deel. De gedachte dat er hulp zou komen gaf me goede moed. Het gereutel van de haagschaar klonk me als muziek in de oren. Repetitieve muziek… met hier en daar een dissonant als er een takje te dik was. Tegelijk gonsde de mantra door mijn hoofd: ‘Help will come.’ (Matt Damon in ‘Invictus’, echt mooie film.)
De wekker stond op 8u. Dan kon ik me op mijn gemakje nog mentaal voorbereiden op de klus.
Ik was eerder wakker en lag te soezen in afwachting van het gezoem van m’n wekker. Toen ging de deurbel. Ik schoot recht, veerde m’n bed uit en haastte me naar het raam. Was de hulp er nu al? Of was de postbode vroeg? Het was de hulp!
Met een ‘amai-gij-zijt-vroeg’ stak ik m’n versufte hoofd naar buiten. ‘Ik kom direct.’ Vlug wurmde ik me in m’n vuile werkkleren: jeans, oud hemd, knalgele crocks. Even later was ik daar heel blij om.
Ik was nog niet helemaal onder de levenden maar ik herinner me die eerste minuten goed. En ik dacht: ‘Oh, wee… Wat gaat dit worden…’ Gelukkig sloeg de toon om tijdens m’n ontbijt. Ik denk dat mijn mannelijke outfit er voor iets tussenzat. Het kan natuurlijk ook m’n bedenkelijke gezicht geweest zijn. Tja, ik kan en ik wil niet ontrouw zijn aan mezelf. Ook niet tegenover iemand die mij hulp biedt. Maar ik kan dat wel netjes zeggen, hoor. Ik houd het bij een ‘Ik persoonlijk zie dat anders.’ Nog nooit problemen mee gehad.
We hebben samen hard gewerkt en het zou ongepast zijn om ook maar één kwaad woord over mijn helper in te tikken. Ik houd het dus bij de cijfers: we hebben op een kleine vier uur 264 kg verwerkt. Het weer zat mee en alles ging vlot. Tussendoor even gepauzeerd, van een gezellige maaltijd in de tuin genoten en tenslotte de boel naar het containerpark gebracht. Ik was echt dankbaar voor de hulp. Die dankbaarheid ook financieel uitgedrukt. Dat was even lastig, want ik mocht kiezen hoeveel ik gaf.
Mijn redder in nood zag zichzelf hier de volgende jaren terug aan de slag. Maar dat ken ik ondertussen… Ik leef snoeibeurt per snoeibeurt, één met ne keer. Volgend jaar zie ik wel weer hoe het loopt.
Dat ben ik dus aan het leren: hulp vragen, desnoods duizend keer, en erop vertrouwen dat er altijd iemand zal komen helpen. Niet zo simpel voor mij.
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
dinsdag 6 juli 2010 Zalig zij die om hulp vragen… aan om het even wie, want zij zullen geholpen worden. (Vrij naar Mattheüs 5)
Vandaag de dag vrouw zijn, is niet vanzelfsprekend. Je wordt verondersteld je mannetje te staan, een vrouw met ballen aan haar lijf te zijn (vreselijke gedachte, toch, heren… stel je voor…), zelfstandig te zijn. Eigenlijk de hele tijd zeggen ‘ik ben (even sterk als) een man’. Dat is echter helemaal niet waar. Oké, er zijn uitzonderingen… Maar doorgaans is een vrouw fysiek de zwakkere partij. Dat mag ik uiteraard niet te luid zeggen. Dat is niet 'politiek correct'.
Ook op het vlak van seksualiteit houdt de maatschappij ons een leugen voor. De norm die ons als waarheid aangepraat wordt, is die van een onverantwoordelijke adolescent, en mannelijk. (Oeps, daar komt het eerste rotte ei. Gelukkig is het geen tomaat. Dat zou pas erg wezen.)
Ik ben een vrouw en ik ben daar blij om. Toegegeven, het is leuk om sterk te zijn en alles in je eentje te kunnen. Je eigen belang voor dat van een ander stellen, vind ik een minder mooie eigenschap maar ik probeer het te leren.(Ja, heren, het spijt me, maar jullie zijn geboren egoïsten, niks aan te doen. Oké, sommigen werken eraan. Maar lang niet genoeg van jullie, zowel in aantal als inzet.) Anderzijds… ik wil een vrouw blijven, verbondenheid belangrijk vinden en… hulp durven vragen. Dat is heel moeilijk. Dat is bijna ‘not done’.
My home is my castle… and my garden a pain in the neck :s.
Wekelijks maai ik dapper mijn gras en strijd ik de ongelijke strijd tegen het onkruid tussen mijn bloemen – een strijd die ik nooit winnen kan. Maar mijn haag… mijn haag is mijn Armageddon, een veldslag die ik niet kan strijden zonder over mijn fysieke grenzen te gaan. Op zichzelf lijkt dat niet zo rampzalig. Het lichaam heeft echter ook zijn rechten. En blijkbaar heeft iemand mijn lichaam daarop gewezen en het klaagt mij aan. Dus moet ik op zoek naar hulp .
‘Ik hef mijn ogen op naar de bergen. Waar komt mijn hulp vandaan?’
Eigenlijk was mij hulp beloofd. Toen ik erom vroeg, kreeg ik een ‘ik-vind-het-vervelend-om-je-teleur-te-stellen-maar-ik-doe-het-toch’. Njet dus. Yep, van een man.
In mijn kennissenkring is iedereen aan het verbouwen, teveel overuren aan het maken, et caetera, et caetera (ja, ik toch voor íets de Latijnse gedaan). Voor professionele hulp moest ik wachten tot in september. Het enige wat ik nog bedenken kon, was de sprong in het duister: hulp vragen via het internet. Dat deed ik dus.
Op elke site die ik bedenken kon, legde ik mijn probleem voor. Ik sprak er zelfs de Grote Baas voor aan. En dan bedoel ik niet de één of andere admin.
Mijn profiel kreeg opeens heel veel belangstelling. Sommigen reageerden met een berichtje: soms onnozel, soms gewoon om te zeggen dat ze zo ver geen haag snoeiden, som om een telefoonnummer door te geven, soms ...
Eén iemand wou wel helpen. Een Westvlaming. Van 72 jaar. Eerst was ik beschaamd. Mocht ik hulp verwachten van iemand van 72? Anderzijds, als iemand wil helpen, mag ik dat dan afwijzen, omdat ik vind, dat die daarvoor te oud is. Dat is beledigend. Inderdaad, een typisch vrouwelijke reactie: bezorgd zijn om de ander.
Ik besloot de hulp te aanvaarden.
(Wordt vervolgd)
Lees verder!
geplaatst door Lievl - 5 reacties
woensdag 9 juni 2010 ‘’t Zijn merkwaardige tijden,’ denk ik, terwijl ik Luc – ik noem hem voor het gemak maar zo – uit mijn contactlijst verwijder. Hij heeft er nog geen kwartiertje ingestaan. Hoe dat zo gekomen is? Omdat hij neo-neo-romantisch is.
Luc had mij een berichtje gestuurd met zijn privé e-mailadres en ik had daarop gereageerd, dat ik gerust verder kennis wilde maken. ‘k Had hem ook mijn blogadres gegeven en verwezen naar een website waar ik wat aan meewerk, zodat hij de mens achter het profiel een beetje kon leren kennen.
Ik kreeg vrij prompt antwoord dat ik aan zijn msn-contacten was toegevoegd.
Gaf me een aangenaam gevoel.
Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik met buien msn. En op dat moment was die bui even over. Het heeft dus wel een tijdje geduurd voor hij mij online kreeg. Het was echter een ervaring die ik niet snel zal vergeten.
Ik kreeg een ‘hallo’ en meteen de vraag, wat ik van zijn profiel vond. In alle eerlijkheid en met enige schaamte moest ik erkennen, dat ik dat niet meer wist. (Onvergeeflijk, ik weet het, ik weet het… Slechte strategie…) Hij deed daar niet echt moeilijk over en vatte snel even voor mij samen. Hij was: zachtaardig, romantisch en met gevoel voor humor. Klinkt goed, hè? Dacht ik ook. En zei ik ook.
De volgende vraag was, of ik belangstelling had voor een LAT-relatie. Ik vond dat echt romantisch :s. Onnozele ik maar denken, dat hij voor een vriendelijk praatje ter kennismaking kwam. Enfin, ik stelde mijn fantasie van romantisch meteen een beetje bij. Mijn vingers tikten ondertussen, dat hij nogal direct was en dat ik daar niet in geloof, in LAT-ten, bedoel ik. ‘Ook niet in het begin?’ Mmm… Het is natuurlijk niet de bedoeling om meteen bij iemand in te trekken of mijn huisje vanaf dag één met een wildvreemde te delen. Ik wil gewoon niet in een ‘friend-with- benefits’-situatie terechtkomen. Misschien vinden anderen dat romantisch, het is niet wat ik verlang.
‘Of ik bereid was te verhuizen?’ Tjonge, ik zwijmelde van zijn belangstelling voor mij.
Als je een nieuwe relatie begint, is het belangrijk dat je samen een ‘thuis’ creëert. Intrekken is wel handig maar handig is niet altijd het beste. Dat is mijn overtuiging en ik sta daarin niet alleen. Ik ben dus bereid om te verhuizen maar niet naar M. bij A., waar hij woont, want ik werk in D. en Z. bij G.
‘Wel, dan kunnen we er nu al mee stoppen,’ was het antwoord.
Mij best, hoor. Nog succes gewenst, natuurlijk.
Ik was heel even van mijn melk. Zo snel was het nog nooit gegaan. Echt een romantische chat, toch? Ik noem het neo-neo-romantiek of pragmatiek. Of gewoon praktisch en realistisch? Het is in elk geval het diepste verlangen van een vrouw :(. Een vrouw die gelooft, dat mensen praktische bezwaren kunnen overwinnen als ze elkaar graag zien.
