Home
Dating voor hoger opgeleide singles
Home Facts & figures Succesverhalen Hoe werkt het?

maandag 5 november 2012

De koning die van raadsels hield

Er was eens een koning die heel erg van raadsels hield.

Hij had zelfs een Ministerie van raadselachtige zaken en elke dag zochten de ambtenaren de hele wereld af naar nieuwe raadsels.

Elke morgen bracht de Hofmaarschalk een in rood leer met goudopdruk gebonden boek naar de koning, waarin alle nieuwe vondsten verzameld waren.

De koning hield, zoals gezegd, heel veel van raadsels en kon ze ook goed oplossen.

De meeste gooide hij gewoon aan de kant: pff, veel te gemakkelijk.

Over een moeilijk raadsel moest hij wel eens twee minuten nadenken maar gewoonlijk was hij in minder dan een uur klaar, met wat 37 ambtenaren een hele dag moeite gekost had.

Dan zat hij verveeld op zijn troon, prutste wat aan de rijksappel en zijn kroon zat dan scheef weggezakt op zijn hoofd.

Ach, zuchtte hij dan, is er dan niemand die eens een echt moeilijk raadsel kan maken, ach.

De Hofmaarschalk vond het heel erg om de koning daar zo triestig te zien zitten en hij bedacht een plan.

Sire Majesteit de Koning sprak hij, ik heb een idee.

Is het een raadsel, vroeg de koning hoopvol.

Nee Sire Majesteit de Koning. Ik heb wel een idee hoe we goede raadsel kunnen vinden.

Ah ja, antwoordde die.

Ja Sire Majesteit de Koning, we moeten een wedstrijd organiseren.

Ah ja, antwoordde die.

Een wedstrijd door het hele rijk. Iedereen mag een raadsel insturen en wie een raadsel heeft dat je niet kan oplossen krijgt duizend goudstukken.

Duizend goudstukken, zeg mijnheer de Hofmaarschalk, gij denkt misschien dat die op mijn rug groeien.

Nee Sire Majesteit de Koning, maar denk eens goed na.

U, Sire Majesteit de Koning, hebt al zoveel raadsels opgelost, zoveel heel moeilijke raadsel opgelost dat niemand, een raadsel zal kunnen bedenken wat U, Sire Majesteit de Koning, niet zal kunnen oplossen.

En dus, Sire Majesteit de Koning, zult ge helemaal geen duizend goedstukken moeten betalen.

Dat is verdomme een goed gedacht, dat is een gouden gedacht, zei Sire Majesteit de Koning. Dat doen we.

En dus werd er door het hele rijk afgekondigd: Wij, Sire Majesteit de Koning, hebben verordend en gedeclareerd, dat enz…

De rest kent ge, ik ga het niet herhalen.

De tweede dag al bracht de koninklijke post een grote zak met inzendingen.

En de koning feliciteerde de hofmeester om zijn goed gedacht, las alle brieven die in de zak zaten en gooide ze een voor een aan de kant, gemakkelijk, veel te gemakkelijk.

Na het middageten had hij misschien nog 20 brieven over en voor de koffie was alles opgelost.

De derde dag was de zak nog maar zo groot.

En de koning las alle brieven die in de zak zaten en gooide ze een voor een aan de kant, gemakkelijk, veel te gemakkelijk.

En de vierde dag was de zak nog maar zo groot.

En de koning las alle brieven die in de zak zaten en gooide ze een voor een aan de kant, gemakkelijk, veel te gemakkelijk.

Ach, zuchtte hij, is er dan niemand die eens een echt moeilijk raadsel kan maken, ach

En na de vijfde dag kwam er niks meer en zat de koning weer verveeld op zijn troon, prutste wat aan de rijksappel en zat zijn kroon scheef weggezakt op zijn hoofd.

Maar de tiende dag bracht de koninklijke brieven- en pakjesbesteller een langwerpig pak.

Daarin zat een heel schoon mahonie houten kistje met koperbeslag.

En binnenin zaten 3 koppen, mannenkoppen, fijn uit hout gesneden en geschilderd.

Aan de binnenkant van het deksel was schone krullen geschreven: Zeg mij, wat is het verschil ?

