Home
Dating voor hoger opgeleide singles
Home Facts & figures Succesverhalen Hoe werkt het?

donderdag 16 mei 2013

Flirten in het tijdperk van sociale media

Het regent in de Zwitserse Alpen. Ten minste hier in het bergdorp ben ik omgeven door de wolken waaruit nattigheid valt. Maar goed, ik ben naar hier gekomen om te trainen, besluit mijn vertrek nog even uit te stellen en mijn fietstocht aan te passen aan het wolkendek. In het dal lijkt het mij wel droog te zijn.

Ik doe mijn beenverwarmers en regenvestje aan en besluit de afdaling naar het dal aan te vatten. Laat deze keer gewillig de auto’s voorbijgaan en probeer hen niet te volgen. Blijf weg van de balustrade, mijd de geelgeverfde zebrapaden en witgeschilderde driehoeken die er op duiden dat er een school is in de buurt. De regen heeft de olie in het wegdek naar boven gebracht. Het blijft uitkijken.

Wanneer ik zoals verwacht door het wolkendek breek zie ik vanuit de diepte de Rhône me tegemoet komen. Een okergeel bruin kolkende massa die me bijna dreigend aanmaant het voorzichtig aan te blijven doen. Een schril contrast met de bijna verwelkomende smaragdgroen blauwe kleur van gisteren.

Smaragdgroen blauw. Dat was ook de kleur van haar ogen herinner ik mij wanneer ik de eerste klim aanvat. Wanneer een mens veel fietst komt hij ook al eens iets tegen. Dus ben ik ook al wel een keer mijn sleutelbeen gebroken. Omdat ik het me niet kan permitteren 6 weken immobiel te zijn, heeft men na wat aandringen er toch een titanium plaat opgevezen. Een jaar later zat ze me in de weg. Het voelde niet echt van mij, wilde niet eeuwig door het leven gaan als de “light” versie van de Terminator en had bovendien mooie herinneringen aan de nachtverpleging… Reden genoeg dus om ze te laten verwijderen.

‘s Morgens binnen, ‘s avonds weer naar huis. Piece of cake. Niks om je druk om te maken. Bij het binnenrijden net voor de operatiekamer staan er nog twee verpleegsters met elkaar te kletsen. Mij compleet negerend, mag ik luisteren naar de romantische roddels over lokale dokters en verpleegsters. Geweldig, ik krijg er gratis en “life” een doktersromannetje bij. Ik word de koele en kille OK binnengereden en de chirurg begint uit te leggen wat hij gaat doen. Daarna komt de anesthesiste binnen. Geheel gekleed in zo’n medische burka. Je weet wel, broek, schort, masker en haarkapje op. De lichtblauwe kleur ervan doen haar smaragdgroen blauwe ogen alle eer aan.

Eigenlijk is dat alles wat ik van haar zie. Ze lijkt mij jong genoeg om haar eerste patiënt te kunnen zijn. Die smaragdgroenblauwe ogen staan hard, zelfverzekerd. Met die typische, gemaakte zelfverzekerdheid van jonge dokters begint ook zij uit te leggen wat ze gaat doen. Ik onderbreek haar uitleg met de boodschap: “Je moet me niet teveel geven.” Ogenblikkelijk zie ik toch wat krakjes in die zelfverzekerde ogen verschijnen. Ik zie haar denken van “Oei, heb ik iets over het hoofd gezien in zijn dossier?” Ik vervolg: “Je moet me niet teveel geven want ik zou straks nog fris en monter willen zijn.” Ze zoekt naar een reactie. Dus ga ik verder: “Ja, ik zou fris willen zijn zodat ik straks nog iets lekkers met je kan gaan eten”. “Ja maar, ik ga niet eten met patiënten”, is de standaard reactie die ze zich ingeprent heeft in dit soort situaties. Dus breng ik haar volledig van de kaart door te stellen dat ik straks haar patiënt niet meer ben. Ik ontmijn de situatie door te opperen: “vooruit, spuit maar, ik zal er eens van dromen”, en bedenk mij nog net dat ze er beter geen aanstoots aan neemt, of ik word straks wakker met schele hoofdpijn. En dan wordt alles leeg en zwart…

Ik word wakker op de kamer en voel mij goed. Geen hoofdpijn. Ze zal het dus wel correct afgewerkt hebben. In de namiddag komt de chirurg langs en grapt: “fris en monter zie ik”. “Straks komt de anesthesist langs en als het goed voor hem is mag je naar huis.” Ik kijk al vol verwachting uit naar de ontmoeting. Maar het is dit keer de hoofdanesthesist. Een man tegen de pensioenleeftijd. Toch wat ontgoocheling. Hij ontslaat me uit het ziekenhuis, ik pak mijn spullen en vertrek.

Wanneer ik de draaideur van het ziekenhuis doorga, krijg ik een smsje van een onbekend nummer:

126 xxx Dr. Xyz…

Mmm. Ik kan de kusjes met de 126 niet rijmen en deze keer ben ik compleet in de war. Het feit dat ze me sms’t vind ik positief. Maar 126? Is dat de rekening? “Ik ben nog niet buiten”, denk ik verontwaardigd.

De verontwaardiging wint het van alle andere gedachten en ik stuur een berichtje terug dat ze me haar rekeningnummer maar moet doorgeven, dan betaal ik haar wel als ik thuis ben. Wat volgt is een nooit geziene scheldtirade per sms…. Ik besluit het maar blauw-blauw te laten en vergeet het hele voorval.

Maanden later zit ik met wat jonge collega’s te keuvelen tijdens de lunch. Het gesprek komt op flirten via sociale media. Uiteindelijk zegt een jonge vrouwelijke collega met – toeval of niet – net zo van die smaragdgroen blauwe ogen: “Je hebt wel geluk wanneer je een smsje terugkrijgt van een vrouw met als boodschap 126”. Ik ben een en al aandacht. Gelukkig zitten er nog wat jonge mannelijke collega’s bij, viriel genoeg om snel de voor de hand liggende vraag te stellen zodat ik zelf niet uit mijn schelp moet komen. “Ken je dat niet?”, zegt ze, “één-twee-zes”, of “one-two-six, want-to-sex”…. Het wordt me nu dus allemaal duidelijk.


geplaatst door Chillup - 4802 keer gelezen

beoordeeld 3.5/5 (4 Stemmen)

Om te reageren op dit blog moet je lid van Match4me.be zijn!
Schrijf je gratis in!



<< Startpagina

Over match4me - Privacy & cookies - Algemene voorwaarden - Veelgestelde vragen - Herroeping - Contact
Veilig online winkelen met BeCommerce!

Mobiele site
Android app on Google Play iPhone app on iTunes
© Match4me.be