Blijven dromen, Lievl. Blijven dromen… en ‘verwijder’. Maak meteen ook je prullenbak leeg.
Lees verder!
geplaatst door Lievl - 6 reacties
donderdag 3 juni 2010 Je hebt zo van die dagen, dat het allemaal meezit. Vandaag was er zo eentje. Wie dus kickt op rampscenario’s en dramarelaties klikt maar beter door. Dit wordt een verslagje voor de positivo’s onder ons. Zij die blij zijn met klein geluk.
Het begon vanochtend toen ik niet de behoefte voelde om zo lang mogelijk tussen het warme dons te liggen. Ik veerde recht, zonder gekreun, rekte me en stapte warempel zomaar uit bed. Ook het dons deed geen enkele poging om me te terug te lokken. Blijkbaar had het mijn lichaamstaal begrepen: ik wil vandaag de wereld verzetten. Ja, ik weet het, dat klinkt wat grootsprakerig. Ik mag eigenlijk al blij zijn, als ik een steen in een rivier verlegd krijg in m’n leven, volgens Bram. Dat zou de loop van de rivier veranderen… Wel, Bram, misschien ben jij tevreden met een steen… ikke vandaag niet.
Dus, dat bed uit en de wereld in. Verzetten die handel!
Eerste leuke verrassing: de éénmalige jobkorting. Oké, ’t is slechts één keer maar vandaag leef ik in het nu en in het nu heb ik die korting. Jullie ook, toch? Ik weet zelfs al waaraan ik ze ga besteden. Ik ga heerlijk decadent een nieuwe gitaartas kopen.
Maar eerst een broodje cottage cheese op en dan de boekentas in de auto en naar school.
De verkeerssituatie rond de school is eigenlijk vreselijk deprimerend. Al een half jaar moeten we door de modder ploeterend onze boterham gaan verdienen. Bij regenweer heeft het iets van de loopgravenoorlog van 14-18. Gelukkig zijn er, voor zover ik weet, nog geen doden gevallen. Ikzelf ben wel eens tegen de vlakte gegaan. Maar dat is het verleden en ik heb er geen ernstige letsels aan overgehouden. Vandaag is het droog en een deel van de werken is voltooid. Er is zelfs al parkeerplaats. ’t Is wel een eindje lopen, maar da’s gezond.
Ik parkeer. Naast me stopt een andere auto. Een moeder-en-kind van allochtone afkomst stappen uit en willen richting voorschoolse opvang lopen. Mijn blik valt op het ichtus-teken op de bumper en … mijn mond gaat vanzelf open. Ik spreek haar aan. Misschien nog een nawee van Pinksteren?
‘Mevrouw, mag ik U iets vragen?’
‘Tuurlijk.’
‘Ik zie dat U een visje op uw auto heeft. Dus U bent christen?’
‘Inderdaad.’
‘Mag ik weten welke ‘soort’?’
De vrouw maakt een wijds gebaar. ‘Is dat nu zo belangrijk?’
‘Nee, hoor. Ik ben gewoon nieuwsgierig.’
‘Ik ben evangelisch christen.’
‘Nou, ik ook zoiets.’
De vrouw omhelst mij spontaan en slaakt een ‘Amen!’
‘Ziet U dat gebouw daar aan de overkant van het plein. Dat is een gemeenteschool. Ik geef daar les, protestants-evangelische godsdienst. Uw kind kan daar 3u per week onderwezen worden in zijn geloof.’
‘Ah, dat is interessant. Heeft U een kaartje of zo?’
‘Nee, maar U kan zomaar langskomen, hoor. En het verplicht tot niets. Ik wou gewoon, dat U dat wist, vanwege het visje.’
De vrouw komt duidelijk in tijdsnood en ons gesprekje eindigt met een vriendelijke zwaai. ‘Ik heet Nicole,’ zegt ze nog. ‘Oh, ik Margriet. Daag.’
Vol verwondering over mezelf stap ik verder. Dat heb ik nu nog nooit gedaan: reclame maken voor mijn vak. En het was nog leuk ook.
Mijn leerlingen zijn hun vrolijke en van goeie wil, zoals gewoonlijk. De morgen kabbelt rustig voort.
Om halftwaalf ben ik klaar. Nu moet ik naar Aalst om mijn gitaar op te halen en even langs de vakbond om het papiertje voor terugstorting van de syndicale premie in te leveren.
De vakbond is vandaag uitzonderlijk dicht. Ik gooi het papiertje dan maar in de brievenbus en vertrouw erop, dat het in orde komt.
Het centrum van Aalst in. Hier heb ik eigenlijk een hartgrondige hekel aan. Da’s hier altijd file en nu zijn er nog werken in de straat waar ik zijn moet ook. Lap, alles zit muurvast want een gezellige buschauffeur heeft zich in een onmogelijke situatie gereden. Wat nu? Nog tien minuten en de winkel is dicht. Ik zet me aan de kant, laat m’n vier pinkers flitsen en stap snel door naar de muziekwinkel. Achter mij lost het verkeersprobleem zichzelf wel op.
M’n gitaar is hersteld. Er was een sleutel gebroken en er moest dus een nieuw mechaniekje op. De prijs valt reuze mee. Het instrument heeft een aangename klank en is dus best herstelling waard. ’t Is de charme van m’n lessen: zingen met live gitaarbegeleiding.
Ik koop meteen die nieuwe, opgevulde tas voor mijn trouwe, rammelende bondgenoot. De oude tas is niet meer om aan te zien. En levensgevaarlijk: ik was met m’n voet in een loshangend oor blijven hangen en heb zo een smak gemaakt op weg door de loopgraven. Gelukkig was het niet ernstig, want eigenlijk mocht ik daar niet zijn, in de loopgraven bedoel ik.
Ik vraag om een betalingsbewijsje. Goede maatjes met de fiscus. Ja, ik ben een bonnetjesverzamelaar. Wel een slordige. Enfin, ik krijg het, zonder trammelant.
Terug de wagen in en even langs een vriendin. Zij heeft verfwerk laten doen met dienstencheques en ik denk daar ook over. Het verfwerk is niet beter gedaan dan ik het zou doen… maar wel minder vermoeiend. Ik houd het nog even in beraad. De uitnodiging om te blijven eten sla ik af. Ik heb zelf nog één en ander wat klaargemaakt mag worden. Dus: weer de auto in en op naar de volgende halte: thuis.
Hèhè… Eerst m’n gitaar stemmen en uitproberen. Aah, het vertrouwde geluid doet me deugd. Ik besef nu pas, hoe erg ik het gemist heb. Even genieten van een liedje. In mijn fantasie staan mijn leerlingen naast me te glunderen van hun zingende zelf.
Dan mijn persoonlijk interpretatie van de goede huisvrouw. Dat verslag bespaar ik jullie. Maar gewoon even melden, dat ik het wel kan. Tussendoor mijn schatten van orchideeën verwend en m’n roosjes geoogst. Hoe meer rozen je wegknipt, hoe meer er komen. Natuurlijke logica. M’n living geurt. M’n keuken ook… maar anders.
Hola, mail uit Nederland… Of ik de bladmuziek van één van m’n kinderliedjes kan doorsturen. Een koordirigente vindt mijn liedjes leuk. Wow! Dat is een opsteker die kan tellen. Geliefd in Nederland. Ik antwoord meteen.
En voorwaar post van 50+. Ik had gereageerd op een oproep in verband met fotografie en computer. Steeds bereid om bij te leren. Benieuwd of het er ook echt van zal komen.
En zo vloeit vandaag de ene positieve gebeurtenis over in de andere. Ik vind zelfs verloren gewaande formulieren terug. Natuurlijk waren er enkele mindere momentjes, maar die wegen niet door. Echt een welbestede dag.
Morgen maak ik er weer eentje.
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
zaterdag 29 mei 2010 Pinksterzondag was goed geweest: m’n zangdienst in de kerk was redelijk verlopen, in de namiddag een groepswandeling in het Pajottenland, mooi zonnetje, vriendelijke mensen en een aardbeienorgie als afsluiter. Daarna nog bezoek van de jongste spruit van de familie… Ik was best tevreden. Alleen zijn vind ik niet makkelijk, maar soms toch wel. Ik trad de volgende dag dan ook vol vertrouwen tegemoet.
Ik zou naar Knokke gaan, naar de Vlindertuin en dan effe pootjebaden. En er zou iemand meegaan. Een jonge kerel waar ik af en toe eens mee klets. Meer een soort neefje voor me.
Zaterdag had ik een berichtje gekregen van iemand die iets met mij wou gaan drinken in Knokke. Mij best. Iedereen mag met mij iets gaan drinken. ’t Leek me een mooie afsluiter van de dag. Ik vond wel, dat mijn neefje daar ook zijn zeg in mocht hebben. Met hem had ik tenslotte het eerst afgesproken.
Geen reactie.
Ik ging met de trein. Hoef ik me weinig zorgen te maken en geen parkeerplaats te zoeken. Met m’n neefje had ik aan het station van Knokke afgesproken.
Toen ging het even fout: in Knokke geen neefje te zien. Ik was wat teleurgesteld. Dat ben ik van familie niet gewend. Van niemand eigenlijk. Maar goed, ik besloot me er niet te lang aan te ergeren, vooral omdat de situatie er niet door verandert. (Of ik hem uit mijn testament geschrapt heb? Tuurlijk.)
Het zonnetje scheen zalig, de mensen waren opgewekt en ik nam de bus naar de vlinders. Cameraatje in de aanslag en ticket in m’n tas.