De koning nam de koppen een voor een uit het kistje, hield ze naast mekaar, per twee, per drie, maar hij zag niks.

Mijnheer den Hofmaarschalk, kijkt nu eens goed, ziet gij verschil ?

Die keek heel goed lang en aandachtig, maar toen moest hij toegeven: Nee Sire Majesteit de Koning, volgens mij is er geen verschil.

Zijn ze mij voor de zot aan ’t houden, vroeg de koning en dagen lang zat hij met het kistje op zijn schoot en hij keek, en keek, maar vond geen verschil.

Mijnheer de Hofmaarschalk, dit is een flauwe grap en bij flauwe grappen hoort de nar. Roep mijn nar.

Die kwam in zijn zotskap binnen.

Sire, gij hebt me geroepen, kraaide hij.

Een beetje beleefd hé, snauwde de koning. Wie ben ik?

Sire Majesteit de Koning, lachte de nar en hij maakte een buiteling.

Toen kreeg hij het kistje in het oog.

Och zie toch eens wat een schoon kopkes.

En hij grabbelde ze uit het kistje en gooide ze allemaal de lucht in en jongleerde ermee.

Laat ze niet vallen, riep de koning.

Sire ik heb nog nooit een kop laten vallen.

Wie ben ik ? riep de koning terug.

Sire Majesteit de Koning, en nu met één hand en terug met twee handen, voila.

En hij ving alle koppen op en legde ze netjes terug in het kistje.

Wat is het verschil, gromde de koning.

Sire Majesteit de Koning, het verschil is dat er geen verschil is, dat is dan om zo te zeggen, het verschil van de differentie.

Buiten, brulde de koning, onnozel manneke, buiten.

En de nar buitelde de deur uit.

Daar zijn we niks mee, niks, mijnheer de Hofmaarschalk roep mijn sterrenwichelaar. Dat die maar eens toont dat hij zijn kost waart is.

De koninklijke sterrenwichelaar werd geroepen en kwam.

Hij droeg een mantel vol gouden sterren en een punthoed die zo hoog was dat hij moest bukken om binnen te kunnen.

Hij aanhoorde het probleem, bestudeerde aandachtig de koppen, woog ze op zijn hand, dacht lang en diep na en sprak:

Sire Majesteit de Koning, zoals ik U al vaak heb verklaart, wordt het leven van de mens niet alleen geleid maar zelfs bepaald door de sterren.

Deze hoofden zijn naar menselijk voorbeeld gesneden, een drieling duidelijk.

Om hiervan de futuren en differentiën te kunnen bepalen zijn de antecedenten op het ogenblik van ontstaan van uitzonderlijk belang. Zonder deze is het me ongelijk hiervan enig uitsluitsel te geven.

Daarom vraag ik U, Sire Majesteit de Koning, kunt U me deze mededelen, zodat ik hiervan een grondige studie kan maken en U het resultaat mededelen.

Wat weet ik daar van, zuchtte de koning. Zijt serieus, hoe kan ik dat weten ? Weet ge dan echt niks beter. Ga weg, Ga weg en kruip terug in jouwe toren.

En de sterrenwichelaar ging en vergat te bukken, zodat zijn kale kop voor iedereen duidelijk zichtbaar werd.

Er was dus niemand in het kasteel die het verschil kon zien en de koning zat terug, verveeld op zijn troon, de kroon scheef op het hoofd en het kistje op de schoot.

Op de avond van de tiende dag werd er hard op de poort van koninklijke kasteel gebonsd.

De soldaat die de wacht had bij de poort werd wakker, hij rekte zich, slofte naar de poort en opende een klein luikje.

Wie zijde gij ? vroeg hij.

Ik ben een wijze en de koning verwacht me.

‘k Weet van niks. Hebt gij een afspraak ?

Nee ik heb geen afspraak en dat is ook niet nodig, want de koning verwacht mij.

Ja ja, dat kunde gij gemakkelijk zeggen, maar waarom zou onze Sire Majesteit de Koning jou verwachten.

Ik ga dat niet aan jouwe scheven soldaten neus hangen, doe open en meld me aan bij de koning.

Nee, wie geen afspraak heeft mag ik niet binnen laten.

