Home
Dating voor hoger opgeleide singles
Home Facts & figures Succesverhalen Hoe werkt het?

zaterdag 3 november 2012

Graven

Graven, zei de man.

Wanneer je zo in de maneschijn op een veld staat en er staan 4 mannen rond jou, met elk een machinegeweer en ze zeggen: “graven”, wat doet ge dan ??

Ge graaft.

Niet dat ik daar goed in ben, integendeel.

Mijn vader wel, die spitte elk jaar heel zijn hof om en dat was geen kleintje.

Die kon graven, ik niet.

Wanneer ge dan bovenop je eigen graf moet delven wordt het nog een stuk gecompliceerder.

Ik had me daar eigenlijk nooit zorgen over gemaakt, ik had erop gerekend dat iemand anders dat wel voor mij zou doen.

Niet dus.

Hoe diep, lang, breed maakt ge zo’n kuil.

Ge wilt daar toch niet in liggen als een pekelharing in een potje.

Dus ik schatte zo ongeveer mijn eigen schouderbreedte, dat viel nogal mee en begon met een putje op elke hoek.

Dat werd dan het hoofd eind.

Gesteld dat ik niet andersom zou liggen, want dan werd dat het voeten eind.

Dan had het misschien aan die kant een beetje smaller gemogen, maar ik moest een keuze maken.

Het werd dus een multifunctionele kuil met een hoofdeind aan beide zijden.

Graven dus.

Hadden ze me daar toch een schop gegeven waar niks mee aan te vangen is.

Zo’n infanterieschopje van de ABL, het Arm Belgisch Leger, te slecht om een soldaat mee op stap te sturen.

En ik moest daarmee aan de gang en het was een dik geknoei..

Mijn vader die had een goeie schop, schoon stalen blad, steel zo lang, daar kunt ge mee werken.

Daarom sprak ik die mannen aan:

Jongs, hebt ge nu echt niks beters ?

Jullie hebben misschien niet anders te doen, maar met dit schopje zal dat hier een tijdje duren.

’t Is echt ABL gerief, ’t deugd langs geen kanten.

Ge gaat hier nog efkens staan, eer dat klaar is.

Graven, zei de man.

Ja, gij hebt goed klappen, maar wie staat hier straks met de bleinen op zijn handen en een hernia tot achter zijn oren? Ikke hé !!

Graven dus.

De breedte dat was gemakkelijk, de diepte ook , maar hoe lang maakt zo een kuil ?

Ik weet dat de lengte van een mens overeen komt met de afstand tussen de vingertoppen, wanneer hij de armen naar beide zijden gestrekt houdt.

Niet zo simpel om doen en veiligheidhalve deed ik er aan elke kant nog10 centimeterbij.

En ik graven, goed ne meter diep..

Genoeg, zei de man.

Hoe genoeg, mag ik daar zelf over beslissen ja.

Toen begreep ik het.

Jullie denken er natuurlijk aan dat ge die zelf terug dicht moet gooien, met dit onnozel schupke. Liever lui dan moe hé.

Maar ik was klaar en ik moet eerlijk zeggen, zonder te stoefen, het was een prachtstuk.

Wie een put graaft voor een ander, kijkt zo nauw niet, maar wie iets voor zijn eigen doet, doet het goed, ik toch.

Rechte kanten , de hoekjes proper uitgewerkt, eigenlijk was ik er een beetje fier op.

Dus ik stelde me er middenin en vroeg: Awel, zijt ge content van mijn werk ?

Voor die ja of nee kon zeggen klonk daar een enorme knal.

Ik dook ineen want ik wou niet voortijdig aan mijn einde komen.

Toen stilte, niks meer en ik stak voorzichtig mijn kop boven de rand?

Van die vier mannen met machinegeweer was geen meer te zien.

Dat waren vier platbroeken en toen dat knalde waren die van de schrik gaan lopen.

Tweehonderd meter in minder dan 10 seconden, verdwenen in de duisternis.

Ik klom met moeite uit de kuil, want ik had die flink diep gemaakt en keek rond.

Een eindje verder op de straat stond een autootje stil met de lichten aan.

En ernaast stond druk gebarend een jong vrouwke, ferm nette, in grote nood.

Ik ben altijd bereid om schoon vrouwvolk uit hunnen groten nood te verlossen, zo ben ik, gentleman tot en met.

Daar stond ze met een platte band, gesprongen, van daar die dikke knal.

Wel reservewiel, maar geen idee hoe ze eraan moest beginnen.

Ze stond met de tranen in de ogen en daar wordt ik helemaal week van, ik kan daar niet tegen.

Dus ik haalde dat wiel eraf, zette het goeie erop en zij bracht me naar ’t dorp en vlak bij mijn huis.

Ik kreeg nog een dankbare knuffel, geen kleintje en een kus tot afscheid.

Mijn vrouw was al te bed, maar ze sliep niet.

Waar zijt gij zo lang geweest, vroeg ze en klikte het licht aan.