Nu viel die Vlindertuin in afmeting een beetje tegen. Ik had het wat grootser gezien. Da’s één van mijn mindere kantjes: ik verwacht altijd nogal veel als men voor iets reclame maakt. Toch wil ik dat kantje aan mezelf niet veranderen. De enige andere optie is cynisme en dat vind ik erger dan nu en dan een teleurstelling.
Gelukkig waren de vlinders talrijk en prachtig van kleur. Vooral de grote, blauwe zoog ik met m’n ogen op. Zo’n intense kleur die direct mijn ziel raakt. Vastleggen met de camera lukte niet. Ze waren te dartel aan het flirten en hadden nooit behoefte aan rust. Ik zag ook bijna volledig doorzichtige exemplaren. Zo teer, nauwelijks een streepje rond niks.
Het was een beetje tropisch zompig in de serre. Prima voor orchideeën. Die hebben de reputatie lastige tantes te zijn, zelfs wispelturig. Niets is minder waar. Als je de moeite neemt om rekening te houden met hun hart, schenken ze je wekenlang transparant geluk. Voor heel weinig. Jaar na jaar na jaar. Die heb dus wel op de foto. Had ik mijn cameraatje niet voor niks mee.
Ik maakte een praatje met de oppasser. Hij had een enthousiast verhaal over schimmels en spinnen.Tja, iedereen heeft recht op zijn afwijking, hè.
Elke dag moet hij alle planten afspeuren om de vlinders te beschermen tegen ziekten en een vroegtijdige dood in een spinnenweb. Hij toonde me ook het grootste insect op aarde. Dat zat doodstil in een glazen kastje op een tak. Een soort van wandelend blad… Een heel rustig huisdier.
Terug de bus op en even naar het strand. Sms gestuurd in verband met dat drankje. Na wat onduidelijke berichtjes over en weer had ik dan toch de coördinaten: taverne tegenover het station. Vond ik best handig. Benieuwd en welgezind ging ik op weg.
Wat me toen overkwam, begrijp ik niet. Ook niet van mezelf. Ik ga toch proberen het te verwoorden.
Het had iets hypnotisch, denk ik nu. Want het was eigenlijk helemaal niet aangenaam en toch onderging ik het. Een voortdenderende goederentrein van ‘kijk-eens-wie-ik-ben’ dramde uit de hoogte (1,95m) over me heen. Ik snap het niet van mezelf, dat ik bleef zitten. Zoveel ‘machtsvertoon’ om niks. Want ik was niet geïnteresseerd en hij ook niet. Ik wou gewoon een babbel bij een drankje.
Even het gesprek in telegramstijl (ja, hoe moet ik dat aan de jonkies hier uitleggen, een 'telegram'): in België deugt er zo goed als niks – hij woont op een eiland in de buurt van Singapore, maar is voor familiebeslommeringen even hier. Wij, Belgen, zijn lui en zo ongeveer randdebiel. Hij kickt op macht en grote financiële transacties. De hele wereld ligt aan zijn voeten… Alle vrouwen natuurlijk ook. Waarom zoek je dan op een site, dacht ik bij mezelf. Een site waar je trouwens niks goeds aan vindt. Waarom zoek je dan een Belgische? Belgen zijn niks waard.
Natuurlijk moest het gesprek ook over seks gaan. Over iemand graag zien, had hij het niet. Toen werd ik eindelijk een beetje kwaad en zei hem, dat ik zijn taalgebruik en zijn kijk op het onderwerp koud, hard en vrouwonvriendelijk vond. En dat ik het eigenlijk ook niet fijn vond om daar met een wildvreemde over te praten. Het leek wel een wij-mannen-onder-elkaar-tooggesprek. Daar keek hij even van op. Slechts heel even.
Ik heb nauwelijks iets over mezelf verteld. Daar had na de eerste vijf minuten helemaal geen zin meer in. Niet dat ik het niet geprobeerd heb, maar ik voelde me niet gehoord. En dan val ik stil.
Uiteindelijk hebben we elkaar natuurlijk het beste gewenst. Dat was niet helemaal eerlijk van mij. Ik was kwaad. Ik ben het eigenlijk nog. Dom van mij, ik weet het. Verspilling van tijd en energie. Ik word niet zo gauw kwaad maar als ik het word, heb ik wel enkele dagen nodig om weer tevreden te zijn. Misschien versnelt dit blogje het proces.
(Ondertussen is de storm in mijn glas water weer gaan liggen.)
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
maandag 17 mei 2010 Iedereen is ermee vertrouwd. Velen haten haar. Heb ik ook een poosje gedaan, maar daar ben ik mee gestopt. Haten vraagt teveel energie.
Soms kan ik haar handig ontwijken en als ik ‘in the mood’ ben, negeer ik haar gewoon. Maar vandaag… had ik er zin in. In de personeelsvergadering, bedoel ik.
‘Hoezo ?’ hoor ik je bedenkelijk zeggen, terwijl je onbewust de wenkbrauwen fronst en je afvraagt of ik emotioneel wel enigszins stabiel ben. Was de agenda dan zo boeiend?
Nope. Om je de waarheid te zeggen, ik heb nog nooit een boeiende agenda onder ogen gekregen.
Werd er tussendoor een benoeming gevierd? Hapjes en drankjes zijn als incentives voor mij al genoeg. Maar nee, dat was het ook niet. Oké, er was koffie, water en koekjes… maar die kan je bezwaarlijk ‘hapjes en drankjes’ noemen. Die verdienen met moeite de adjectieven ‘eet- en drinkbaar’.
Wat was het dan wel? Iemand een voorstel? (Sorry, ik weet het, de vergadering is achter de rug. Ik geniet gewoon nog een beetje na.)
Het leek nochtans eerst behoorlijk fout te zullen lopen: ik was 25 minuten te laat… maar men was nog niet begonnen. Ik had dus tijd gewonnen. Wat goed van mij. Minder leuk was, dat ik helemaal vooraan moest zitten. Ach, dan was ik in ieder geval lichamelijk duidelijk aanwezig.
Een collega mompelde over een syndicale actie. Ze had nog wel wat anders te doen. Maar zoals gewoonlijk bleef het bij veel geblaat en weinig wol. Twee stoelen verder werd er ook gezucht en gekreund. Rechts van mij zat iemand zijn agenda voor het hele semester te schrijven.
Men begon dan al maar met koffie, water en koekjes. Ik deed opgeruimd mee.
Na 3 academische kwartiertjes gingen we dan toch van start. Een ingehuurde spreekster kwam een nieuw project voorstellen. Het zoveelste. Ik vond haar leren vestje wel leuk. Ik heb er ook zo eentje. Haar laarsjes waren minder. Niet echt dezelfde tint als het vestje. Wel een mooi sjaaltje.
Ze had het over implementatie, telkens weer. Ze is in haar opzet geslaagd, want dat woord is blijven hangen. Eigenlijk deed ze het niet slecht: ze was 25 minuten eerder klaar dan op de agenda stond! We hadden warempel de verloren tijd bijna ingehaald!
Onze computerfreak, de volgende spreker in het rijtje, is best een aardige man. Met wat PowerPoint wist hij even de aandacht vast te houden. Maar toen hij erover begon, dat er gescoord moest worden, haakte ik af en had een praatje met de collega die ondertussen klaar was met haar agenda. Links van mij werd driftig gepend: het slachtoffer op het altaar van structuur, efficiëntie en informatie. De notulist, bedoel ik.
Toen was het de beurt aan mevrouw de directeur. Ze is de kwaadste niet, echt waar. Toch heb ik liever een man als baas. Hoor ik door veel vrouwen zeggen. Mannen staan rustiger op hun strepen, vind ik
Ze heeft altijd leuke vestjes aan, onze mevrouw, bijna couture, haute. Vandaag was het effen bordeaux met zo één grote knoop. Maar vergadertechnisch is ze niet zo sterk. De vergadering verwaterde tot geroezemoes, zoals altijd. Ondertussen ging men ook vlot door met koffie, water… en de tweede koekjeslaag. En weer deed ik zorgeloos en opgewekt mee.
Wellicht is het gewoon het zonnetje dat me blij maakt na die lange winter. Zeker niet de koffie, het water…
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
maandag 10 mei 2010 Geachte lezer,
Als U deze blog wilt begrijpen, raad ik U aan om eerst ‘Zij’ en ‘Usio Conclusio’ te lezen. Dan bent U helemaal mee. Want, ja, wat er een tijd geleden goed uitzag is nu een compleet fiasco. Maar ‘luctor et emergo’ is één van mijn lijfspreuken. Ik heb er zo wel een hele rits. Een andere is ‘Alles sal reg kom’ en ‘Er wordt veel getreurd om wat nooit gebeurt’. Nou, terug naar ‘luctor’
Ik had haar gevonden, weet U nog? Tenminste, op het net. En ik had me ervan vergewist, dat zij in voorraad was. Het leek me bovendien een betrouwbare firma en ik had er dus helemaal geen probleem mee om vooruit te betalen. Want zoals de waard is, vertrouwt ie zijn klanten. Dat is ook zo’n lijfspreuk van me.
Enfin, ik betaalde met m’n credit card in januari, kreeg prompt een bevestiging van bestelling en verheugde me op de komst van m’n lievelingen
Dat duurde wel erg lang. Eind februari nam ik via mail contact op. Zoals U weet ben ik niet de assertiviteit zelve en het kostte me dus heel wat mentale kracht om dat zaakje op te volgen.
Ik kreeg een beleefd mailtje terug, dat heel wat schatjes de strenge winter niet overleefd hadden maar dat men naarstig op zoek bleef om mijn diepe verlangen te bevredigen. Dat stelde me gerust. Ergens moesten er toch nog wel 3 exemplaren te vinden zijn.