Dat mag niet van de kapitein en als ik jou wel binnen laat krijg ik naar mijn voeten en dat stoort de spijsvertering en de nachtrust. Dan krijg ik misschien wel constipatie. Nee ik kan jou niet binnenlaten.

Toen werd er pas hard geklopt op de poort. De sloten en hengsels rammelden en het galmde door het hele kasteel.

Zeg, zeg, moet het kapot. Dat is de poort van koning zelle en als ge daar zo hard op klopt springt misschien de verf er af en dan valt onze koning in kosten.

Soldaat, klonk het van de andere kant, ik eis dat ge de kapitein er bij roept. Ik eis, hoort ge goed.

Allez vooruit omdat ge zo aandringt, en hij slofte weg.

Met al dat gerommel en gebonk was de kapitein ook wakker geworden en toen de soldaat bij hem op de deur klopte was hij juist bezig zijn snor terug in de juiste krul te draaien.

Ge moet eens naar de poort komen, riep de soldaat en hij kwam achterna.

Wat is hier aan de hand, vroeg hij.

De soldaat sprong in de houding en riep: Kapitein daar is er ene voor de poort en die wil binnen, maar hij heeft geen afspraak en ik heb hem niet binnen gelaten.

En toen heeft hij zo hard op de poort geslagen dat de verf er misschien afgesprongen is. Zal ik eens controleren kapitein en steken we hem dan ineens maar in den bak tot morgenvroeg?

Rustig soldaat, rustig.

Wat zijn uwe zaken waarde man, wat is de reden van uw bezoek? vroeg hij door het luikje.

De koning heeft een groot probleem en ik kan hem daarbij behulpzaam zijn, klonk het buiten de poort.

Daar weet ik niks van, antwoordde de kapitein.

Ga, dan en vraag het hem, klonk het weer.

‘k Zal eens gaan horen, zei de kapitein en in militaire pas hakte hij het kasteel binnen.

Hij was rap terug.

Kom maar binnen, zei hij, de koning wil u ontvangen. En denk, eraan, spreek hem aan met Sire Majesteit de Koning, want daar is hij heel secuur in.

De wijze werd in de troonzaal gebracht en boog.

Uwe hoogheid heeft een probleem, meen ik te weten, waarbij ik denk u te kunnen helpen, zei hij.

Welk probleem, wat denkt ge te helpen, gromde de koning.

Hoogheid, U is een raadsel voorgelegd waarop U geen antwoord weet.

Gij wel misschien, denkt ge misschien dat ge slimmer zijt dan ik ?

Hoogheid, sta me toe.

En de wijze stapte naar het tafeltje waarop het kistje lag en nam het eerste hoofd.

Hij bekeek het aandachtig en plukte zich een lang grijs haar van het hoofd.

In het oor van het beeldje was een piepklein gaatje en hij duwde traag en voorzichtig het haar erin.

Het kwam er langs het andere oor weer uit.

Dit is de nar Sire, alles gaat het ene oor in en het andere weer uit.

Toen nam hij het tweede hoofd en plukte zich weer een haar.

Hij duwde het traag en voorzichtig in het oor en er kwam niks uit.

Dit is de filosoof Sire, alles gaat zijn oor in en niks komt er uit.

Bij het derde hoofd ging het haar in het oor en kwam er langs de mond uit, helemaal gekruld.

Kijk, bij deze gaat alles er langs zijn oor in en het komt er langs zijn mond weer uit.

Dat is een verteller Sire, hij hoort iets, vertelt het, maar hij geeft aan alles zijn eigen draai.

Een verteller, die geeft aan alles zijn eigen draai, zoals Uw eerbiedige dienaar.


geplaatst door Vertel - 4891 keer gelezen

beoordeeld 2.71/5 (7 Stemmen)

Om te reageren op dit blog moet je lid van Match4me.be zijn!
Schrijf je gratis in!



<< Startpagina

Over match4me - Privacy & cookies - Algemene voorwaarden - Veelgestelde vragen - Herroeping - Contact
Veilig online winkelen met BeCommerce!

Mobiele site
Android app on Google Play iPhone app on iTunes
© Match4me.be