Ze klonk een beetje ongerust.

Vrouwke, mij is wat overkomen.

En ik vertel dus wat ik juist aan jullie verteld heb.

Jaja, ’t heeft maar een haarke gescheeld of ge waart weduwe.

En ge staat niet met zwart.

Verdomme, ik heb die kuil open laten liggen.

Te hopen maar dat daar niemand in den donkere in valt.

Enfin die klotenschop ligt daar ook, ze kunnen die zelf ook dichtgooien.

Het was efkens stil.

Zij: Laat je handen zien.

Deed ik, palm naar onder.

Zij: Omdraaien.

Deed ik.

Zij: Geen bleinen !

Ik: Die komen morgen waarschijnlijk pas.

Zij: Raar bleinen. En ruik ik bier?

Ik: Ja zeg, ik ben nog een pintje gaan drinken om van de alternator te bekomen.

Zij: Alternatie !!

Ik: Alternatie.

Zij: Hoeveel ?

Ik: Eentje ?? Twee ?? Twee keer twee ??

En het werd weer stil.

Toen kon ze haar niet meer houden.

Gek, waarom doet ge dat ?

Iedere keer opnieuw verzint ge zo’n krankzinnig verhaal en ik trap er in, dat weet ge.

Ik geloofde weeral wat ge me komt vertellen.

Hoe verzint ge het ??

Zeg dan gewoon: ik ben een pintje gaan drinken. Maar nee, weer zo’n verhaal om me de wobbes te doen krijgen. ‘k Zit iedere keer op de kast.

Wat hebt toch al allemaal verzonnen?

Een neushoren helpen vangen, apen uit de bomen schudden en nu dit weer.

En iedere keer zijt ge de redder in de nood van schoon vrouwvolk met dikke knuffels en kussen tot afscheid.

Waarom doet ge dat ??

Ik: Wat? Schoon vrouwvolk helpen ?

Zij: Nee, mij opjutten.

Ik: Bah, bah, Plagen.

Zij: Plagen ?

Ik: Plagen is liefde vragen.

Zij: Komt ge iets te kort ? Doe dat niet meer, hé.

Ik: Nee schattebol. Maar ’t is wel een goed verhaal hé?

Stilte

Zij : ’t Beste tot nu toe. Kom hier, driedubbele gek.

En wat nadien gebeurde, hebt ge geen zaken mee.

Graven, zei de man.

Wanneer je zo in de maneschijn op een veld staat en er staan 4 mannen rond jou, met elk een machinegeweer en ze zeggen: “graven”, wat doet ge dan ??

Ge graaft.

Niet dat ik daar goed in ben, integendeel.

Mijn vader wel, die spitte elk jaar heel zijn hof om en dat was geen kleintje.

Die kon graven, ik niet.

Wanneer ge dan bovenop je eigen graf moet delven wordt het nog een stuk gecompliceerder.

Ik had me daar eigenlijk nooit zorgen over gemaakt, ik had erop gerekend dat iemand anders dat wel voor mij zou doen.

Niet dus.

Hoe diep, lang, breed maakt ge zo’n kuil.

Ge wilt daar toch niet in liggen als een pekelharing in een potje.

Dus ik schatte zo ongeveer mijn eigen schouderbreedte, dat viel nogal mee en begon met een putje op elke hoek.

Dat werd dan het hoofd eind.

Gesteld dat ik niet andersom zou liggen, want dan werd dat het voeten eind.

Dan had het misschien aan die kant een beetje smaller gemogen, maar ik moest een keuze maken.

Het werd dus een multifunctionele kuil met een hoofdeind aan beide zijden.

Graven dus.

Hadden ze me daar toch een schop gegeven waar niks mee aan te vangen is.

Zo’n infanterieschopje van de ABL, het Arm Belgisch Leger, te slecht om een soldaat mee op stap te sturen.

En ik moest daarmee aan de gang en het was een dik geknoei..

Mijn vader die had een goeie schop, schoon stalen blad, steel zo lang, daar kunt ge mee werken.

Daarom sprak ik die mannen aan:

Jongs, hebt ge nu echt niks beters ?

Jullie hebben misschien niet anders te doen, maar met dit schopje zal dat hier een tijdje duren.

’t Is echt ABL gerief, ’t deugd langs geen kanten.

Ge gaat hier nog efkens staan, eer dat klaar is.

Graven, zei de man.

Ja, gij hebt goed klappen, maar wie staat hier straks met de bleinen op zijn handen en een hernia tot achter zijn oren? Ikke hé !!

Graven dus.

De breedte dat was gemakkelijk, de diepte ook , maar hoe lang maakt zo een kuil ?

Ik weet dat de lengte van een mens overeen komt met de afstand tussen de vingertoppen, wanneer hij de armen naar beide zijden gestrekt houdt.

Niet zo simpel om doen en veiligheidhalve deed ik er aan elke kant nog10 centimeterbij.

En ik graven, goed ne meter diep..

Genoeg, zei de man.