Half maart werd ik wat ongedurig. De tijd begon te dringen en straks zou het te laat zijn. Dus verzamelde ik al m’n krachten en nam weer contact op via mail. Opnieuw kreeg ik de geruststellende boodschap, dat ik de hoop nog niet moest opgeven want dat er vlijtig gezocht werd. Ik was niet meer zo gerust. Maar ik heb geduld… Einde maart was dat echter op, want nù werd het hoog tijd. Weer stuurde ik een mailtje en voegde er mijn bankrekeningnummer aan toe. Ik kreeg prompt antwoord: de natuur laat zich niet dwingen en we zijn nog op zoek.
Half april was ik het beu en vroeg m’n geld terug. Uiteraard voegde ik mijn rekeningnummer met IBAN en BIC toe. Als antwoord kreeg ik een keurige mail waarin men begrip opbracht voor mijn ongeduld en of ik mijn rekeningnummer wilde doorgeven. Dat deed ik voor de derde keer. Eind april stond er nog niks op mijn rekening. Weer nam ik contact op om de firma er attent op te maken, dat mijn rekening nog openstond. Half mei kreeg ik een verontschuldigend antwoord, dat men mijn bestelling uit het oog verloren was, maar dat de terugstorting meteen zou gebeuren. Hèhè… Een week later had ik m’n geld terug. Ik had natuurlijk liever m’n lievelingen gehad. Misschien volgend jaar…
Fiasco nummer twee. In mijn onschuld geloofde ik, dat ik echt een ‘vriendin voor het leven’ was voor de alleenstaande man uit het dorp hier, waar ik niks mee had. (Ik had hem echter wel al bedrogen ook al had ik geen flauw idee met wie en met wat. Enfin, dat hadden we uitgeklaard.) Hij had me met een klus geholpen en me beloofd, dat ik altijd op hem rekenen kon. Ik had warempel bijna het aangename gevoel dat mijn welbevinden hem ter harte ging.
Nu waren die gevoelens van mij eigenlijk wel wat gemengd. Ik persoonlijk noem iemand niet zo gemakkelijk een ‘vriend’, laat staan ‘voor het leven’. Hij wel. In zo’n situatie denk ik dan algauw, dat het aan mij ligt. Dat ik te veeleisend ben en misschien wat vlotter met het begrip ‘vriend’ moet omspringen. Over het woord ‘relatie’ doe ik ook moeilijk, naar het schijnt. Maar da’s een ander verhaal.
Enfin, hij had mij nog eens met m’n computer geholpen en zou in de paasvakantie mijn haag snoeien en dan ook m’n computer opruimen, want dat ding is redelijk traag. Dat van die haag leek me niet echt direct zo’n goed idee, maar ik wou zijn sturm und drang niet stuiten. Ik informeerde mezelf voor alle zekerheid en stuurde toen een mailtje om te zeggen, dat die haag nog wat kon wachten. Voor mijn computer mocht hij echter gerust langskomen. De witte Leffe zou klaar staan
Ik heb niks meer van hem gehoord.
Misschien is hij dood. Als ik ‘een vriendin voor het leven’ ben…
Fiasco nummer drie. Via een andere site kreeg ik een uitnodiging voor een ‘date’. Eerlijk gezegd vind ik dat een belachelijk woord, maar kom. Wie ben ik, tenslotte? ’t Is een site waar ik wat vertrouwen in heb, omdat hij christelijk is. Dat is me in het verleden weliswaar al eens zuur opgebroken, maar dat ligt niet aan zo’n site zelf. Dus, nog steeds argeloos als een duif zag ik dat uitje wel zitten. Alleen… er was wat raars. ‘Met eens uit te gaan doen we niemand kwaad.’ Dat schreef ie. Het gaf me een vreemd gevoel, dat ik toch niet helemaal aan de kant wou schuiven. Dus schreef ik terug, dat hij wel iets mocht bedenken want dat ik graag verrast word. We zouden naar Velzeke gaan. Ik wil daar al lang naartoe maar het komt er nooit van. Nu dus wel. Leuk, toch? Ik mailde terug voor een wat concretere afspraak en schreef vanuit m’n open hart dat ik graag iets meer over hem wilde weten. En toen kwam het: hij had eigenlijk een vriendin die hem af en toe belde, maar die hem verder nauwelijks inviteerde. Hij wist niet goed wat hij daarmee moest maar hij wou graag wat gezelschap van een vrouw van zijn leeftijd. Ik moest het uitje niet al te ernstig nemen.
Dat was een koude douche.
Ik ben een waardig mens en heb veel begrip. Ik ben ook een excellente therapeute. Dit was mij echter een brug te ver. Ik heb hem enkele dagen laten stoven. Allicht dacht ie, dat ik niks meer van me zou laten horen. Was ik ook even van plan. Tenslotte heb ik hem geantwoord, dat ik teleurgesteld was. Het uitje kon wat mij betreft nog doorgaan maar… ik wil niet gebruikt worden om een ander jaloers te maken … en … ik wil niks, maar dan ook niks weten over die ‘relatie’ van hem, want ik geef geen gratis therapie meer. Ik ben dat beu, die kerels die bij mij zitten te janken over het vermeende onrecht dat hen is aangedaan.
Onze correspondentie eindigde met een berichtje van hem, waarin hij mij bedankte voor mijn antwoord. Ik ben een goede vrouw (alsof ik dat van hem moet horen) en hij zou mij verder met rust laten.
Terug naar ‘start’.
Dus: volgende zondag ga ik naar Velzeke. Wie wil mag mee (zie oproep). Maar… we gaan voor de Galliërs en de Romeinen. Ik zoek geen ‘vriend voor het leven’ en ik wil niks horen over exen. Wie niet zuiver op de graat is, gelieve elders vertier te zoeken. Begrepen? Ik ben nu even bezig met luctor. Emergo komt wel weer. Dat komt altijd.
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
vrijdag 7 mei 2010 Je bent toerist en je wil … wat meenemen voor het thuisfront. Dan is Granada een grote speeltuin. Je hebt er de brede winkelstraten met dure winkels én de winkelketens die je thuis ook hebt. De winkelketens kan ik weerstaan, de dure winkels … ook. Gelukkig is er nog de soek: smalle steegjes met geurige, open winkeltjes, vol glitter en exotische kitsch waar ik, als ik eerlijk ben, best wel van houd. Voor even. Dus kijk ik en keur ik en wandel ik steegje in, winkeltje uit… Ik zoek totaal overbodige spulletjes die ik zelf ook leuk vind. Dan mag men thuis kiezen en wat overblijft is voor mij.
Plots hoor ik een vrouw zeggen: ‘Ik vind deze wel leuk. Wat denk jij schat?’ Nu heb ik vandaag nog geen Nederlands gepraat, dus grijp ik m’n kans. Ik schuifel kijkend en keurend tot binnen gehoorsafstand en mompel haar toe: ‘Probeer er maar wat af te krijgen.’ De daad bij het spreekwoordelijke woord voegend roep ik naar de eigenaar: ‘If I buy two of these, do I get a discount?’ Eigenlijk verwacht ik een ‘no way’, want ik doe het gewoon voor de sport. Reageert die kerel toch met: ‘Okay, €2.’ De vrouw richt zich tot mij: ‘Zullen we samen…?’ Kopen bedoelt ze, natuurlijk. ‘Goed,’ zeg ik en ik roep: ‘And if I buy three?’ Nou, nee, verder dan zijn 2 euro gaat hij niet. Mij best. Ik vind het gewoon plezierig om een beetje te onderhandelen. Dat vertel ik de man ook en hij moet er eens om lachen.
En zo dwaal ik door de winkeltjes rond de kathedraal. Ik ontmoet een Brussels echtpaar dat voorwaar tweetalig is. De vrouw past een schort met theatraal flamenco-effect: zwart met rode bollen en volants om U tegen te zeggen. Hier in het zonnetje staat ze er prachtig mee. Of dat in de Brusselse keuken ook het geval zal zijn…
Ik vind nog een schattig tasje. Als mijn nichtje het niet wil, kan ik er nog altijd mijn grote zonnebril in kwijt of herwaardeer ik het tot pennenzak. Nog een geldbeugeltje voor wisselgeld. Zo, ik ben tevreden.
Terug in het hotel bewonder ik mijn aankopen. Het blauwe tapijtje is prachtig. Eén en al glitter en glans met hier en daar een spiegelkraaltje. Dan bekijk ik het turkooisen… Oh, da’s een miskoop. Overal ontbreken pareltjes, kraaltjes en lovertjes. Was ik zo gericht op mijn afdingen, dat ik dàt niet gezien heb? Allicht. Zut. Nou ja, niks aan te doen… Gekocht is gekocht. Alhoewel… zou ik durven ruilen? Ik ben een heldin op sokken. Ach, ik kan het in elk geval proberen. Maar ik heb afgedongen… En ik kan pas overmorgen terug naar de soek. Zal ik dat winkeltje nog herkennen? Tijd voor een spoedvergadering met mezelf. Ik besluit het turkooisen tapijtje in mijn mentale ijskast te stoppen en het er pas overmorgen weer uit te halen. Ik weet al hoe ik me ga opstellen: gewoon eerlijk vanuit m’n hart praten. Daar kan niemand tegenop. Tenzij de tegenpartij geen hart heeft? Iedereen heeft een hart, zelfs een koopman in de soek.
Twee dagen later ga ik dus op pad. Het is geen simpele opdracht. ’t Was in de buurt van de kathedraal, de spullen lagen in stapeltjes op een tafeltje dat de helft van het steegje innam. Daar liggen zo’n tapijtjes. ’t Is niet de man van wie ik ze gekocht heb, dus van dat afdingen weet die niks. Goed, diep ademhalen…
Ik doe m’n verhaal en de man kijkt wat nors. Dan schudt hij het hoofd. Die schakering van turkoois verkoopt hij niet. Het is niet zijn tapijtje. Zijn lichaamstaal is klaar en duidelijk: neen, want dit is niet hier gekocht. Ik zie geen verschil in kleur. Hij wel. Eigenlijk best knap van hem.
