Home
Dating voor hoger opgeleide singles
Home Facts & figures Succesverhalen Hoe werkt het?

vrijdag 16 november 2012

De rit op de vliegende bok

Op ne zondagavond in de zomer, zaten ze allemaal in ’t Klein Geluk.

Dat was een café een beetje buiten het dorp, aan de rand van een dennenbos, waar ge voor weinig geld een pint redelijk bier kon krijgen.

’s Zondags verzamelden daar de boeren en geburen om ondereen bij een pint en een verse pijp de vrije dag te vieren.

Aan een van de tafels zaten ze gevieren te kaarten. Links en rechts zat er nog ne man of zes, te smoren en te klappen.

Janneke Toek was er ook, maar die zegde gewoonlijk geen woord en zat profijtig aan zijn pint te sippen.

De Jolles en Koperen Tist zaten over hun duiven te klappen en Trien, de bazin bediende ze goed op tijd. De zon scheen nog rood van achter de mastenbossen en ze hadden nog nen helen, schonen avond voor hun.

Stafke Heibrand stond met ne roden kop en veel laweit aan den toog. Hij was al aan gang van na de hoogmis en had treffelijk wat pinten op. Dikwijls eindigde het dan in ruzie, want Stafke was een krikkel ventje, die geren vocht. Maar hier zat hij tussen geburen - mensen en moest zijn manieren houden. Nu zat hij van ver een beetje te grommelen en af te geven op de pastoor en de boswachters.

De kaarters sloegen hun troeven op ‘t tafel dat de glazen ervan rammelden, telden hun winst en verlies en hadden voor niks anders aandacht.

Toch keken ze allemaal op toen er een fijn Heerke binnenkwam. Hij was ouderwets gekleed in een halve pitteleer en een boordje. Hij had een fijn zwart sikske en een soort bolhoedje op. Geen had hem ooit gezien.

“Goeden avond mensen,” zegde hij, zette zich aan den toog en bestelde een pint.

Met zijn tweede pint liep hij naar de kaarters, keek eens bij den enen, dan bij den andere in zijn kaarten en trok een spijtig gezicht.

“Zwijgen achter de kaarten, hé,” gromde Nelles en smeet een troef uit.

“Tse, tse,” deed het Heerke en schudde met zijnen kop.

Ze keken allemaal eens kwaad, maar het Heerken wuifde het weg.

“Ik zeg toch niks,” zegde hij, met een stemmeke zo zoet gelijk lijzemeel.

“Geef de mensen allemaal een pintje,” bestelde hij en betaalde direct uit nen grote zwarte portemonnee waarin de zilverstukken rinkelden. Ze klonken op zijn gezondheid en kaarten voort. Opnieuw zetten hij zich er achter, zegde niks maar treiterde hen met zijn gelach, gezucht en af en toe nen “ocharme.”

Stafke zat het van aan den toog af te zien en na een koppel rondekens kon hij zich niet meer houden. “Als ge hier gekomen zijt om het spel de bederven gaat ge maar ergens anders,” schoot hij uit.

Het Heerke keek op en wuifde eens naar Stafke, die gedurig roder werd.

Dat was te veel. “Ik vind dat gij nogal veel praat hebt. Gij moet niet denken dat ik van een voddenventje gelijk gij bang zijn,” riep hij en gooide in zijn drift zijn pint omver.

“Watte ik een voddeventje,” zei het Heerke.

“’t Is niet omdat ge ne dikke vent zijt, dat ge ander mensen moet affronteren hé “ lachte hij. “Wilde eens mee buiten gaan, dan zullen we zien wie dat hier nen voddevent is.”

De ander klanten bezagen het geamuseerd, want een ander zien vechten en slaag krijgen is altijd plezant.

En ze gingen buiten. Stafke schoot zijne frak uit en zwierde hem over de haag. Hij zette zich in postuur, de benen breed uiteen en zijn vuisten slagens gereed voor zijn gezicht.

Het Heerke kwam profijtig achterna, zette zijn hoedje af en gaf hem aan de Jolles die niet wist hoe hij zoiets moest vasthouden.

“Efkens wachten,” zegde hij en begon in zijn eigen wat te fezelen, maakte een koppel vreemde draaien met zijn handen, stampte ineens op de grond en toen gebeurde het.

Vanachter de haag kwam ne groten zwarte bok aangevlogen, die schepte Stafke tussen zijn benen en schoot ermee de lucht in. Die schaarde naar wat hij krijgen kon en had den bok bij zijn horens, gelijk ne coureur zijne guidon. Die ging hoog de lucht in, kwam rakelings over de grond terug aangevlogen, goersde over de soppen van de bomen en het dak, elke keer opnieuw.

Stafke dacht dat zijn leste uur geslagen was, elk moment vreesde hij dat den bok er vandoor zou schieten, recht naar de hel. Hij kon er niet af, dierf niet loslaten en deed niks dan schietgebedekens bidden.

Na ne keer of drie vloog den bok niet meer over, maar door de boomtoppen en de dorenhaag tot Stafke’s gezicht en handen geschramd waren en zijn kleren in rafels hingen.

Toen wuifde het Heerke weer met zijn hand, den bok dook naar beneden en schudde de vent van zijne rug, die bibberend en bloedend in ’t gras rolde.

Het Heerke pakte zijn hoedje uit Jolles zijn handen, wees nog eens met ne schoolmeestersvinger naar de kaarters, stapte op de bok en vloog weg.

Ze stonden allemaal met hunnen mond open van verbouwereerdheid, geen zegde iets behalve Stafke die lag te kreunen. Ze moesten hem binnen dragen en pas na een dik uur en drie borrels kwam hij terug een beetje op zijn zelven.

Weken hebben ze erover geprakkizeerd, maar over een ding waren ze het eens. Als ge zo, op ne zondagavond eens goesting hebt om een partieke te vechten of ene op zijn gezicht te koven, kiest dan iemand die ge kent.

Anders kunde heel aardige dingen voor hebben.


geplaatst door Vertel - 4672 keer gelezen

beoordeeld 2.8/5 (10 Stemmen)

Om te reageren op dit blog moet je lid van Match4me.be zijn!
Schrijf je gratis in!



<< Startpagina

Over match4me - Privacy & cookies - Algemene voorwaarden - Veelgestelde vragen - Herroeping - Contact
Veilig online winkelen met BeCommerce!

Mobiele site
Android app on Google Play iPhone app on iTunes
© Match4me.be