Home
Dating voor hoger opgeleide singles
Home Facts & figures Succesverhalen Hoe werkt het?

maandag 5 november 2012

Er was eens een jongen

Er was eens een jongen die iets kon.

Hij kon zich in een dier veranderen.

Als hij heel sterk dacht een dier te zijn en zich heel goed concentreerde, werd hij dat dier.

Dat was toevallig gekomen.

Ooit wou hij zo graag een kat zijn, dat hij zichzelf een beetje als kat voelde.

Met zijn ogen dicht verbeelde hij zich een vacht te hebben, een staart en vier geklauwde poten.

Hij rekte zijn rug en toen hij zijn ogen opende zag hij dat zijn handen kattenpootjes waren, hij was ineens veel kleiner en keek nu onder zijn bed.

Mama, dacht hij en hij riep Miauw.

Moet ge meemaken dat ge ineens, zomaar, niet op 2 voeten staat maar op 4 poten.

En dat je helemaal achteraan een lange staart hebt.

Hij schrok geen beetje, want kon hij nog terug mens worden.

Van de schrik vergat hij te denken dat hij kat was en werd terug jongen.

Pff, dat was eventjes spannend.

Het duurde een paar weken eer hij van de schrik bekomen was, maar toen probeerde hij het opnieuw.

Hij dacht, voelde, sloot zijn ogen en werd kat, een prachtige, gestreepte, rosse kater.

Waw, cool dacht hij, maar hij zegde miauw.

Door het open raam klom hij in de dakgoot en langs de hoge boom in de tuin.

Hij streek zijn rug langs de takken draaide rond het hekken en keek omhoog naar de maan.

Hij liep over het gras en snufte en snufte en rook, een muis.

Aan de rand van de tuin, onder de struiken was een klein gaatje in de grond en dat rook naar muis.

Hij hurkte en wachtte en wachtte en deed wat katten doen: hij ving de muis en at ze op.

Smak, smak, snuitje gewassen zoals katten doen.

Toen Dokus, de hond van de buren ineens zijn kop door de schutting stak en blafte, schrok hij zo hard dat hij gauw de boom invluchtte, naar zijn kamer waar hij hijgend terug jongen werd.

“Stomme hond, ik gooi hem een balk naar zijn kop.

Kat zijn is niet zo eenvoudig, maar toch wel speciaal, en, en…

Bah, ik heb een muis opgegeten.”

Hij was daar flink van geschrokken en een hele tijd bleef hij gewoon jongen.

Toen wou hij toch nog eens een kat zijn

De buren waren niet thuis en Dokus was opgesloten.

Daar was dus geen gevaar.

Maar een muis zou hij niet meer opeten.

En hij werd kat, en sloop door de dakgoot en de takken langs de boom naar beneden.

Hij liep over het gras en snufte en snufte en rook, een muis.

Aan de rand van de tuin, onder de struiken was een klein gaatje in de grond en dat rook naar muis.

Hij hurkte en wachtte en wachtte en deed wat katten doen: hij ving de muis.

Nee, nee, niet opeten, dacht hij juist op tijd.

Maar wat moest hij dan doen met die muis.

Toen had hij een prachtig idee: het was een cadeautje voor zijn moeder.

En hij pakte de muis in zijn bek en liep ermee het huis binnen.

Ze bewoog nog een beetje, dus ze was lekker vers.

Zijn moeder zat in een zetel te breien, toen opeens een grote rosse kater voor haar stond die ze niet kende.

Ze keek op, “Hé van waar kom jij, vroeg ze, Ben jij een brave kat ?”

En hij knikte heftig ja.

“Zo brave kat” en ze stak haar hand naar hem uit.

“En wat heb jij in je bek ?”

En hij spuugde de muis op de vloer.

“Eek een muis, een muis” gilde zijn moeder, “weg, weg, vieze kat.”

En hij vluchtte de boom in naar zijn kamer waar hij hijgend terug jongen werd.

“Moeders”, zuchtte hij, “Moeders”. Nee hij kon beter nooit meer kat worden.

Hij bleef een tijdje jongen maar toen kriebelde het weer en dacht hij zich hond en werd het.

Hij was alleen thuis en dus liep een hond rustig de tuin in.

Aan het eerste boompje hief hij zijn poot en aan het tweede.

En hij deed de hele ronde en gaf alles zijn watermerk.

Maar toen werd dat een beetje saai.

“Zal ik die stomme keffer van hiernaast eens een lesje leren.”

Die was niet te zien maar gemakkelijk gelokt, stomme keffer.

En hij zette zich uit het zicht en blafte één keer “Woef.”

Het lukte, het lukte, dat frutsel stak zijn kop door de schutting en kefte, “wef, wef, wef.”

Hij vloog er als een razende Roeland op af,”woef, woef” en beet hem bijna de kop af.

Die was juist op tijd weg en kop en hond verdwenen jankend naar de keuken.

“Die heeft van de schrik gepiest van hier tot in zijn mand”, lachte hij.

“Dat zal hem leren, de stomme hond”. De wraak was zoet.

En hij deed nog eens zijn rondje.

En het kriebelde achter zijn oor en hij krabde.