Teleurgesteld loop ik nog wat door de steegjes. Nou, ik heb geprobeerd. Niks meer aan te doen. Jammer. Terwijl ik mezelf wat probeer te bemoedigen – één van mijn sterkste kwaliteiten – gaan mijn voeten hun eigen gang en … opeens sta ik voor de juiste verkoper.
‘Oh, I am so happy I’ve found you. I thought I never would.’ De man kijkt me vriendelijk maar verbaasd aan. ‘I have to tell you something. I’ve made a mistake.’ De wenkbrauwen van de man buigen zich begrijpend. ‘You remember the two carpets I bought the day before yesterday?’ ‘Yes, I do…’ ‘Well, the bleu one is perfect. I really love it. But the turquoise was a mistake. Could I change it for another one?’ Een nanoseconde staat de wereld stil. De tijd rekt zich tot het uiterste. ‘But of course, no problem at all!’ Wow! ‘That’s reall very kind of you.’ Om de één of andere reden krijg ik een vriendelijk schouderklopje. En ik mag een ander tapijtje uitzoeken. Mijn belangstelling wordt weer naar turkoois gezogen. Ik vind een redelijk gaaf tapijtje, weliswaar zonder lovertjes, maar kom. Ik ben heel tevreden over mezelf. Het open hart heeft niet gefaald.
Opgewekt trek ik verder. Misschien vind ik dat andere winkeltje ook nog. Waar ik dat tasje voor mijn nichtje kocht. Want ik wil er nog eentje. En ja, met een beetje geduld en een goeie portie geluk lukt deze missie eveneens. Deels. Want een gaaf tasje is er niet meer. Overal ontbreekt er wel wat of hangt er wat los. Dat koop ik niet. Tasjes genoeg in de wereld.
De winkelier keuvelt met twee collega’s terwijl hij mij vanuit z’n ooghoeken in de gaten houdt. Als ik zijn winkeltje wil verlaten, stellen die twee zich als een muur voor mij op. Maar ik ben zo in beslag genomen door mijn zoektocht, dat hun imponerend gedrag niet tot mij doordringt. Ik schuif ze gewoon aan de kant en stap tussen hen door. Achteraf realiseer ik me, dat het een manier was om me tot kopen te dwingen. En ik ben blij en trots, dat het hun niet gelukt is. Weer iets geleerd: bluf moet je gewoon negeren. Voor een heldin op sokken heb ik dat goed gedaan. Heel goed zelfs.
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
vrijdag 23 april 2010 Een sauna vind ik niet zo bijzonder. In een heet hok zitten zonder je gesprekspartner te kunnen zien (oké, lichtelijk overdreven) om daarna zo’n koude douche te krijgen, dat je hart in paniek raakt en probeert uit je lichaam te breken, zonder kans op slagen. Nee, mijn idee van leuk is anders. Mijn idee van leuk is ‘een spa’.
Enfin, op de video in de lobby van het hotel zag het er toch allemaal heel goed uit. Bovendien had een Spaanse met kennis van zaken mij aangeraden om eens te hammammen. Maar de stad had een nogal overweldigende indruk op me gemaakt en ik zag het niet zitten om dat hammamgedoe uit te zoeken. Die spa was nog haalbaar. Hij hoorde eigenlijk min of meer bij het hotel, of omgekeerd. Ik dus op pad om een afspraak te maken.
Dat Spaans een wereldtaal is, heb ik geweten. Allemaal jongedames, maar niet eentje die fatsoenlijk Engels spreekt. Gelukkig ben ik nogal volhardend en heb ik er weinig problemen mee om in zo’n situatie een belachelijke indruk te maken. Ik ben ondertussen immers een expert in gebarentaal geworden. Vorig jaar in Portugal geleerd. Wel mijn eigen variant of dialect of hoe je het ook maar wilt noemen. Efficiënt in elk geval. Na wat wapperen en flapperen krijg ik zowaar een Engelse prijslijst onder mijn neus. Daar staat netjes uitgespeld, wat je tegen welk tarief mag verwachten. Ik kies voor de anti-stressbehandeling, toevallig de duurste in het rijtje. En of ik een badpak kan lenen? Ja, dat je graag wilt weten, hoe ik dàt duidelijk gemaakt heb, kan ik begrijpen. Bedenk zelf maar iets. Dit verhaal wordt zo al lang genoeg.
Morgen om 17u30 mag ik komen. Afgesproken.
Afspraken zijn heilig voor mij, dus ben ik stipt op tijd in de spa. Met een handdoek, een sleutel voor mijn locker en een badpak trek ik richting dameskleedkamer. De enige vrouw die ‘yes’ van ‘no’ kan onderscheiden toont mij nadien wat in welke volgorde moet gebeuren. En ik moet vooral veel water drinken en ook wat thee. ’t Ziet er allemaal wel goed uit. Het is een rustig moment, blijkbaar. Een koppel met dochtertje en ik. Verder niemand.
Ik moet gewoon de cijfertjes volgen. Wel mooi betegeld deze ruimte. Maar niet Moors, eerder Grieks, jammer genoeg. Nummer 1 is een douchecabine met 4 knoppen. Na elke sproeibeurt moet ik wat in het warme water gaan liggen. Is niet zo moeilijk. Daar gaan we!
Het water komt langs wel tien sproeiers, wat zeg ik, honderd sproeiers tegelijk. Harde stralen lauw water beuken op m’n lijf, worden langzaam warmer en warmer, zelfs even heet. Is dit nog leuk? Gelukkig duurt het niet lang en koelen de stralen af… tot ijskoud. Dit was niet de bedoeling!!! Mijn hart en mijn longen gaan niet akkoord. Ze willen eruit en ik kan ze geen ongelijk geven. Een licht ‘oooh’ ontglipt me, m’n trots ten spijt. Gelukkig komt er een einde aan de marteling. Waar ben ik aan begonnen? Moet dit zo nog 3 keer? Ja! Maar tussenin mag ik wat verpozen in het bad.
Zwemmen kan hier niet. Drijven wel. Zachtjes, met gesloten ogen. Heerlijk.
Na tien minuten terug in de cabine voor knop 2. Ik weet nu wat me te wachten staat en ben voorbereid. Het is nog een adembenemende zaak, letterlijk, maar ik leer snel. Nadien weer het water in. Beurt 3 vind ik best leuk en bij de laatste beurt ben ik voorwaar een ancien. Ik lach in mezelf wanneer een bleuke haar eerste koude douche ondergaat en een ‘ooooooooh’ niet kan onderdrukken.
Voor ik de sauna in ga, waag ik me aan een kopje thee. Ondefinieerbare smaak, kruidig, niet echt mijn ding. Maar ook dat went snel en met wat suiker is het best te drinken. Even in de ligzetels hangen en dan het walmende zweethok in.
Eerst denk ik dat ik alleen ben. Maar een paar stappen verder blijken er twee dames te zitten. Pffff, warm is het hier. Niet onaangenaam maar zo in m’n eentje vind ik er niet echt veel aan. De dames praten Spaans. Ik niet. En nu heb ik geen zin in wapperen en flapperen. Zij ook niet trouwens. Na een tijdje verlaten ze de sauna. Ik ga even op het hogere bankje zitten. Dit is een moment van reflectie. Waar ben ik mee bezig? Met lief te zijn voor mezelf? Toch wel. Want ondanks de paniekreacties van mijn lichaam vind ik het best fijn. Zo meteen ga ik mezelf flink met ijs inwrijven en dan kom ik hier terug. Geen probleem. En over enkele minuten komt de traktatie: de hot stone massage.
Dit raad ik iedereen aan: hot stones. Behalve dat ik eerst een papieren string aanmoet en met m’n gezicht in een gat moet hangen, gebeuren de heerlijkste dingen met mijn lijf. Het begint met warme olie die door zachte, bekwame, zorgvuldige handen uitgesmeerd wordt. Mmm… heerlijk is dit. Opeens moet ik aan sardines denken. Dat zeg ik ook. Dan komen de warme stenen. Man, man, man… is dit heerlijk of is dit heerlijk. Effekes gaat er een steek door m’n hart en denk ik aan andere handen. En waarom klinkt hier zo van die sentimentele muziek? Kom, terug naar je zintuigen, terug naar je vel. De warme stenen ontspannen me van top tot teen. Blij dat ik mezelf dit gegund heb.
Of ik me wil omdraaien? Willen wel, kunnen is iets anders. Mijn lichaam weegt loodzwaar op de bank. De Spaanse glimlacht begrijpend. Ook mijn hoofd krijgt een beurt. Alle stress wordt weggekneed en –gestreken. Eigenlijk een beetje zoals bij de kapper, wanneer je haar gewassen wordt. Daar kan ik ook zo van genieten. Maar dit is beter, veel beter.
Ik zak weg in het bewustzijnsniveau tussen waken en slapen.
En dan is het voorbij. Ik mag nog een beetje bekomen en moet daarna onder de douche om de olie af te spoelen. M’n huid voelt heerlijk zacht aan. Nu mag ik nog het bad in en de waterronde afmaken. Variaties op eenzelfde thema als hierboven. Alleen het keienlopen is keihard. Zal wel bedoeld zijn als voetmassage. Een paar keer over en weer terwijl warm en koud elkaar afwisselen.
Zo… terug op het droge. Een hele belevenis voor mij, zo’n spa. Enne… ik denk, dat het voor herhaling vatbaar is. Ik beveel het iedereen aan. Dat doe ik niet zo gemakkelijk, aanbevelen bedoel ik, dus... Doen.