Hoe genoeg, mag ik daar zelf over beslissen ja.

Toen begreep ik het.

Jullie denken er natuurlijk aan dat ge die zelf terug dicht moet gooien, met dit onnozel schupke. Liever lui dan moe hé.

Maar ik was klaar en ik moet eerlijk zeggen, zonder te stoefen, het was een prachtstuk.

Wie een put graaft voor een ander, kijkt zo nauw niet, maar wie iets voor zijn eigen doet, doet het goed, ik toch.

Rechte kanten , de hoekjes proper uitgewerkt, eigenlijk was ik er een beetje fier op.

Dus ik stelde me er middenin en vroeg: Awel, zijt ge content van mijn werk ?

Voor die ja of nee kon zeggen klonk daar een enorme knal.

Ik dook ineen want ik wou niet voortijdig aan mijn einde komen.

Toen stilte, niks meer en ik stak voorzichtig mijn kop boven de rand?

Van die vier mannen met machinegeweer was geen meer te zien.

Dat waren vier platbroeken en toen dat knalde waren die van de schrik gaan lopen.

Tweehonderd meter in minder dan 10 seconden, verdwenen in de duisternis.

Ik klom met moeite uit de kuil, want ik had die flink diep gemaakt en keek rond.

Een eindje verder op de straat stond een autootje stil met de lichten aan.

En ernaast stond druk gebarend een jong vrouwke, ferm nette, in grote nood.

Ik ben altijd bereid om schoon vrouwvolk uit hunnen groten nood te verlossen, zo ben ik, gentleman tot en met.

Daar stond ze met een platte band, gesprongen, van daar die dikke knal.

Wel reservewiel, maar geen idee hoe ze eraan moest beginnen.

Ze stond met de tranen in de ogen en daar wordt ik helemaal week van, ik kan daar niet tegen.

Dus ik haalde dat wiel eraf, zette het goeie erop en zij bracht me naar ’t dorp en vlak bij mijn huis.

Ik kreeg nog een dankbare knuffel, geen kleintje en een kus tot afscheid.

Mijn vrouw was al te bed, maar ze sliep niet.

Waar zijt gij zo lang geweest, vroeg ze en klikte het licht aan.

Ze klonk een beetje ongerust.

Vrouwke, mij is wat overkomen.

En ik vertel dus wat ik juist aan jullie verteld heb.

Jaja, ’t heeft maar een haarke gescheeld of ge waart weduwe.

En ge staat niet met zwart.

Verdomme, ik heb die kuil open laten liggen.

Te hopen maar dat daar niemand in den donkere in valt.

Enfin die klotenschop ligt daar ook, ze kunnen die zelf ook dichtgooien.

Het was efkens stil.

Zij: Laat je handen zien.

Deed ik, palm naar onder.

Zij: Omdraaien.

Deed ik.

Zij: Geen bleinen !

Ik: Die komen morgen waarschijnlijk pas.

Zij: Raar bleinen. En ruik ik bier?

Ik: Ja zeg, ik ben nog een pintje gaan drinken om van de alternator te bekomen.

Zij: Alternatie !!

Ik: Alternatie.

Zij: Hoeveel ?

Ik: Eentje ?? Twee ?? Twee keer twee ??

En het werd weer stil.

Toen kon ze haar niet meer houden.

Gek, waarom doet ge dat ?

Iedere keer opnieuw verzint ge zo’n krankzinnig verhaal en ik trap er in, dat weet ge.

Ik geloofde weeral wat ge me komt vertellen.

Hoe verzint ge het ??

Zeg dan gewoon: ik ben een pintje gaan drinken. Maar nee, weer zo’n verhaal om me de wobbes te doen krijgen. ‘k Zit iedere keer op de kast.

Wat hebt toch al allemaal verzonnen?

Een neushoren helpen vangen, apen uit de bomen schudden en nu dit weer.

En iedere keer zijt ge de redder in de nood van schoon vrouwvolk met dikke knuffels en kussen tot afscheid.

Waarom doet ge dat ??

Ik: Wat? Schoon vrouwvolk helpen ?

Zij: Nee, mij opjutten.

Ik: Bah, bah, Plagen.

Zij: Plagen ?

Ik: Plagen is liefde vragen.

Zij: Komt ge iets te kort ? Doe dat niet meer, hé.

Ik: Nee schattebol. Maar ’t is wel een goed verhaal hé?

Stilte

Zij : ’t Beste tot nu toe. Kom hier, driedubbele gek.

En wat nadien gebeurde, hebt ge geen zaken mee.


geplaatst door Vertel - 4754 keer gelezen

beoordeeld 1.2/5 (15 Stemmen)

Om te reageren op dit blog moet je lid van Match4me.be zijn!
Schrijf je gratis in!



<< Startpagina

Over match4me - Privacy & cookies - Algemene voorwaarden - Veelgestelde vragen - Herroeping - Contact
Veilig online winkelen met BeCommerce!

Mobiele site
Android app on Google Play iPhone app on iTunes
© Match4me.be