En het kriebelde aan zijn snuit en hij krabde.

Maar toen kriebelde het een beetje onder zijn staart.

Daar kon hij niet aan krabben en hij deed dus wat honden doen.

Hij likte onder zijn staart.

Hij kon de tuin niet uit en dat hond zijn werd toch vervelend.

Daarom werd hij maar terug jongen.

“Hond zijn is niet zo spannend.

Maar die keffer heb ik toch goed gehad, hij verdiend niet beter.

En, en, baah, ik heb onder mijn staart gelikt.”

Honden zijn vieze beesten en hij wou nooit meer hond zijn.

Alles ging goed tot dat nieuwe meisje in de klas kwam.

Erger nog, ze was zijn buurmeisje.

En elke ochtend stapte ze langs hun huis naar school en hij slenterde er achter.

Hij zat achter haar en zag slechts haar rug en bruin golvend haar

Ze was heel knap en haar rapport was altijd een stuk beter dan het zijne.

Misschien zou hij een beetje meer zijn best moeten doen, maar..

Ze was ook heel schoon, en hij wou best een beetje vriendjes met haar zijn.

Maar zij zag hem niet staan.

Maar op een avond verbeelde hij zich een merel te zijn en werd merel.

Hij zou voor haar zijn schoonste liedjes fluiten en vloog tot in de boom hoog in de tuin en floot en floot.

Toen ging het licht aan in de kamer waarvoor hij zat en kwam ze de kamer in.

Hij zag slechts een glimp van wat er te zien was, maar dat was genoeg.

Ze was zo schoon, zo schoon.

Hij vergat wie en waar hij was en sloot zijn ogen in verrukking.

Toen hij ze terug opende was hij niet langer een merel.

Hij was terug de jongen, zittend op een pinkdikke tak, vijf meter boven het gras in de tuin.

Hij grabbelde in het rond maar vond niks om zich aan vast te houden en flikkerde uit de boom.

Dat kwam aan, zijn arm stond onder een vreemde hoek en hij voelde bloed langs zijn gezicht lopen.

Mama ! riep hij.

Die kwam en de doctor en een ambulance en zijn vader die over de schutting aan de buurman vertelde wat er gebeurt was, van zijn stomme zoon die uit de boom was gevallen.

Boven uit het raam keek een meisje naar al die drukte en toen de ambulance doorreed stond ze bij haar vader aan de voordeur.

Daar lag hij, terug thuis, voet in de windsels, arm in de plaaster en één kant van zijn gezicht blauw, gekrast en geschramd.

Naar school gaan zat er direct niet in.

Het was zijn laatste jaar, examens op komst, dat zag er niet goed uit.

Tot de bel ging en zijn moeder het buurmeisje binnen liet.

Ze had gehoord van zijn val en vond het heel erg.

Want nu kon hij een tijd niet naar school.

Maar als hij wou zou ze alle dagen langs komen en hem vertellen wat er belangrijk was en kon hij thuis studeren.

Als hij dat wou natuurlijk.

Omdat zijn gezicht zo blauw was zag ze niet hoe hij bloosde en driftig ja knikte.

Dus ze kwam alle dagen en toen hij terug kon gaan gingen ze samen.

En op een keer vertelde hij haar hoe knap hij haar vond.

En ze slaagden allebei, zij gemakkelijk, hij hakken over de sloot.

Maar ze bleven vriendjes, eigenlijk was hij smoorverliefd op haar.

Op een zomeravondavond vertelde hij haar dat hij zich in een dier kon veranderen.

Oh, vroeg ze, kan jij dat ?

Hij knikte.

Oh ja, wordt dan eens… een kat.

Ja maar, katten vangen muizen en eten die ook op.

Bweek, nee dat vond ze maar vies.

Wordt dan maar een… hond.

Ja maar, honden zijn viespeuken. Die likken onder hun staart.

Bweek, nee dat is helemaal erg. Maar wat dan ?

Misschien kan ik een vogel worden, een merel en dan zal ik voor jou mijn schoonste liedje fluiten.

Ze vond dat een heel goed idee.

Hij sloot zijn ogen en dacht heel erg dat hij een merel was.

Hij dacht en dacht, maar dan zat hij weer in de boom en keek haar kamer binnen en ze was zo schoon, zo schoon.

Komt er nog wat van? vroeg ze.

Het lukt niet meer, antwoordde hij spijtig.

Ik zie alleen maar jou en dan kan ik geen merel worden.

Leugenaar, zei ze en keek heel kwaad.

Maar toen kwam haar glimlachje terug waarvoor hij smolt.

Ze sloeg haar armen rond zijn nek en fluisterde in zijn oor: “Allerliefste leugenaar”


geplaatst door Vertel - 4761 keer gelezen

beoordeeld 1.57/5 (7 Stemmen)

Om te reageren op dit blog moet je lid van Match4me.be zijn!
Schrijf je gratis in!



<< Startpagina

Over match4me - Privacy & cookies - Algemene voorwaarden - Veelgestelde vragen - Herroeping - Contact
Veilig online winkelen met BeCommerce!

Mobiele site
Android app on Google Play iPhone app on iTunes
© Match4me.be