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
zaterdag 17 april 2010 Na een rustige vlucht en een rustige landing kom ik in de terminal van Madrid. Opnieuw veel volk, veel Vlaams ook...
Met een beetje vragen en zoeken leer ik waar ik naartoe moet. En ik heb een uurtje de tijd en ik heb honger. Voor €15 heb ik 2 broodjes, 1 gebakje en 1 flesje water. Had ik maar m'n boterhammen meegebracht. Nu nog een tafeltje vinden. Zut, niks vrij... tenzij...
'Do you speak English? Can I sit with you?'
Ik mag en schuif aan bij een dame. Zij is Spaanse maar werkt en woont in Italië en is enkele dagen op familiebezoek geweest. Volgens haar moet ik zeker een hele dag uittrekken voor het Alhambra. Vooral voor de tuinen. Nou, ik houd wel van tuinen, vooral als ik zelf het zware werk niet hoef te doen. En een hammam moet ik ook absoluut uitproberen, zegt ze. En Arabische thee.
Terwijl ik zit te keuvelen, sijpelt er een vreselijke gedachte door m'n hoofd. Ze valt met een plof in m'n maag. M'n ticket voor het Alhambra... afgeprint... in m'n portefeuille gestoken... Maar m'n protefeuille is nogal onhandig en ik heb zo'n vreselijk zakje rond m'n nek hangen met alle nodige kaarten en zakgeld. Op het laatste moment heb ik beslist om m'n portefeuille thuis te laten... met mijn ticket.
Blijven ademhalen. Alles sal regt kom, alles sal regt kom. 8400 bezoekers per dag. Niet één meer. Een bezoek met gids, afhaling bij het hotel... Blijven ademhalen. Niet alles is verloren. Ergens in de virtuele wereld zweeft mijn mail. Ik heb niet gedelete, wat betekent, dat ik mijn ticket nog kan afdrukken. Denk ik.
'Er wordt veel getreurd, om wat nooit gebeurt'. Afwachten, meisje. Alles kan nog regt kom.
De vlucht naar Granada is kort. Een bus naar het centrum staat ons op te wachten. Net een schoolreisje. Afstappen bij Puerto Real en dan zo'n tien minuten stappen. (Ik ken dat ondertussen. De minuten van infobalies zijn altijd langer dan de mijne, vooral als ik met m'n koffer moet zeulen.) De temperatuur is aangenaam. Ik moet nu vooral mijn aandacht naar buiten richten. Aan die ellende met dat ticket kan ik NU niks doen en me er NU lastig over maken, verandert ook niets aan de situatie. Alles kan nog regt kom.
Mooie stad, Granada. Veel fonteinen en hoge huizen. En... sinaasappels in de bomen? In april? Dat moeten er nog van vorig jaar zijn. Of zijn ze van plastiek en opgehangen door de toeristische dienst?
Volgens het plannetje dat ik op de luchthaven kreeg, moet ik er nu zo ongeveer zijn. Even vragen. Daar zit een jongeman te lezen. Het blijkt een Engelsman die hier een jaartje Spaans komt leren. Ik bewonder zijn accent. Hij bevestigt dat ik in de juiste richting stap. Hotel Los Angelos kent hij niet. Maar het is zeker die kant uit. Eerste straat links.
Ik verder zeulen met m'n koffer. Wat heb ik daar toch allemaal ingestopt? Opeens ruik ik iets. Iets heerlijks. Ik hef m'n hoofd: Blauwe regen. Eén van mijn lievelingsplanten en zo giftig als tien vaten arsenicum. Thuis zijn het nog maar knoppen als okkernoten. Hier hangen meters trossen blauwe heerlijkheid naar beneden. Ik snuif en snuif ... Zoete, bedwelmende geur. Transparante bloemen, van blauwpurper naar wit en omgekeerd. Dit is een omen. Alles sal regt kom. Mijn rechterarm begint wat te zeuren. Ik kom voorbij een schooltje dat Los Angelos heet. Als ik nu nog zo'n hotel vind. Ik vind het. Ik ben er.
Ik stap naar de balie. Twee charmante kerels lachen mij vriendelijk toe. Opgelucht vervul ik de formaliteiten. En nu...
'I'm quite happy to be here. But I have a problem. I 've made a mistake and I hope you can help me'. De Spanjaarden kijken mij aan alsof ik in mijn eentje de hele Armada meesleep. Zoveel Engels na elkaar. Langzaam dringt het tot hen door dat ze iets kunnen doen. Iets wat misschien niet tot hun takenpakket en hun functieomschrijving behoort, maar toch. En si, hun gezicht klaart op. Voor €1 kan ik tien minuten op het internet en dan zullen ze mijn ticket afprinten.
'You're angels.' Hotel Los Angelos.
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
vrijdag 16 april 2010 Hoe is het mogelijk? Gisteren alles klaargelegd en ingepakt en vanochtend toch stressy. Dat mijn chauffeur een kwartier te vroeg is en ostentatief zit te zwijgen, helpt niet echt. Enfin, de zon staat stralend aan de hemel, ook al is het ietsje fris. Ik reken op hogere temperaturen de volgende dagen.
Koffer eindelijk in de auto. Granada, here I come!
Ja, ik ga naar Granada. Nou, eigenlijk naar het Alhambra en misschien naar Cordoba. En ja, ik ga in m'n eentje...
Twee jaar geleden ging ik op citytrip met iemand waar ik écht in geloofde. Het bleek een grove inschattingsfout. Vorig jaar ging ik weer met iemand. Iemand waar ik minder in geloofde maar die ik heel graag zie: mezelf. Dat was voor mij niet zo eenvoudig, alleen met mezelf. Het was soms zelfs hard, omdat er nog steeds een sluier voor mijn ogen hing en ik overal verliefde koppels zag. Ondertussen is mijn hart wat meer geheeld en hoewel ik nog wat onzeker ben, zie ik het wel zitten. Mijn eerste heldendaad heb ik al trouwens al verricht: ik heb een man gevraagd om me te helpen met m'n koffer. Hij straalde. Want dit heb ik me voorgenomen: op dit reisje ga ik alleen m'n mannelijke kant gebruiken als dat nodig is. Verder gewoon vrouw zijn en ervan genieten.
Op de luchthaven begint het vakantiegevoel echt. Dit is leuk. Het borrelt in mij. Oei, een massa volk voor Iberia... maar de dame van de business class heeft weinig klanten en ik mag langs haar passeren. Hele meevaller. Zit ik nu in een positieve spiraal? Houden zo!
De tax free shop is een echte speeltuin. Ik ruik en voel en kijk... Wow, een prachtige Indische ring, voor maar € 3000? Mmm, nee, bedankt, ik ben allergisch.
Oh, daar een schat van een buideltje voor m'n wisselgeld: € 99. Nee, bedankt. Eentje voor € 39? Is me nog te duur. Misschien vind ik iets in Granada. Desnoods koop ik wel iets op de terugtocht.
Ik maak een praatje met de dame van de winkel. Blijkbaar koopt zij zowat alles tax free. Maar ze geeft jaarlijks wel een klein fortuin uit.
Veel volk richting Spanje. Maar ook bij de controlegate heb ik geluk... tot het ding begint te biepen. Lichte paniek. Ben ik nu een misdadiger of zo? De mensen van de controle blijven positief. 'Wellicht zit het in uw schoenen, mevrouw.' Ze hebben daar een elektronisch apparaat voor. Best wel spannend. Nee, het zit niet in m'n schoenen. Bij een andere dame wel. En wat nu? Oh, fouilleren? Mmm... het voelt bijna als een massage. Dat zeg ik ook tegen mijn, ja, hoe noem je zo iemand: fouilleerster? Ze glimlacht. Ik mag gaan.
Bij het inschepen heb ik geluk. Mijn rij hoort bij de eerste groep. En ik heb warempel een plaatsje bij het raam. Heerlijk, toch?
Buiten schijnt nog steeds de zon en ook in mij voelt het goed. Blij dat ik er enige dagen uit ben. Achter me hoor ik mensen zuchten dat het warm is. Was dat niet de bedoeling?
Het vliegtuig stijgt op. Er hangt wat lichte mist en mijn foto's mislukken. Schattig toch, dat kleine, blinkende Atomium van ons. En die groene lappendeken met linten van snelwegen... Ik geniet. Oeps, m'n oren klappen dicht en gelukkig weer open. Mijn buren zitten verdiept in zware lectuur: zij Libelle, hij ... tiens, ik kan het niet zien. Vast iets wat hij leest om de artikels.
Het is één uur en ik begin stilaan trek te krijgen. De karretjes lijken in aantocht maar net vóór mijn rij, rij 28, keert de host terug. Ah, daar komen nieuwe trolleys, maar nu rijden ze mij voorbij. Is dit een samenzwering? Vast wel! Weer trolleys, lege. Oké, dit wordt een oefening in geduld. Mijn buurvrouw voelt mijn onrust en ik zeg haar, dat ik wel zin heb in iets. Antwoordt zij mij, dat ik helemaal niks krijg. Dat zou al enkele jaren zo zijn. Nou, Iberia-airlines daalt in mijn achting. Vorig jaar naar Lissabon kreeg ik wel iets. En het rampjaar daarvoor, naar Praag, ook. Natuurlijk geen gastronomische maaltijd, maar toch. Nu zou ik € 6 moeten betalen voor een klein broodje met plat water? Ik blijf nog wel even op m'n honger zitten. In Madrid moet ik overstappen. Ik kijk daar wel eens rond. Volgend jaar ga ik naar Israël. El Al geeft wel eten.
(wordt misschien vervolgd)
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
zondag 4 april 2010 (Wat vooraf ging: Ik moest naar de autokeuring. Er was een probleem. Ik bedacht een oplossing. Ik had een strategie!)
De autokeuring is een mannenwereld, bedacht ik. Machines, lawaai, groezelige handen, enzovoort, enzovoort. Wat valt daar helemaal uit de toon? Een vrouw, natuurlijk! Ja, dat zijn ze niet gewoon.
Makkelijk zat want ik had vandaag toevallig een rok aan. En oorbellen in. Die draag ik altijd. Om de één of andere onduidelijke en vast duistere reden vind ik dat leuk. Oorbellen dragen, bedoel ik. Een rok ligt wat gevoeliger. (Oh, dat klinkt een beetje raar.) Een rok is wat moeilijker? (Klinkt ietsje beter.) Eigenlijk is de rok het probleem niet. Het zijn die nylons die eronder moeten. Die nylons waarmee ik altijd aan stoelen blijf hangen. En die echt niet goedkoop zijn. Maar goed, als de inzet hoog genoeg is… Nylons dus… en laarzen. Vanwege de kou. Goed idee. En dan nog een flatterend sjaaltje… lekker warm ook. Enne… mijn onrustig gevoel opleuken tot ‘afhankelijk en hulpeloos’? Dat moest genoeg zijn. Ook al heiligt het doel de middelen volgens sommigen, voor mij zijn er grenzen. En de grens was hier bereikt.
De afspraak was om 18u. Ik was om 17u al een beetje zenuwachtig en probeerde mezelf wat af te leiden. Jezelf kunnen afleiden is een interessante vaardigheid. Niet dat het zo moeilijk is, hoor. Gewoon je hoofd vullen met andere gedachten. Het vraagt wel enige discipline en het gevaar schuilt in een klein hoekje. Voor je er erg in hebt, ben je met je handen aan het strijken en zit je met je hoofd terug bij je problemen. De kunst bestaat erin met je gedachten bij je handen te blijven. ‘Mindfulness’ noemt men dat, dacht ik. ’t Is eigenlijk heel eenvoudig, maar zo’n cursus is vrij duur. Ik stel het daarom maar met wat ik hier en daar oppik.
17u20 sloegen mijn darmen toch even op hol. Ik maakte me klaar en vertrok. Eerst nog naar het toilet, uiteraard.
Ik reed op benzine en het verklikkertje brandde niet. So far, so good. Had ik nu toch niet beter nog even mijn haar gewassen? Te laat. Ach, als ik mezelf wijsmaak, dat m’n haar goed zit, gelooft de rest van de wereld dat ook.
Bij de autokeuring was het rustig. Te rustig. Normaal staat men hier in 5 files tot op straat. En nu? Eén auto… voor een gesloten poort. Na een paar minuten ging de poort open, de auto reed binnen, de poort sloot. Net een groot monster dat zijn prooi opslokt.
Er stond een auto aan de kant. Ik was te vroeg. Zou ik het erf van het monster al mogen oprijden. Ik stapte uit en overlegde met de andere chauffeur, ook een vrouw en ook te vroeg. Ze ging het erop wagen, zei ze. Als een kleine David reed ze de reus Goliat tegemoet. Ik talmde… Er kwam een andere wagen aanrijden. Een man. Hij reed lijn 5 in. Ik reed achter hem aan, want ik moest daar ook zijn. Even oefenen. Ik etaleerde mijn onzekere gevoel… Yep… de man was één en al medeleven. Ze kunnen het dus echt wel, hè, mannen. Lief zijn en van goeie wil, bedoel ik.
De man en zijn auto werden opgeslokt door het monster. Nu was ik helemaal alleen.
De poort van lijn 4 stond open. Een man wenkte mij. Ik gesticuleerde terug, dat ik op lijn 5 moest.
Jaja, ik mocht komen. Dit was het moment van de waarheid. Ik schakelde over op gas en reed het monster en de man tegemoet.
Het bleek een schat te zijn. Grijs, niet echt knap, maar … aangenaam. Ik toonde mijn onzekerheid – die oprecht was – en hij stelde mij meteen gerust. Zou mijn rok daartoe bijgedragen hebben? Dit voelde heerlijk. Dit ging ik vaker doen. Tonen dat ik ook maar een mens ben, bedoel ik.
Hij nam de auto over. Ik hoefde niks te doen. Angstvallig keek ik naar het lichtje. Nog steeds so far, so good. Ik glimlachte wat zenuwachtig. Hij knikte begripvol.
Op een goeie twintig minuten was mijn auto gekeurd.
‘Rijd U even naar buiten, mevrouw en goed gas geven en rond 2000 toeren houden. Dank U.
Alles in orde. U krijgt uw papieren aan de kassa.’
Het juichte in mijn hart. Ik had het monster getrotseerd en ik leefde nog! Ik voelde me onoverwinnelijk. Langs de kassa passeren was een fluitje van een cent. Wat kon geld mij nu nog schelen. Ik had het gehaald, ik had het werkelijk gehaald.
En geloof het of niet, toen ik het erf van het monster afreed… lichtte de verklikker op. Maar het maakte niet meer uit. Ik zit voor 2 jaar safe. Halleluja!
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
vrijdag 12 maart 2010 (Op de wijze van ‘Mega-Mindy’)
Is ’t een massage? Is het een sauna? Nee, dat ís hét níet. ’t Is de áutókeuring die me vreugd’ en blijdschap biedt. Meen ik dat werk’lijk? Ben ik nu ernstig? Ja, gelóóf mé vrij. ‘k Voel me zalig in m’n auto en ik stond niet in de rij!
Hoe het Mega Mindy verder vergaat weet ik niet. Kan me ook geen lor schelen. Ik ben goedgekeurd! Wóów!
’t Had ook slecht kunnen aflopen, want eigenlijk is er een akkefietje aan mijn auto: één van mijn ‘gasinjectoren’ (???) heeft een probleem. Maar het is niet ernstig genoeg en dus kan de computer bij de garagist niet bepalen welke injector het is. Voor mij persoonlijk zijn alle injectoren gelijk. Eerste, tweede, derde of vierde, iedereen mag er zijn. Ik discrimineer niet. Maar bij de garage doen ze wat moeilijker.
Het vervelende is, dat er op mijn dashboard een lichtje brandt. En daar zat ik mee in. Dat zouden ze bij de keuring zien en… misschien ging men dan moeilijk doen. In het handige en overzichtelijke boekje van minstens 300 pagina’s dat in mijn handschoenvakje ligt, waar ik trouwens geen handschoenen meer bij krijg, alleen nog een rol toiletpapier… enfin, in dat boekje dus, las ik over dat brandende lichtje: ‘Neem meteen contact op met de garage, zo niet veroorzaakt u onherstelbare schade aan uw motor.’ Zoiets pakt mij dus. Want ik ben één van die onnozele wichten, die gelooft wat men in handleidingen schrijft. Zeker als het technisch is…
Volgens de garage kon het allemaal geen kwaad. Het zou alleen nog erger worden en als het erg genoeg was, moest ik maar terugkomen. Maar hoe ging ik dat op de keuring uitleggen? Wat er in dat boekje stond, klonk wel ernstig, vond ik. Ik moest dus zelf een oplossing vinden.
En die vond ik. Gewoon geniaal, al zeg ik het zelf.
Als ik van gas overschakel op benzine, gaat dat verklikkertje uit. Dat is goed voor mijn motor… volgens het boekje. Dus doe ik dat. Ik heb het nogal voor de motor van mijn auto, snap je? Als ik nadien terug overschakel op gas, duurt het een tijdje voor het lampje weer brandt. Voor mij is dat een mysterie, voor anderen gewoon een kwestie van techniek… en… de oplossing. Maar zou ik genoeg tijd hebben om zonder problemen door de keuring te raken… dat was de vraag. En daar kon niemand antwoord op geven. Dat was het risico… of de uitdaging…
Ik bedacht een afleidingsmanoeuvre voor in geval van nood. Ja, door de keuring geraken vraagt wat strategisch inzicht. Nu zou ik mezelf niet direct een groot strateeg noemen. Naast Napoleon beteken ik niks. Zou de keuring mijn Waterloo worden?
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
zondag 7 maart 2010 Ik beken: Inderdaad, ik ben een alleenstaande vrouw met een tuin die een beetje boven mijn fysieke vermogen ligt. Inderdaad, ik ken een alleenstaande man hier op het dorp die mij wat wil helpen, zomaar… Inderdaad, ik heb een oproep gedaan om samen met anderen wat te knoeien in mijn tuin. En als die samenknoeiing zou meevallen, zouden die van mij allemaal – desnoods een gros – mee mogen naar Granada. Ze zouden dat dan wel voor zichzelf moeten organiseren en uit mijn kamer blijven. Lijkt mij allemaal redelijk onschuldig, toch?
Blijkbaar niet meer in 2010…
Als een alleenstaande man een alleenstaande vrouw met een klusje helpt… dan moeten die twee wel iets met elkaar hebben. Bij voorkeur iets seksueels. Zeker als het om twee klusjes gaat. Want gewoon eens iemand helpen, dat is toch not done!
Als die alleenstaande vrouw dan m/VVVVVV uitnodigt om mee te tuinieren… dan bedriegt ze die man waar ze niks mee heeft. Dat is wel heel duidelijk. Aan de man die ze bedriegt, alhoewel ze er niks mee heeft, vertelt iemand die blijkbaar de oproep gelezen heeft en haar foto herkend, dat hij nu zeker niet meer welkom is in haar tuin. Die man begrijpt daaruit, dat de vrouw een relatie heeft en dat hij niet meer louter medemenselijk met haar mag omgaan. En dan krijgt die vrouw een soort van afscheidsmail.
Aangezien ik er een voorstander van ben om onduidelijkheden uit te klaren, mail ik uiteraard terug om de angel uit de relatie te halen. Ik vrees echter dat het 'waar er rook is, is er vuur' als argument tegen mij gebruikt zal worden.
Nee, nee, dit is geen puberaal verhaal. Dit is het leven zoals het is. Want we mogen blijkbaar niet meer gewoon medemenselijk met elkaar omgaan. Dat bestaat blijkbaar niet meer. Hoe vaak zie je vriendinnen nog arm in arm lopen of, nóg erger, voor de gezelligheid samenwonen? Dat durven vriendinnen bijna niet meer. En waarom...? Men legt direct de link (gniffel, gniffel) naar een seksuele relatie. En wie helemaal verknipt is, denkt aan wederzijds dienstbetoon of betaling in natura. In plaats van eerst te denken: Tiens, die komen goed overeen. Fijn voor hen en fijn voor onze maatschappij waarin warme medemenselijkheid nog beleefd en getoond mag worden. Full stop.
Arme wereld.
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
donderdag 4 maart 2010 Ik weet niet hoe het met jullie is, maar als dat groene kaartje in de bus ligt, moet ik toch even slikken. Blijkbaar zijn er bijna 4 jaar voorbij: ik moet naar de autokeuring.
Nu woon ik niet zo ver van een autokeuringsstation, of hoe zoiets ook precies mag heten. En ik dacht: ‘Deze keer ga ik zelf.’ In het verleden had ik die verantwoordelijkheid aan garages overgelaten, die er stevig voor doorrekenden. Ik zei bij mezelf: ‘Ik riskeer het gewoon. En als er wat mis is, moet de garage alleen dàt herstellen.’ Ik vond het heel goed gesproken van mezelf. Je kan tegenwoordig ook online reserveren zo vertelde een collega. Maar eerst gewoon eens gaan kijken.
Dat deed ik dus. Even het terrein verkennen. Ik rijd namelijk op LPG en ik had gehoord, dat je dan een speciale file hebt, een korte. Maar niks pijlen vermelding LPG. Wel allerlei andere dingen, waar ik niet veel wijzer van werd. ‘Dan ga je het toch gewoon even vragen,’ sprak ik mezelf bemoedigend toe. Dat is geen probleem… als je de wagen ergens kwijt kan. Niet op de autokeuring. Hun erf oprijden is gekeurd worden. Bij de buren dan maar. Netjes gevraagd en doorverwezen.
‘LPG, mevrouw? U mag aanschuiven in lijn 1, 2 of 3.’ Geen speciale korte file voor mij dus. Betaal ik daarom extra belasting? En nog een extra keuringstoeslag omwille van die LPG ook… Een mens doet dan eens iets voor het milieu. Mijn groengehalte nam een fikse duik.
In die file aanschuiven vertikte ik. Had ik nu een goed boek bij me gehad… Bovendien was het bijna middag en dan wordt er op halve kracht doorgewerkt. Nee, dit was niks voor mij. Minstens 2u aanschuiven, bedankt. Ik zou dan wel even online reserveren.
Vooral dat ‘even’ moet je onthouden. De site had ik snel gevonden. Ik ben een kei in googlen. Mijn gegevens had ik op één-twee-drie ingetikt. Ik was nu volledig geregistreerd, een waardig lid van de autokeuringsreserveerdersgemeenschap. Hele mondvol als ik het zo lees. Nu nog ‘even’ reserveren.
En toen begon het. Ik kreeg mijn auto niet geregistreerd. Als tweedehands auto uit het buitenland lukte wel, maar zo raak ik natuurlijk niet door de keuring.
Opnieuw proberen dan maar. Weer niks. En nog eens… Komaan… Dit ging toch simpel zijn!
Toevallig kwam mijn vader-op-leeftijd langs. Ik was ondertussen zo gefrustreerd, dat de arme man een beet en een snauw kreeg. Hij begreep, dat hij zijn alleenstaande - zo bijna medior - dochter beter gerust liet. Ik voelde me achteraf schuldig… Dat verdient de lieverd niet. Ik maak het wel goed.
Uiteindelijk lukte het toch. Vraag me niet hoe, want ik heb geen idee , maar volgende donderdag heb ik een afspraak om 18u. En ben ik dan meer dan een uur zoet geweest om die reservatie te regelen, ik zal toch geen 2u in de file moeten staan… hoop ik. Voor de veiligheid neem ik misschien maar best een boek mee.
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
vrijdag 26 februari 2010 Het was juni, een heerlijke zomerdag…
Vandaag wou ik haar vinden. Maar ik wist niet hoe ze heette. Ik wist niet hoe ze eruit zag. Ik wist niet waar ze was. Ik wist alleen dat ik haar zou herkennen als ik tegenover haar stond. Ze zou me betoveren, me raken op mijn kwetsbaarste plek. Ik zou weerloos zijn en volkomen van slag. Me overgeven… heel vanzelfsprekend. Dat wist ik. En ik verlangde naar haar, zoveel, zo ontzaggelijk veel.
Ik trok erop uit. Ik moest haar vinden, want ik had haar nodig. Heel mijn wezen hunkerde naar haar. Haar schoonheid, haar lieflijkheid, haar geur, haar kwetsbaarheid, …
Maar hoe aan mijn zoektocht beginnen?
Natuurlijk… ik moest gaan naar waar er velen waren zoals zij! Daar alleen maakte ik een kans. Dus, ik ging. Ik herinner het me nog zo goed… Vol van haar die ik nog niet kende.
Alleen … ik wist de weg niet. Ik vermoedde slechts ongeveer eventueel waar. Ik reed door kleine dorpen, over landwegeltjes, … stond voor prikkeldraad en moest terug. Ik kan helemaal niet goed achteruitrijden, maar mijn hartstocht hield me gefocust. Het was hier ergens. Misschien net achter die hoek. Oh, nee… niet dus.
Natuurlijk reed ik verloren. Maar ik gaf de moed niet op. Ik moest haar vinden. Ik zou haar vinden. Zij die mijn bestaan een heel bijzondere wending zou geven. Ik wist het: dit was de queeste van mijn leven. Ik kon, ik mocht niet opgeven. De hitte van de dag maakte mijn vastbeslotenheid alleen maar groter. Zoals mijn tong snakte naar water, zo snakte mijn hart naar haar, naar haar die mij zou laven, overvloedig.
En dan… opeens… was ik er. Ja, ik was er echt. Zomaar. Vanaf nu zou het makkelijker gaan, dacht ik. Maar er waren er zoveel, zoveel. Allemaal even betoverend. Mijn middenrif blokkeerde in paniek. Ik voelde me dronken. Rust had ik nodig, heel even… Inademen, uitademen, inademen, uitademen…
Ik mocht mij niet laten afleiden, mij niet vergissen. Zij, mijn enige kans op overleven in deze gebroken wereld.
Toen vatte ik moed. Ze was hier. Ik dwaalde rond, glimlachte naar de andere zoekers. Ze was hier. Het zou niet lang meer duren of wij zouden tegenover elkaar staan. Ze was hier. Ik snoof diep. En nog eens. En nog eens… En… ja… Wezenloos boog ik naar links, keek naar het bordje daar ver beneden mij. Wazig. Ik had even tijd nodig. De mist trok langzaam op … Daar stond het, wit op groen… mijn rosa White Perfume.
(Ik heb ze ondertussen gevonden bij een Nederlandse rozenkwekerij ☺, besteld, betaald … en nu in blijde verwachting van de heerlijkste geur, mijn grote zwakte. Aan al die kerels die zo graag tuinieren: ik vraag jullie om hulp bij het planten.)
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties
dinsdag 23 februari 2010 Stel dat ik wil weten of een man echt om mij geeft. Wat dan?
Iemand zei me: ‘Kijk naar zijn gedrag en luister absoluut niet naar zijn woorden. Mannen zeggen om het even wat om... ‘
Dat sprak me wel aan en ik had het eigenlijk ook ondervonden… maar nooit zo scherp gezien. Toch is het zo: woorden betekenen niks voor een man. Woorden zijn slechts trillende lucht. Soms heel mooi trillend, ik geef het toe.
Iemand zei me: ‘Laat hem werken voor jouw aandacht, voor tijd met jou. Een man waardeert alleen datgene, waarvoor hij werken moet .’ Dat sprak me ook aan en eigenlijk had ik dat ook al ondervonden… maar altijd excuses gezocht voor hem.
Dus voortaan gaat het zo: Levert hij geen inspanning? Moet ik organiseren, bellen, luisterend oor zijn...? Dumpen die handel. Respecteert hij mijn grenzen niet? Dumpen die handel.
Het werkt snel, hoor, zo'n selectie.
Bijvoorbeeld: hij wil een afspraakje, want hij moet toch in de buurt zijn. Dumpen. We hebben een afspraakje, maar er ligt wat sneeuw. Als ik het ervoor over heb en hij niet: dumpen. We zijn aan het chatten en hij krijgt telefoon. Als ik niet belangrijk genoeg bent om die telefoon te laten voor wat hij is: dumpen.
Een man die echt belangstelling voor mij heeft, zal hemel en aarde voor mij verzetten. Doet hij het niet: dumpen, dumpen, dumpen. Mannen zijn dit niet meer gewoon, dus geef ik ze één tweede kans. Slechts één. Of hij leert snel of hij leert nooit. Gedrag in het verleden, gedrag in de toekomst.
Het is het geboorterecht van elke vrouw 'to be cherished, honoured and adored'.
En wat volgens sommigen op deze site de inhoud van daten in Amerika betreft: het is een leugen. Daten is daar gewoon: een goeie tijd hebben samen. En daar moet ‘hij’ in de eerste plaats voor zorgen. Kan hij dat niet, dan ... Inderdaad!
Een geschikte man zal dit allemaal doen. Je geeft hem immers het grootste geschenk, wat je hem geven kan: je laat hem ‘man’ zijn.
Lees verder!
geplaatst door Lievl - nog geen reacties